woensdag 23 oktober 2019

Met mijn poten in de modder






In een zo langzamerhand onafgebroken lijkende reeks van volgeregende en natgeplensde dagen stond de hemel er vanochtend opeens even strakblauw bij, een mooie gelegenheid er weer eens op uit te trekken voor mijn regelmatig bedoelde ochtendwandeling. En dat kwam mooi uit want ik kon wel een frisse neus en een verzetje gebruiken. En een leeg hoofd, want man man man, daar hoopte de kommer en de kwel en het oud zeer zich ook maar weer huizenhoog op. Bovendien had ik veel teveel tijd in de krant en op internet doorgebracht, waar het klimaat er de afgelopen dagen ook niet beter op was geworden. Er werd wat af gepolariseerd. De één sloeg de ander nog parmantiger met zijn haastig bij elkaar gesprokkelde wereldbeeld om de oren dan de ander een volgende. En iedereen wist de absolute waarheid wel op één of andere manier voor het eigen karretje te spannen. Strontchagrijnig was ik er van geworden. Al dat ijdele gekift had een niet ter zake doende negatieve uitwerking op mijn toch al wankele humeur. Hoog tijd voor wat tegenwicht, dus daar ging ik, op pad. Neus in de wind, wind in de haren, zon op de bol.
Om mijzelf te motiveren ook inderdaad regelmatig de deur uit te gaan, zoals de gezonde bedoeling is, heb ik van die ochtendwandelingen dan meteen een soort fotoprojekt gemaakt. Ik loop telkens hetzelfde rondje, maak onderweg steeds foto’s van onvermijdelijk zo ongeveer dezelfde plekken, door de seizoenen heen, en hoop aldus na verloop van tijd een aardige reeks te hebben die een divers beeld oplevert van dit kleine stukje omgeving. Ach, ik ga er verder niet ingewikkeld of kunstzinnig over doen, ik vind het leuk en we zien wel wat het wordt. Het krijgt me in elk geval in beweging en daar was het om begonnen.
Zo kom ik halverwege de wandeling bijvoorbeeld steeds langs een vriendelijk ogende boerderij die eigenlijk iedere keer mijn aandacht wel trekt en die ik al vanuit vele hoeken met allerlei licht- en weersomstandigheden heb gefotografeerd. Gelegen aan een wat bochtende weg met dito sloot, een beetje verscholen tussen hoge bomen staat hij daar zeer authentiek en rustiek te zijn.
Ook vandaag maakte ik er wat portretten van. De weg lag bezaaid met platgereden modderkluiten, hier werd gewerkt. In de berm stond een tractor geparkeerd met een bekooide aanhanger vol vers geoogste witte kolen. Verderop reed een tweede tractor heen en weer. In de bomen was de herfst voorzichtig vast wat begonnen
Juist toen ik de tractor met kolen wilde passeren, wilde ook de tweede tractor daarlangs. Voor de zekerheid stapte ik opzij de modderige berm in, het was een brede tractor op een smalle weg. Maar in plaats van door te rijden, zoals ik had verwacht, hield de tractor stil, pal naast mij. Het bevreemdde mij een beetje eerlijk gezegd. Waarom precies hier, vroeg ik mij af, maar goed, hij moest hier zeker zijn.
Toen ik mijn wandeling dan maar met een groetend gebaar wilde vervolgen sprong de berijder huts van zijn tractor en hield mij staande. Het was de derde dag van de boerenopstand, het tweede beleg van Den Haag was op hetzelfde moment in volle gang.. ik was het gespin, het gescheld, het gestook en de stemmingmakerij nou juist ontvlucht, met mijn kop in de wind, en nu stond ik hier verdorie oog in oog met een boer die mij zo’n beetje had klemgereden met zijn tractor. Trekker, moet je geloof ik zeggen, anders ben je meteen al een elitaire linkse randstedeling. Het was een echte boer, met een blauwe, zeer verwassen overall maar niet op klompen. Hij stak een kop boven mij uit en was een paar dagen geleden in kennelijke haast geschoren.
Misschien wil hij de weg naar Den Haag vragen, bedacht ik grappig, maar ik liet het wel uit mijn hoofd dat ook hardop te zeggen want vriendelijk keek hij niet.
Waarom liep ik hem te filmen?, werd mij dan zonder te groeten, op barse toon gevraagd.
Vorige week liep ik hem ook al te filmen, had hij mij heus wel gezien, en nu dus weer. Waar dat voor was, wilde hij nu wel eens weten.
De handen gingen in de zakken, de voeten wat uit elkaar. Hier stond een boer die niet meer met zich liet sollen, zoveel was duidelijk. Een nieuw, assertief elan was over hem neergedaald.
Er schoten mij een aantal bijdehante antwoorden door het hoofd die ook bepaald assertief waren en waar de actualiteit ook toepasselijk doorheen schemerde maar ik besloot toch liever de-escalerend te werk te gaan. Dat paste beter bij mij. Ik vertelde dus van mijn ochtendwandelingen en het kunstzinnig fotoprojekt dat ik daar bij verzonnen had. Weidde kort uit over een portret van het landschap en de omgeving, het licht en de seizoenen. Alles met mijn charmantste glimlach.
Waarna de boer ook niet meer wist wat hij nog moest zeggen, wat hij zo te zien jammer vond. Met toch nog een groet beklom hij zijn tractor en reed achteruit terug naar waar hij vandaan kwam.
En ik maakte mijn wandeling af. Kwam thuis met een frisse neus, maar zonder leeg hoofd. Want ja.. Ik kon de actualiteit natuurlijk proberen te ontvluchten, het platteland was daar deze dagen misschien niet de beste plek voor.

