woensdag 30 januari 2019

Triomferend feestgedruis






Bestaat er een leukere band in ons land dan De Kift? Misschien wel hoor, dat zou best kunnen, ik weet ook niet alles, maar als het zo is dan moet dat wel een héél leuke band zijn. Tenminste.. als je De Kift vanavond zo bezig hoort en ziet, in het Patronaat in Haarlem. Dertig jaar al gaat dit muziekcollectief stug zijn eigen gang en nog altijd staan ze in de kleine zalen van de Patronaten te spelen. Wat natuurlijk eigenlijk een schande is, maar ook weer niet zó erg want dat geeft ons mooi de gelegenheid ons tot de incrowd te voelen behoren. De happy few, die op de hoogte is. Die beter weet. De ingewijden.
Wat een tomeloze, vrolijke energie en wat een muzikaal plezier spat er van het podium. Het bomvolle podium, ook nog eens een keer. Niet alleen staan acht muzikanten elkaar daar bijkans te verdringen, in bonte feestkledij gestoken, in uniformjasjes met knopen en strepen alsook een smoking, een trouwpak en een fez, huisgemaakte engelenvleugels van een dozijn huishoudhandschoenen aan de mouwen, nee.. er is tevens nauwelijks ruimte voor een uitgebreid, niet overal even alledaags instrumentarium. Het is punkfanfare die gespeeld wordt tenslotte, een evenmin alledaags genre. Dus we zien een fonkelende kopersectie van tuba, trombone, hoorn, trompet en ventieltrombone, waarvan ik niet eens wist dat dat bestond. Ik moest op internet uitzoeken óf dat wel bestond. Of ik dat nou wel goed gezien had, maar inderdaad.
We zien een steeldrum, een accordeon, een fanfaredrum met paukenstokken en ook zo’n fanfare xylofoon in de vorm van een engelenharp op een steel. Op enig moment sjouwt de befezde drummer zelfs een enorme kartonnen doos het podium op, gevuld met lege conservenblikken in alle maten van de supermarkt, om daar op authentieke hoorspelwijze een soort van ritmisch doorstappende menigte mee te laten klinken.
Daarnaast het meer gebruikelijke werk als drumstel, bas, keyboard en gitaren. Het past er nauwelijks op allemaal maar alles wordt bij tijd en wijle gebruikt door de een of de ander en al dat gewissel en geruil en heen en weer geloop levert een levendige, feestelijke aanblik op. Prettig rommelig. Alsof het ter plekke toevallig zo ontstaat.
De drummer rolt zijn schildersdoek uit en maakt voor de duur van een nummer een bijpassende tekening, na de show te koop voor wat de gek er voor over heeft, komt dat zien. Er wordt een kwis gespeeld, met fragmenten en een hoofdprijs die de ene keer wordt uitgereikt aan wie alles goed heeft, maar de andere keer net zo lief aan wie alles fout heeft. Wat een feest. Komt dat zien! Komt dat horen! Er wordt een beetje geflirt met de lulligheid, er wordt een beetje de schlemiel uitgehangen maar daar trappen wij niet in, het is een geolied spektakel waar we getuige van zijn en het loopt nog op rolletjes ook. In smetteloos Nederlands. Zonder spel-, stijl- en klemtoonfouten en met alleen maar echt bestaande woorden in goedlopende, mooie zinnen en verhalende, literaire teksten. Kom er nog eens om, vandaag de dag.

Zaterdag 2 februari speelt De Kift in Purmerend. Kijk voor meer informatie en een volledige speellijst op dekift.nl Daar zijn ook de cd’s te koop, waarvan alleen de zelf gefabriceerde hoesjes al de moeite waard zijn.

