zondag 22 december 2019

Natuurwetten






In een onbewaakt ogenblik had ik besloten de radiator in mijn schuurtje vandaag weer eens terug te hangen. In een eerder onbewaakt ogenblik, véél eerder, mag ik wel zeggen, had ik die namelijk weggehaald, in het kader van een groter plan. Ik zou, als voorloper van een nieuwe badkamer, een kast bouwen voor de wasmachine, de radiator hing daarbij in de weg. Wanneer de kast af was zou ik de nu afgedopte leidingen doortrekken en hem op een nieuwe plek terughangen. Echter, zoals die dingen gaan, in elk geval bij mij, na die eerste korte aanval van doortastendheid bleef het stil rond het grotere plan. En koud in mijn schuurtje. Wat ik in de wintermaanden dan als excuus gebruikte voor het feit dat ik niks deed en nergens mee opschoot. De radiator op dezelfde plek terughangen was geen optie omdat ik dan zou toegeven, al was het maar aan mezelf, dat het grotere plan min of meer ten onder was gegaan aan labbekakkerige besluiteloosheid. Zo had ik mijzelf dus aardig in de tang en moest ik lange tijd, hoe lang durf ik hier niet eens te bekennen, mijn winterjas aan doen wanneer ik toch een karweitje in mijn schuurtje had.
Aan die toestand zou vandaag dan eindelijk een einde komen, dankzij een nieuwe aanval van doortastendheid die waarschijnlijk net groot genoeg was om de radiator dan toch maar met hangende pootjes terug te plaatsen. Om mezelf klem te zetten was ik wel zo verstandig geweest mijn oudste zoon te charteren om mij te helpen, en dat was maar goed ook want volgens een bekende natuurwet diende de eerste tegenslag zich al vrij snel aan. Het ontluchtingssleuteltje, nodig om de boel leeg te laten lopen, was nergens te vinden. Er moeten er honderden rondslingeren in mijn mannenhuishouden want elke keer dat ik het nodig heb moet ik een nieuwe kopen omdat het nergens te vinden is. In die zin kun je ook eigenlijk niet van een tegenslag spreken, het is eerder een vast gegeven dat ik even over het hoofd had gezien. Een natuurwet, inderdaad. Een steeds bozere zoektocht langs alle handige en voor de hand liggende plekken waarvan ik zeker weet dat ik er ooit één gehangen, gelegd of bewaard heb en daarna ook door de rest van het huis leverde niks op. Normaalgesproken zou dat ruim voldoende aanleiding geweest zijn het hele projekt maar weer zuchtend op te schorten, maar omdat ik mij bij wijze van levensles groot wilde houden voor mijn zoon werd het een bezoekje aan de bouwmarkt.
Daar bleken de ontluchtingssleuteltjes alleen per vier verpakt verkocht te worden. Dan denk je in eerste instantie dat dat handig is, dat het blijkbaar een wijdverbreid en alom ergernis wekkend probleem is waar de bouwmarkt hier servicegericht op inspeelt door ze per vier aan te bieden waardoor je er, wanneer er ontlucht moet worden, altijd wel eentje kunt vinden. Maar bij nader inzien weet je: zo werkt het niet. Ook dit is een natuurwet.
Net als dat, zodra je na een boze gang naar de bouwmarkt nieuw hebt aangeschaft wat je kwijt was, je meteen bij thuiskomst ziet hangen, liggen of staan wat je nodig had. Meestal op een plek waarvan je zeker wist dat je het er de laatste keer had opgeborgen, weggehangen of neergelegd.
Zodoende heb ik nu vijf ontluchtingssleuteltjes. Die ik straks geen van allen kan vinden.

woensdag 18 december 2019

Komt tijd






En wat doe jij? Nog altijd een populaire gespreksopener op feesten en partijen en ander sociaal ongemak waarbij je mensen ontmoet die je nog niet kende. En die jou nog niet kennen. Ik heb me altijd een beetje ongemakkelijk gevoeld bij die vraag. Wat doe jij voor werk, wordt daar dan namelijk mee bedoeld. Tja. En het gewenste antwoord, zeker bij mannen onder elkaar, is meestal een vrij uitgebreide samenvatting van een succesvolle, opwaartse en goedbetaalde carrière van drukke banen en bloeiende ondernemingen, tachtig-urige werkweken met uitlopers naar leaseauto’s, droomhuizen en slimme hypotheken. De keren dat ik er in het verleden dan met enige trots uitflapte dat ik fulltime huisman was, en de hele week voor de kinderen zorgde, in de veronderstelling dat dat ook een bijdrage aan het gesprek was, bleef die mededeling een tijdje in een met ongemakkelijke stilte gevulde lucht hangen, werd er minzaam geglimlacht, wilde iemand nog wel eens opmerken dat hem dat ook wel wat leek, de hele dag thuis lekker ontspannen niks doen, waarna het onderwerp uitputtend behandeld werd geacht en er op voetbal kon overgeschakeld. Zo kwam ik van lieverlee steeds vaker en met meer plezier in de dameshoek terecht, waar mijn verhalen wel in vruchtbare bodem vielen. Dat was een mooie tijd. Maar inmiddels zijn mijn jongens al heel lang niet klein meer en moet ik mij in voorkomende gevallen zowel bij de dames als bij de heren dus weer zien te redden met een aarzelend bijeen gestamelde bouwval van artistiekerige projekten, huiselijke verplichtingen en ander onbetaald ongeregeld. Een anti-carrière, feitelijk. Zelf ben ik er nog steeds niet ontevreden mee, integendeel, maar het ongemak bij de vraag lijkt ingesleten en zo volautomatisch op te starten dat het langzamerhand is gaan wennen. Toch lijkt aan het probleem nu een eind te gaan komen. Al twee keer werd mij de afgelopen weken de vraag gesteld: werk jij nog?