maandag 21 oktober 2019

The one with the scam






Met een aantal vrienden, hoe anders, bezochten we de film Friends, the one with the anniversary. Het was 25 jaar geleden dat deze serie voor het eerst op televisie was en dat werd nu gevierd met een tweehonderd minuten durende Friends-marathon op groot doek met, volgens de aankondiging, iconische afleveringen, geremastered en wel, exclusieve interviews en nog nooit vertoonde beelden. Dat leek ons leuk want ook bij ons thuis was en is deze serie mateloos populair. Toen de jongens nog wat jonger waren zaten we regelmatig een avondje met zijn vieren op de bank, haartjes nat nog even op, om een aflevering of twee te kijken. Later, toen ze groter waren en ze de grote mensen humor er ook uit haalden, werden de seizoenen er nogmaals doorheen gejaagd en nog steeds wordt het wel eens aangeklikt op Netflix. Een aantal uitdrukkingen en gebaren zijn blijvend in ons huiselijk communicatieverkeer opgenomen. Alleen om die reden was het dus al leuk om nog eens zo’n avondje te doen, maar dan in bioscoopstoelen. Met exclusieve interviews, bloopers en nog nooit vertoonde beelden. Extra leuk. Dat beloofde wat!
Nou, voor wie twitter een beetje bijhoudt zal het niet als een verrassing komen dat dit uitliep op een teleurstelling. Een deceptie. Een fiasco. Tjongejongejonge, wat een schandalige vertoning was dat. Wat een armoedige geldklopperij. Twee nogal irritante en supersnel gemonteerde maar gelukkig wel korte trailertjes - waarin we de vrienden inderdaad wat korte quotes in microfoons zagen debiteren, wat kleedkamerhumor zagen uitwisselen en zich misschien een keer zagen verspreken - bleken achteraf de exclusieve interviews, de bloopers en de nog nooit vertoonde beelden te zijn geweest. De overige 195 minuten werden liefdeloos volgeplempt met acht (negen? tien? maakt het nog uit?) volkomen willekeurig uit de kast gevallen afleveringen, zonder verdere toelichtingen, aanvullingen of duidingen, met in het midden een pauze om de horeca-inkomsten binnen te harken. En wat er dan al aan geremastered was, het geluid in elk geval niet, dat was gewoon een 25 jaar oude televisie die heel hard stond.
En zo zaten we dus voor de somma van vijftig euro naar precies dezelfde oude afleveringen van Friends te kijken die we thuis ook gratis op Netflix hebben staan. Die we thuis ook gratis in de complete dvd-box hebben zitten. Sterker nog, in de complete dvd-box zit ook nog een heel aardige documentaire over Friends, met opnames op de set en achter de schermen, niet gebruikte scenes, bloopers en interviews met makers, redacteurs, spelers en zelfs publiek. Kijk.. dat was nog eens een idee geweest.
Nee, dames en heren, met zulke friends heb je geen enemies meer nodig. Va fa Napoli!

