donderdag 21 maart 2019

Afgezant der Renaissance







Voor het schattig kleine raadhuisje van Schoorl (anno 1601) staat een bijzonder beeld. Het lijkt in eerste instantie niet zo heel bijzonder. Bij oppervlakkige beschouwing zou je makkelijk kunnen denken dat het gewoon het dertiende klassiek geboetseerde standbeeld uit het dozijn is. De zoveelste bekende vaderlander uit vervlogen tijden, gevangen in brons. In een ontspannen, zelfverzekerde pose staat hij daar. Wijdbeens, alert, penseel en palet in de aanslag en gekleed volgens de mode voor beter gesitueerden uit een ver verleden. Een hoge kraag, een zwierige mantel, robuuste schouderstukken die aan een harnas doen denken, wijd geplooide en bloezende mouwen met nauwsluitende onderarmen, een pofbroek met beenwindsels om de kuiten en typisch middeleeuwse puntschoenen aan de voeten. Een baret op het hoofd. En alles van de fijnste stoffen en de duurste materialen. Nee, hier staat niet zomaar iemand. En dat klopt. Hier staat Jan van Scorel (1495 – 1562), waarschijnlijk de grootste vaderlander die Schoorl heeft voortgebracht. Een in zijn tijd beroemd, zeer gewaardeerd en baanbrekend kunstenaar. De eerste schilder die zich als kunstenaar beschouwde, een intellectueel als dichters en geleerden, en niet alleen de ambachtsman die de Middeleeuwen in de schilder zagen. Toonaangevend wegbereider van de Renaissance in de Nederlanden. In zijn geboorteplaats geëerd met dit standbeeld. Klassiek geval, duidelijk.
Bekijk je het beeld wat beter, en van wat dichterbij, dan zie je al snel dat die adellijke kleding, die dure en fijne stoffen en materialen zo duur en fijn niet zijn. De pofbroek is opeens een stuk autoband, de bloezende plooien van de mouwen lijken verdacht veel op een in stukken geknipte tuinslang, de schouderstukken zouden wel eens het deksel van een plastic vuilnisemmer kunnen zijn, het vest een rieten mand. Dit zo klassiek aandoende beeld is geheel opgetrokken uit afvalmateriaal en alledaagse gebruiksvoorwerpen. De kunstenaar heeft het een en ander bij elkaar gezocht, het tot een geheel geassembleerd en in brons gegoten. Dat het nu evengoed klassiek oogt komt een beetje door dat brons natuurlijk, maar zeker ook doordat de kunstenaar haar materiaal heel goed gekozen heeft en er bijzonder mooi de juiste sfeer van zo’n adellijke dracht mee weet op te roepen. Erg knap.
Elly Baltus, heet deze kunstenaar, geboren in 1957 in Bergen, en het beeld van Jan van Scorel was het eerste dat zij in deze stijl maakte. Kennelijk viel het in de smaak en was ze er zelf ook blij mee want er volgden er meer, zoals Vrouwen in het verzet, in Heerhugowaard, Jan van Heemskerck in Heemskerk en Jan Jansz Weltevree in De Rijp. Behalve met beelden is Elly Baltus internationaal bekend geworden met haar eigenwijze ontwerpen voor penningen, waarin ze de grenzen van het klassieke gegeven van de penning opzoekt, en combineert met elementen uit de moderne tijd waarin we nu leven, zoals elektronica bijvoorbeeld. Grofweg hetzelfde uitgangspunt dus als we in het beeld van Jan van Scorel zien. Zelf zegt Elly Baltus daarover: ‘We kijken vanuit het heden, met onze mogelijkheden en kennis, naar een historisch figuur die in zijn tijd ook modern was.’
De pose die Van Scorel aanneemt, op zijn sokkel voor het raadhuis, is ontleend aan een schilderij dat aan hemzelf is toegeschreven: Het portret van een jonge scholier, geschilderd in 1531. Op dit schilderij zien we een twaalfjarige jongen, alert en zelfverzekerd met pen en papier in de aanslag staan. Met ook nog net zo’n baret. Op het papier heeft de jongen een notitie gemaakt: Omnia dat Dominus, non habet ergo minus. We zien het papier van de achterkant dus het staat er in spiegelbeeld. Het betekent: Alles geeft de Heer, toch heeft Hij niet minder. Onder de scholier staat nog een Latijnse tekst: Quis dives qui nil cupit pauper avarus. Oftewel: Wie niets verlangt is rijk, de vrek daarentegen is arm. Stichtelijke teksten die verklappen dat Van Scorel behalve schilder en tekenaar, kunstenaar, geleerde en intellectueel ook een religieus man en een filosoof was. Hier staat, met andere woorden, waarlijk een afgezant der Renaissance.