dinsdag 22 januari 2019

De modernen en Frans Hals







Ik ging naar Haarlem om Frans Hals te zien. Frans Hals en de modernen, de titel van de tentoonstelling. In het Frans Hals Museum, dat laat zich raden. Dat is al drie keer Frans Hals. Vier. Goed. De modernen.. In de locatie Hof - het museum heeft twee locaties - zijn dat laat 19e eeuwse schilders van naam en faam als Manet, Van Gogh, Courbet en Duveneck, die, zoals de tentoonstelling ook laat zien, zich uit bewondering hebben laten inspireren en beïnvloeden door de Hollandsche meester van 200 jaar voor hun tijd. Zij herontdekten de late Frans Hals en roemden diens losse maar trefzekere, welhaast impressionistische toets, zijn eigenzinnige, recalcitrante onderwerpkeuze en zijn lak aan conventies. Precies datgene dat de late Frans Hals in zijn eigen tijd nogal werd kwalijk genomen, waardoor men hem ervan verdacht zijn vaste hand en verstand te zijn verloren aan ouderdom en drankzucht. In de tweede helft van de 19e eeuw zag men juist een geniaal schilder die zijn tijd ver vooruit was en zo ontstond dan een run op Haarlem van dus inmiddels niet de minste schilders, die het werk van hun nieuwe idool wilden bewonderen, bespreken, beschrijven, bestuderen en kopiëren.
In de tentoonstelling wordt het werk van Frans Hals getoond tussen en naast het werk van zijn postume fanclub. Het origineel naast de kopie, het voorbeeld naast en te midden van het door hem geïnspireerde. De audiotour vult één en ander desgewenst aan met wetenswaardigheden, smakelijke anekdotes en jubelende citaten uit brieven van deze en gene.
Het is zeker interessant om het werk van Frans Hals in dit licht te bezien en hem zo ook zelf te herontdekken als een soort van rebel, een impressionniste loin avant la lettre, en met eigen ogen te zien hoeveel invloed hij inderdaad duidelijk zichtbaar ruim 200 jaar later nog heeft op wat dan als de avant garde geldt. Niet alleen wat betreft de manier van schilderen, de levendige toets, maar ook bijvoorbeeld zijn keuze om ‘eenvoudige lieden’ te portretteren, gewone mensen, en niet alleen de rijke stinkerds en de belangrijke meneren. Dat dat iemand als Vincent van Gogh heeft aangesproken mag duidelijk zijn. Of dat ook zover gaat als dat deze de pose waarin hij zijn beroemde postbode Joseph Roulin afbeeldt heeft geënt op De Vrolijke Drinker van Frans Hals, maar dan ietsjes anders en in spiegelbeeld, zoals de tentoonstelling meent, daarover kun je misschien eens een wenkbrauw optrekken, maar daarover ga je niet lopen zeiken, want je weet het niet.. misschien is het wel gewoon zo.
In de locatie Hal, waar de tentoonstelling overigens Ruis. Frans Hals anders heet, zijn de modernen pas echt modern, namelijk kunstenaars uit het hier en nu. Die zich dan misschien niet direct of letterlijk door Frans Hals hebben laten inspireren, maar die zich, volgens de tentoonstelling, wel met dezelfde of vergelijkbare thema’s bezig houden. We hebben het dan over thema’s als gender, sociale en culturele identiteit, de artistieke en sociale grenzen van de portretkunst en nog zo wat zwaarwichtigheid. In vier hoofdstukken sleept de bijgeleverde podcast mij er doorheen. Per hoofdstuk, en per zaal zal de ruis toenemen, wordt er daarbij gewaarschuwd. En dat klopt ook wel. Hoe verder ik kom in de tentoonstelling, hoe minder verband ik met Frans Hals ontwaar. Dat wil zeggen, ik snap wel wat de podcast bedoelt, maar ik vind het wat vergezocht allemaal. Ik heb een beetje het oneerbiedige idee dat je zo alles wel met alles in verband kunt brengen, als je er maar genoeg tekst bij levert. En dat dit dus net zo goed een heel andere tentoonstelling had kunnen zijn. Dat ergert me. En hoe meer ruis er wordt toegevoegd, hoe meer tekst er nodig is om de boel bij elkaar te houden, hoe meer ik afhaak, eerlijk gezegd.
Tot zich een incident voordoet.
In zaal drie is een beeld van de sokkel gestoten. De sokkel is niet hoger dan tien centimeter maar het beeld ligt zwaar beschadigd en gebroken op de grond. Suppoosten hebben er gauwgauw vier stoeltjes omheen gezet en daar een politielint om gespannen. Fragile, staat er in veelvoud op. Het lint is rood. De letters zwart. Het beeld is voornamelijk wit en bestaat uit gipsen afgietsels van twee tandwielen en van twee menselijke handen, aangevuld met twee echte hertenpootjes, met echte lieve kleine hoefjes, van een echt dood hert. Daar heeft het beeld waarschijnlijk op gestaan, toen het nog stond, maar nu steken ze aandoenlijk hulpeloos omhoog. Van de handen liggen verschillende vingers los in het rond. Aan de omringende beelden van dezelfde kunstenaar te oordelen is de bovenkant van het beeld met bladgoud afgewerkt, maar omdat het beeld nu ondersteboven ligt is dat niet te zien.
Een tijdje is het een drukte van belang in zaal drie. Twee suppoosten draaien rondjes om het beschadigde beeld, maken foto’s, bespreken met elkaar wat ze wel of niet gezien hebben, camerabeelden komen ter sprake, de mogelijkheid van een ongelukje wordt genoemd. Eén van de suppoosten voert een aantal telefoongesprekken waaruit ik opmaak dat niemand iets gezien heeft en dat niemand ergens aan mag komen.
Dan keert al gauw de serene rust van de museumzaal terug, en gebeurt er iets leuks. Want nu zijn het omver geschopte beeld, de lege sokkel, de brokstukken op de vloer, de stoeltjes en het lint samen opeens een installatie geworden. Fragile, staat er op het lint, en dat klopt, het beeld lijkt kapot te zijn gevallen, of misschien gegooid. Het lint en de stoeltjes hebben het niet kunnen beschermen. Zo geeft de installatie uitdrukking aan de kwetsbaarheid van de mens (handen), van de natuur (hertenpootjes) en van de kunst (beeld).
Daar komt het eerste groepje bezoekers al binnen gelopen. Zij hebben niets meegekregen van het tumult en bekijken het gevallen beeld met het lint erom precies zoals ze de andere beelden bekijken. Als kunst. Ze draaien er aandachtig een rondje omheen, trachten het te doorgronden en lopen weer door naar het volgende schilderij.
Dat is wel een beetje het ding met sommige kunst.. dat je het gewoon niet meer zeker weet allemaal, en dat dat ook juist wel eens de bedoeling kan zijn.. Ik zie bij mijn aandachtig rondje namelijk een tot nog toe onopgemerkt gebleven detail. Op de sokkel ligt een fonkelnieuwe, glimmende stuiver. Die ligt daar niet per ongeluk, denk ik. Als ik er betekenis aan mag geven, vermoed ik dat het hier gaat om iemand die geen stuiver geeft, om deze kunst. En dat duidelijk heeft willen maken. Ik meen zelfs te weten wie..