vrijdag 18 oktober 2019

Met de juiste aanpak






Het klinkt misschien gek, voor iemand die in een klushuis woont, maar ik heb een hekel aan klusjes. Een pesthekel, eigenlijk. Tja. Al klinkt het misschien niet eens zó gek als je bedenkt dat je in een klushuis dus altijd en overal wel klusjes hebt liggen. Waar je halverwege in bent blijven steken, die je hoognodig eens moet afmaken. Of waaraan je hoognodig eens moet beginnen. Die je al een tijdje in de lucht hebt hangen. Daar kun je ook wel eens genoeg van krijgen. Zeker wanneer je al het grotere deel van je leven in een klushuis woont.
Hoewel het dan ook weer zo kan zijn natuurlijk, dat je het grotere deel van je leven in een klushuis woont juist omdat je een hekel aan klusjes hebt, ze daarom maar zoveel mogelijk voor je uit blijft schuiven en maar liever net doet of je ze niet ziet hangen, in de lucht, waardoor je er nooit aan begint, waardoor ze nooit afkomen en je dus altijd wel klusjes hebt liggen. Ikzelf heb er geen zin in maar ik weet zeker dat mijn vrouw daar een heel accuraat zo niet uitputtend lijstje van voorbeelden bij zou kunnen opstellen.
Nu lekte de wasmachine dan bijvoorbeeld weer. Het was verdorie een machine van nog geen jaar oud maar al een tijdje lag er na iedere wasbeurt een langgerekte plas water op de grond en was het beuntje waar de wasmachine op staat flink nat. Al een tijdje moest ik daar eens wat aan doen. Iets anders dan de reeds uitgeprobeerde halfhartige blik achter het apparaat en het vruchteloze aandraaien van de watertoevoer. Waar de waterafvoer vastzat, dat wist ik niet eens. Het zou er echt al een tijdje binnenkort eens van moeten komen dat de wasmachine van zijn plek werd getild, aan een grondige inspectie onderworpen, desnoods met inroepen van meer deskundige hulptroepen en gebruikmaking van loodgietersgereedschap, mijn minst favoriete gereedschap, na de glassnijder. Vooralsnog was het er niet van gekomen. Braaf dweilde ik na elke wasbeurt de langgerekte plas water op, controleerde het beuntje af en toe op doorzakken en nam mij regelmatig voor er binnenkort eens iets aan te doen.
Tot ik mij onlangs realiseerde dat de plas water, na ongemerkt steeds iets minder langgerekt te zijn geworden inmiddels helemaal was weggebleven. Dat het beuntje wel geheel leek te zijn opgedroogd. Terwijl ik zeker niet minder ben gaan wassen. Het leek verdomd alsof dit probleem zich zelf had opgelost. Dit klusje had zich, zonder tussenkomst van hulptroepen, loodgietersgereedschap of glassnijders, zelf geklaard. Zonder enige actie van mijn kant, behalve lusteloos uitstellen en afwachten.
Nu ik weet dat dat dus ook kan, heb ik besloten voortaan al mijn klussen en klusjes op deze wijze aan te pakken. Voelt goed, zoveel daadkracht.

maandag 14 oktober 2019

Wie, wie, wie?