Eerder gepubliceerd op samenuitenthuis, weblog van een wandeling langs het Groot Frieslandpad, in de rubriek Kunst onderweg.

woensdag 13 maart 2019

Het geheim van de Alexanderflat






Op de hoek van de Zeeweg en het Van der Wijckplein in Bergen aan zee staat sinds 1958 de Alexanderflat. De bouw ervan is de geschiedenis ingegaan als het definitieve einde van de blijkbaar ooit nagestreefde kleinschaligheid voor Bergen aan zee, en wordt genoemd als één van de oorzaken dat er nooit echt een centrum is ontstaan, waardoor het dorp een ongestructureerd en rommelig karakter kreeg. Ik praat hier de Dorpsraad na, dat spreekt. De flat telt vier verdiepingen met vakantieappartementen en is er één uit twee of misschien wel meer dozijn. De enige reden het er hier over te hebben is de zijgevel.
De flat lijkt als door twee boekensteunen te worden bijeengehouden door de zijgevels, opgemetseld uit basaltblokken zoals die ook gebruikt worden om golfbrekers mee op te werpen. Een knipoog van de architect allicht naar de op steenworp afstand liggende zee. Een idee dat aardig uitpakt want doordat de basaltblokken onregelmatig van vorm en grootte zijn, ontstaat er een speels metselwerk dat om vele middelpunten lijkt rond te draaien. Gelijk de zee rond een golfbreker kan doen.
De zijgevel aan de kant van de Zeeweg blijkt bovendien, bij beter kijken, voorzien van een wandreliëf. Er worden twee spelende of dansende figuren uitgebeeld, kinderen misschien. Eén staat er op de handen, de ander staat ernaast te juichen of te zwaaien of anderszins. Je moet inderdaad echt beter kijken anders zie je ze zo over het hoofd, de figuren zijn bijna onmerkbaar in het patroon van de gevel meegemetseld, ze steken alleen iets naar voren, de schaduw verraadt ze. Maar alleen de schaduw. Een bordje met nadere inlichtingen over maker, opdrachtgever of jaar van ontstaan is nergens te vinden, al lopen we er een rondje voor om de flat.
Op internet zijn de figuren zelfs helemaal onopgemerkt gebleven. Nergens is een schaduwrandje van informatie te vinden over wie de kunstenaar is, of zelfs maar de architect van het gebouw. Hoe en waar we ook zoeken, het blijft in nevelen gehuld. Uiteindelijk vinden we een webpagina van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.. waar ze het ook niet weten. Waar zelfs een oproep gedaan wordt, aan eenieder die meer weet over het reliëf en zijn kunstenaar, die kennis te delen.
Tot nader order houden wij het er daarom op dat hier een metselaar aan het werk is geweest, halverwege de jaren vijftig, die eigenlijk een toekomst als kunstenaar voor zichzelf had gewenst maar noodgedwongen in de bouw terecht was gekomen. Er moest brood op de plank tenslotte, hij had een vrouw en twee kinderen thuis. In de bouw was nog altijd werk genoeg, zo kort op de oorlog. Een carrière in de kunst zat er voor hem niet in. Maar hier, op de zijgevel van de Alexanderflat, had hij zijn kans schoon gezien. Al metselend aan de rechter zijgevel had hij gemerkt wat een speels beeld het metselen met de onregelmatig gevormde basaltblokken opleverde. Voor de linker gevel had hij heimelijk besloten zijn fantasie de vrije loop te laten en de wereld te laten zien dat hij meer was dan een metselaar. Hij was dan misschien geen Da Vinci, zijn ambitie was er niet minder om. Bergen was een kunstenaarsdorp, hier zouden ze hem begrijpen. Waarderen misschien zelfs. En zo had hij zijn kinderen vereeuwigd, spelend en dansend in een ter plekke uitgedokterd wandreliëf.

