zaterdag 9 november 2019

Territoriumdrift






Bij een vaste ochtendwandeling heb je dikke kans op vaste ontmoetingen. Iemand die dezelfde wandeling loopt bijvoorbeeld, zoals de meneer met de kleurige sportschoenen en de grote koptelefoon, die altijd met een brede lach en enig volume hallooo! roept wanneer ik hem tegenkom. Iemand die langs de route woont, zoals het oudere echtpaar dat wel eens net in de tuin staat te grutten als ik langskom en mij dan licht argwanend teruggroet. Of de boer die mij regelmatig ziet fotograferen en zich meer dan licht argwanend af komt vragen wat dat moet, wat dat te betekenen heeft. Dan zijn er de schapen die er steevast staan, in hun weiland. De eenden, de ganzen, de smienten, de witte reiger. De kiekendief die zich in het seizoen nog wel eens even laat zien. Allemaal leuke ontmoetingen, al zijn ze nog zo vluchtig en nog zo af en toe.
En er is de ontmoeting die zich bijna iedere keer voordoet, en dat is de ontmoeting met de hond. Een grote, zwarte hond. Een waakhond. Steeds wanneer ik een zekere bocht om ga vraag ik mij af of hij er weer zal zijn. Negen van de tien keer is dat het geval. Negen van de tien keer stuift het beest luid blaffend en grommend op mij af en wordt maar nauwelijks tegengehouden door zo’n gezellig, wiebelig kastanjehouten tuinhekje van de praxis. Blaffend en grommend en tegen het hek opspringend loopt hij met me mee naar de andere kant van de tuin waar hij achter het hekje net zo lang blijft staan schelden en tieren tot ik uit beeld ben verdwenen.
Wat is dat, vraag ik mij af. Waarom? Waarom moet ik als man van goede wil bij een doodnormale, onschuldige wandeling op de openbare weg worden geïntimideerd door een valse hond? Waarom moet ik er maar op vertrouwen dat dat beest niet dwars door of over dat lullige hekje heen naar mijn strot springt? Wat heb je te verbergen met zo’n hond in de tuin, dat ook.
De hond verdedigt zijn territorium hoor ik u zeggen, daarvoor is het een waakhond. Ja.. goed verhaal natuurlijk, maar liep ik niet op de openbare weg? En als ík bij iedere langslopende voetganger roodaangelopen en schuimbekkend mijn tuinpad af zou rennen, tegen mijn hekje zou trappen, schreeuwend van klootzak klootzak teringlijer, keukenmes in de aanslag, om mijn onbedreigd territorium te verdedigen, dan zou de stem des volks het geloof ik wel op prijs stellen dat ik zo snel mogelijk als verward persoon veilig werd opgeborgen, voor de rest van mijn leven. En terecht hoor, houd me ten goede.. zulke dingen doe je niet. Maar als je het door je hond laat doen, dan is het wel okay, blijkbaar. Dan behoort het kennelijk tot het algemeen beschaafd Hollandsch fatsoen.
Niet dat ik me er door van mijn wandeling laat weerhouden, niet dat ik mijn route aanpas, nee zeg.. wij zwichten niet voor terreur tenslotte. En het is de openbare weg, zeg ik nog maar eens. Dus zet ik mij iedere keer dapper schrap, bij de bewuste bocht. En als het monster dan weer grauwend met ontblote tanden tegen het hek aanvliegt begroet ik hem met een welgemeend driewerf: je bent een vuile gore kuthond! En voor zijn baasje steek ik er mijn middelvinger bij in de lucht. Iedere keer weer.
En zo begint het zelfs al te wennen. Ik vertrouw er inmiddels dan maar op dat het beest achter zijn hekje blijft en de laatste keer leek het er zelfs op dat ook bij de hond een zekere herkenning begint te spelen want toen ik hem mijn gebruikelijke begroeting had toegesist liet hij het er verder maar zo’n beetje half bij zitten.

maandag 4 november 2019

24000






Een tijd geleden alweer werd ik getroffen door een computercrash. Nou, echt een crash was het misschien niet, maar het resultaat was wel hetzelfde. Na de zoveelste verplichte en onvermijdelijke update van microsoft liep mijn laptop vast in een windowsblauwe loop van nog nooit vertoonde venstertjes die, wat ik ook aanklikte, dus telkens opnieuw naar elkaar verwezen, want het was een loop.
Onze taal wordt er ook niet fraaier van trouwens, van al die digitalisering, maar dit terzijde.
Verblind van woede en paniek heb ik toen een reeks beslissingen genomen die ik hier niet kan noch wil reconstrueren maar die er toe leidde dat ik met een geheel leeggehaalde laptop achterbleef. En het bijbehorend stinkend moeras van kokende agressie. Of.. nou, zeg maar gerust ongerichte, nietsontziende moordzucht. Verstikkende bloeddorst. Nee, leuk was het niet. Enfin, u kent het gevoel.
En niets gebackupt uiteraard dus minstens drie jaar aan teksten, liedjes en documenten maar vooral foto’s waren in het niets verdwenen. Kinderfoto’s, familiefoto’s, vakantiefoto’s, wandelfoto’s. Drie jaar.. uitgewist, alsof ze nooit waren geleefd. Nooit zouden de voorgenomen fotoalbums en –boeken van die jaren worden gemaakt.
Tot mijn geluk is mijn dochter ooit thuisgekomen met een schoonzoon die over de bovenmenselijke gave beschikt dit soort problemen met een rustige glimlach op te lossen. Vraag me niet hoe het kan, maar een week later had hij alle zoekgeraakte bestanden teruggehaald, uit de krochten en uithoeken van het parallel universum. Die staan dus nu weer op mijn laptop. Ongesorteerd weliswaar, maar toch, terug op het honk. En inmiddels ook veilig gebackupt.
Het zijn er 24.000. Geen titels, geen data, geen volgorde, geen mapjes, geen systeem. Ik struin er regelmatig een beetje doorheen, op zoek naar een werkwijze, een aanpak, het begin van een idee.. maar 24.000 is echt heel veel. Héél véél. Ontmoedigend veel, want inmiddels word ik al struinend bekropen door de gedachte dat die voorgenomen fotoalbums natuurlijk sowieso al nooit gemaakt zouden gaan worden, het laatst gerealiseerde album dateert niet voor niets van naar schatting ruim twaalf jaar terug. En dat bovenop die wankele stapel voorgenomen fotoalbums en -boeken nu dus ook nog eens een digitale berg van 24.000 ongesorteerde foto’s is uitgestort. En de natuurlijk buitengewoon ondankbare vraag of ik daar nou wel beter mee af ben.