Om even uit te rusten, iets te eten en van het zonnetje te genieten streek ik neer op de eerste de beste picknicktafel die ik tegenkwam, zo halverwege mijn wandeling. Ik zag hem al van verre staan. Het was zo’n typische, robuuste picknicktafel van balken en bouten en moeren, met bankjes aan weerszijden waar je eerst ongemakkelijk overheen moet klimmen om er op aan tafel te kunnen zitten, en waar je met minimaal drie echtparen aan terecht kunt, met je thermosflessen en je tupperware broodtrommeltjes. Ze staan door het hele land, in bossen en duinen, op heide en parkeerplaatsen langs de snelweg. En hier stond er ook één, in de polder, speciaal voor mij.
Het tafelblad was niet standaard trouwens. Normaal zijn dat zeven of acht brede balken met steeds een centimeter tussenruimte, waar je je opgefrommelde boterhamzakjes en snoepwikkels handig zolang even tussen kunt stoppen, om te voorkomen dat ze wegwaaien; bij deze picknicktafel was het blad uit één stuk en had het een tweede functie als kleurig informatiebord. Met ditjes en datjes over de omgeving en getekende plaatjes van de verschillende weidevogels die hier met meer geluk te zien kunnen zijn.
Met brede viltstiften en een mespunt hier en daar was er in de loop der tijd nog het nodige aan deze lezenswaardigheden toegevoegd, we leven in een beschaafd land tenslotte, het vrije woord, u begrijpt. De meeste van deze uitingen kan ik hier met een gerust hart onbesproken laten maar één regel trok toch mijn aandacht. Op de hoek van de tafel stond in een goed leesbaar handschrift geschreven: Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
Voor wie het niet weet: dat is de titel van een nogal flauw en wat rommelig lied dat werd geschreven door Jacques van Tol en in 1937 voor het eerst op de plaat werd gezet door Lou Bandy, die ook de muziek schreef. Boze tongen beweren dat Ringo Starr zijn oor hier later nog te luisteren heeft gelegd bij het componeren van Yellow Submarine. Maar goed, er zijn ook mensen die beweren dat de aarde plat is. Yellow Submarine werd in 1966 dan trouwens weer van een Nederlandse tekst voorzien door Wim Kan, Jelle zal wel zien werd dat, waarna onder andere Johnny Hoes er in 1967 een hit mee scoorde. Dus mocht het waar zijn, van Ringo, dan is er wel erg zoete wraak genomen.
Jacques van Tol dus, die in de oorlog voor de Duitsers heeft gewerkt en daarna, op z’n Hollandsch, alleen nog onder valse naam als populair tekstschrijver werd gedoogd. Vader bovendien van Hans van Tol Tol Hansse, in 1977 bekend geworden met het lied Big City. Een appel die qua schrijfstijl dus in elk geval niet heel ver van de boom is gevallen, en ook alweer jaren dood.
Lou Bandy was in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw een buitengewoon populair revue-artiest, werkte in zijn nadagen nog mee aan het radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein en vierde successen met onder meer Louise zit niet op je nagels te bijten en Zoek de zon op, liedjes die waarschijnlijk alleen bij het alleroubolligste programma van Omroep Max nog ergens een vaag belletje doen rinkelen.
Ik bedoel maar.. wat is hier gebeurd? Wat moeten we hier van denken? Is hier een krasse negentigjarige op pad gegaan, met een viltstift, opgejut in een programma van Omroep Max wellicht, om de jeugd van tegenwoordig nog eens wat echte, Hollandsche cultuur bij te brengen? Met een écht liedje, in plaats van al dat onverstaanbare rare praten? Of heeft de Jeugd van Tegenwoordig deze vooroorlogsche klassieker soms gecovered, in een nieuw jasje gestoken, in een programma van Ali B? En is het, zonder dat ik er weet van heb, inmiddels opnieuw razend populair.. Het kan allebei, het zijn verwarrende tijden tenslotte, maar dat laatste hoop ik eigenlijk het meest van niet.