De tentoonstelling Frans Hals en de modernen loopt nog tot en met 24 februari 2019. Ruis. Frans Hals anders loopt nog tot en met 16 juni 2019. Om onduidelijke redenen wordt een toeslag van € 8,00 gerekend op de normale toegangsprijzen.
Zie ook de site van het Frans Hals Museum.

vrijdag 18 januari 2019

Passer Domesticus






Omdat mijn afspraak voor de ochtend verstek liet gaan, hield ik vanochtend zomaar een lege ochtend in mijn handen. En dat kwam goed uit want ik had zelf ook al niet zoveel zin in mijn afspraak voor de ochtend, dus ik was blij dat er werd afgemeld. Sterker nog, omdat het zeker niet de eerste keer was dat het zo liep had ik er heimelijk al een beetje op gehoopt. Gerekend misschien zelfs wel. Ik ken mijn pappenheimers.
In elk geval, zo had ik opeens mooi tijd voor een ochtendwandeling en dat kwam ook weer goed uit want het was werkelijk schitterend weer. Er lag een dun laagje ijs over de sloten en de plassen en een zonnetje met lentekwaliteiten liet daar geheel belangeloos haar licht over schijnen. Het kon bijna niet beter. Ach, het was eigenlijk perfect. Ik was warempel gelukkig, zoals ik daar liep, jazeker.
En dat gevoel werd nog eens verder aangewakkerd toen ik langs een manshoge braamstruik liep die bomvol lustig kwetterende musjes zat. Want zo gaat dat met gelukkig zijn, als je het eenmaal bent worden de kleinste, simpelste dingen plotseling wonderen van schoonheid en lijkt het kinderlijk eenvoudig het voor de rest van je leven gewoon maar te blijven. Dat het zo niet werkt gaat genadiglijk aan je voorbij.
De braamstruik was er nog niet voldoende van overtuigd dat zijn tijd voorbij was en zat nog behoorlijk in het weliswaar zwart wordende blad, zodat ik vreemd genoeg geen enkel musje zag. Ze waren alleen te horen. Wat het eigenlijk nog bijzonderder maakte. Want daar stond ik dus, te luisteren naar iets dat vlakbij was, onder handbereik, maar dat ik niet kon zien. Ik stond aandachtig te luisteren naar een kwetterende, tsjielpende struik. Het zal een merkwaardig gezicht zijn geweest, maar wat een heerlijk en vrolijk makend geluid. In mijn oren althans, want misschien zaten de musjes elkaar de huid wel vol te schelden. Zaten ze trillend van woede en blinde haat en met overslaande stemmen de bitterste verwijten en verwensingen door elkaar heen te schreeuwen. Werden er de donkerste bedreigingen geuit. Ik wist het niet, want ik verstond er niks van. Maar ik kon het me eigenlijk niet voorstellen, dat musjes zich daartoe verlaagden. Ze hadden misschien heus wel eens onenigheid, of een verschil van inzicht, maar dat werd dan op een beschaafde manier in der minne geschikt. Zo deden musjes dat namelijk.
En opeens was het afgelopen. Als op een afgesproken signaal waren ze uitgepraat, was het stil.
Ik bedankte de musjes hartelijk, en vervolgde tevreden mijn wandeling.