woensdag 9 oktober 2019

Mini's






Er is weer een spaaractie bij de supermarkt. Nou ja, er is eigenlijk altijd wel een spaaractie bij de supermarkt. Dat je zegeltjes moet plakken of muntjes moet sparen voor een gratis handdoek, een gratis pannenset of korting op iets anders dat je niet nodig hebt. Ik bedank daar altijd vriendelijk voor want sneuer kun je het niet krijgen wat mij betreft. Sigaren uit eigen doos, ook nog eens een keer.
Deze weken is het dan weer eens zo’n spaaractie die vooral op kinderen is gericht, ik ken het nog van vroeger, toen mijn jongens nog jongetjes waren. Gratis waardeloze dingetjes en dangetjes bij tien of vijftien euro boodschappen die na verloop van tijd een onbedaarlijke hebzucht bij kinderen losmaken, omdat ze ze dan allemaal willen hebben, en waarvoor je als liefhebbende ouder dan geacht wordt net dat extra boodschapje in de kar te leggen. Wuppies, smurfen, dierenvriendjes, lubberdingen, voetbalplaatjes, flippo’s en wat al niet.
Moeders hebben de neiging daar zelf bijna nog fanatieker in te worden dan hun prinsenkinderen, zetten een drukke ruilhandel op met andere moeders, laten de kassière net zo lang door de stapel zakjes woelen en voelen tot het begeerde item is gevonden, maar deze vader heeft daar nooit zo heel erg aan meegedaan, toen zijn kinderen die leeftijd nog hadden.
Nu kunnen er dan zogenaamde mini’s gespaard worden. Miniatuur boodschappen. Kleine neppotjes pindakaas, kleine nepdoosjes eieren, kleine nepflesjes ketchup. Enzovoort en zo verder. Allemaal van plastic en alles afzonderlijk verpakt in zakjes van milieuonvriendelijk folie. Geproduceerd in China waarschijnlijk, door nijvere kinderhandjes, en met het vliegtuig ingevlogen om hier na verloop van tijd weer achteloos te worden weggeflikkerd. Het is maar goed dat er volgens de geleerden op twitter bij nader inzien toch geen enkel probleem met het klimaat blijkt te bestaan, want ik spaar ze nu ook. Voor mijn kleindochter. Voor in haar keukentje, dat ze thuis in de kamer heeft staan. Tja, je bent opa of je bent het niet. Ik heb al een flinke verzameling en vandaag krijg ik er weer twee bij, de kassière weet al dat ik ze hebben wil. De tweede krijg ik zelfs toegestopt zonder de vereiste dertig euro vol te hebben gemaakt, zo blij is ze dat ik eindelijk een keer leuk mee doe.
Wanneer ik op weg naar huis mijn kar met boodschappen naar de uitgang draai, word ik staande gehouden door twee paar vragende kinderogen. Of ik soms mini’s heb gekregen, bij de kassa, wordt er nogal bedeesd door de twee bijbehorende meisjes gevraagd. En inderdaad, zo ging dat, herinner ik me nu weer. Wanneer zo’n spaaractie eenmaal aansloeg moest je na je rondje supermarkt door een haag van opgewonden kinderen manoeuvreren die het allemaal op je wuppies, smurfen, dierenvriendjes, lubberdingen, voetbalplaatjes, flippo’s of wat al niet hadden voorzien. Nu dus op de mini’s.
Dat ik kleinkinderen heb, sputter ik aarzelend tegen. En dat ik ze daar dus zelf voor spaar. De meisjes begrijpen het, zij het licht teleurgesteld. Dat het niet per se hoeft, zeggen ze er nog bij. En dan ga ik alsnog door de knieën. Geef de meisjes ieder een zakje. Er zitten flesjes in, voel ik nog snel, die ik waarschijnlijk nog niet heb.
Ik ben toch ook een opa van niks.

zaterdag 5 oktober 2019

Het nadeel van buienradar







Vandaag zou ik wandelen, met mijn jongste zoon. Zelf ben ik al jaren een enthousiast wandelaar, en tot mijn grote vreugde is mijn jongste zoon dat nu ook. Zodoende bedachten we een gezamenlijke langeafstandswandeling - van onze woonplaats op het platteland van Noord Holland naar onze geboorteplaats Den Haag, en weer terug - en lopen we daar met enige regelmaat een etappe van. Een stevige dagmars. Fijne, gemoedelijke dagen zijn dat altijd, met wat uitgebreidere vader en zoon gesprekken dan het gebruikelijke ‘zijn er geen krentenbollen’ en ‘zou jij je kamer niet eens stofzuigen’.
Beiden hebben we een goedgevulde agenda dus om de enige regelmaat er in te houden moeten die dagen ruim van tevoren worden afgesproken. Wat als nadeel heeft dat je geen rekening kunt houden met weersvoorspellingen, buienradar heeft ook zo zijn grenzen, en dat je dus maar moet afwachten wat het weer gaat doen, de afgesproken dag. Tot nu toe heeft dat allemaal reuze goed uitgepakt, we mogen daar niet over mopperen en dat doen we dan ook niet, maar voor vandaag hebben we de verwachtingen de hele week steeds somberder zien worden. Tot er gisteravond sprake was van 70% kans op regen en 10 mm neerslag. Daar zagen we geen van tweeën de lol nog van in en met enige tegenzin besloten we dat het verstandiger was de boel dan maar af te blazen deze keer.
Toch blijft het dan altijd de vraag of je jezelf daar nou een plezier mee doet. Want evengoed loop je de hele dag naar buiten te kijken of het nou al eens een keertje regent, of dat het nou nog steeds wel meevalt allemaal. Word je zelfs ronduit chagrijnig als de hemel nu en dan blauw kleurt, de zon er af en toe door komt. Loop je je heel je vrijgehouden dag wat spijtig af te vragen of je nou niet beter toch had kunnen gaan. Waarmee het dus inderdaad de vraag wordt of je niet beter toch had kunnen gaan.

dinsdag 1 oktober 2019

Lieve opa






Als ik in de regen terugloop van de fietsenmaker vind ik een ansichtkaart op straat. Een analoge, handgeschreven ansichtkaart. Eerst denk ik dat de postbode die heeft laten vallen, die stond hier op de heenweg namelijk nog met stapeltjes post te hannesen, in regenpak, dus ik kijk de straat eens rond of ik haar nog zie; maar als ik dan het adres lees, blijkt het anders te zitten. Het adres is niet in deze straat, niet in deze stad. De postzegel is ook niet afgestempeld. Deze kaart moest nog worden gepost. Die is op weg naar de steeds moeilijker te vinden brievenbus aan iemands hand ontsnapt, uit iemands mandje gewaaid, uit iemands tas gevallen en ligt daar nu op de stoep, kromgetrokken in de regen.
Ik kan het niet nalaten te lezen wat er geschreven staat, in een kinderlijk meisjeshandschrift, met hier en daar een rondje als punt op de i.
“Lieve opa van harte gefeliciteerd Met je verjaardag! Het liefst was ik bij je geweest en een feestje gevierdt. Maar hopelijk Kan dat ooit. IK mis Je en hoop je weer eens te zien. xxxx je Kleindochter”
Een lieve kaart van een kleindochter aan haar jarige opa. Maar ook een tekst die vragen oproept. Want waarom kan ze niet bij haar opa op bezoek, om een taartje te eten voor zijn verjaardag? Zo ver weg woont hij niet, zie ik aan het adres. Maar blijkbaar is het er al veel langer niet van gekomen want ze mist haar opa, schrijft ze, en hoopt hem weer eens te zien. Hopelijk kan dat ooit, staat er zelfs, en dat klinkt toch weinig hoopgevend in mijn oren. Is opa al heel lang ziek, en te zwak om bezoek te ontvangen? Heeft opa ruzie gekregen met papa en mama en willen die hem nooit meer zien? Vinden ze het ook niet goed dat opa de kleinkinderen nog ziet? En is dat dan opa’s eigen schuld? Of kan hij er niks aan doen? Allemaal vragen. De antwoorden zal ik nooit weten.
Als man van goede wil doe ik de kaart alsnog op de bus, uiteraard, zodat opa weet dat er aan hem gedacht is, op zijn verjaardag. En dan hoop ik er maar het beste van, voor allebei.