Eerder gepubliceerd op samenuitenthuis, weblog van een wandeling langs het Groot Frieslandpad, in de rubriek Kunst onderweg.

donderdag 7 maart 2019

Jonas en de walvis






Als we Bergen aan zee inrijden en het strand naderen, en daarmee het beginpunt van onze langeafstandswandeling voor de komende maanden, zien we midden op de rotonde bij het zeeaquarium een beeld staan. Of beter gezegd, we zien het niet staan. We zoeken een parkeerplekje, we vergewissen ons ervan dat dat gratis is deze tijd van het jaar, we gorden onze rugzakken om, trekken de wandelschoenen aan en gaan op zoek naar een geschikte gelegenheid om de dag te openen met een kop koffie.
Zo vergaat het de kunst in de openbare ruimte. Het staat er wel, maar we zien het niet. Niet echt. We geven geld uit aan een museumjaarkaart, of aan entree voor het museum, om daar kennis te nemen van het tentoongestelde, maar de kunst die dagelijks gratis te bezichtigen valt op straten, pleinen en rotondes, daar lopen en rijden we achteloos aan voorbij. Omdat we te druk zijn met iets anders.
Dat is jammer denken wij, het staat er niet voor niets tenslotte, en we besluiten ons leven te beteren. Te beginnen met het beeld op de rotonde bij het zeeaquarium in Bergen aan zee.
Het heet Jonas en de walvis, staat op het bordje in de van kinderhoofdjes gemetselde sokkel, en het is van Nic Jonk (1928 – 1994). Die kennen we wel, die naam. Op onze wandeling langs het Noordhollandpad, vele jaren geleden, passeerden we zijn beeldentuin in Grootschermer. Ook tamelijk achteloos overigens. We denken aan voluptueuze maar tegelijk sierlijke beelden, glimmend zwart, met veel ronde, vaak ook vrouwelijke vormen. Figuratief en toegankelijk. Dat is dit beeld ook. Bij heel slordig en oppervlakkig kijken zou je een soort van boom kunnen zien maar nadere beschouwing levert al snel een menselijke figuur op, in verstrengeling of worsteling met een grote vis. De groep bollen daaronder zal het schuim op de golven van de zee verbeelden.
Jonas en de walvis. Een bekend verhaal, zou je zeggen, maar bij ons is het een beetje een klok en klepel verhaal. Eerlijk gezegd kennen wij het vooral van het oeroud kinderliedje dat onze ouders voor ons zongen: Toen Jonas in de wallevis zat, van je één.. twee.. drie! Daarbij werd je dan aan handen en voeten opgetild in de maat tussen je ouders heen en weer geslingerd. Bij drie werd je losgelaten en plonsde je in het zwembad, of plofte je op bed. Net als bij veel andere kinderliedjes had je geen flauw idee waar het over ging. Kinderen slikken veel voor zoete koek. Het blijkt dus een bijbelverhaal te zijn. Noem ons onwetend zo u wilt, wij wisten het inderdaad niet. Wij zijn niet erg bekend met de bijbel. Dus.
Jonas, of Jona, was een profeet die van God de opdracht kreeg de bevolking van de stad Ninevé, het huidige Mosul in Irak, een ultimatum te stellen. Wanneer zij hun de Heere onwelgevallige manier van leven niet binnen veertig dagen zouden veranderen zou Zijn toorn hen treffen en zou hun stad worden verwoest. Jonas voelde niet zoveel voor deze taak en maakte zich per schip in tegengestelde richting uit de voeten. Dit bleef uiteraard niet onopgemerkt bij zijn opdrachtgever, we hebben het hier wel over God tenslotte, en die achterhaalde hem met een flinke storm, waarin het schip met man en muis dreigde te vergaan. In een schuldbewuste poging in elk geval de bemanning van het schip van de ondergang te redden besloot Jonas overboord te springen en zijn leven in de golven te offeren. Dat was nou ook weer niet helemaal de bedoeling van God, aan een dode profeet had Hij ook niet veel, en zo kwam het dat Jonas door een grote vis werd opgeslokt en aldus van de verdrinkingsdood gered. Drie dagen en drie nachten zat hij daar opgesloten voor hij door de vis weer werd uitgespuugd. Dat zal de herkomst van het één, twee.. drie! ritueel uit het kinderliedje zijn, vermoeden wij. Jonas, tot inkeer gekomen tijdens zijn eenzame opsluiting, meldde zich alsnog met zijn onheilspellende boodschap bij de inwoners van Ninevé, die het reuze goed opnamen en hun levenswandel welwillend aanpasten, waardoor hun stad werd gespaard. Niet helemaal tot in de eeuwigheid trouwens want vanaf halverwege de 19e eeuw werd de stad al als een ruïne uit het woestijnzand opgegraven en nog onlangs werd uit hoofde van weer een andere God het nodige onwelgevallig cultuurgoed kort en klein geslagen door Islamistische Staat. Ondoorgrondelijk, wat u zegt.
Nic Jonk heeft Jonas niet ín de walvis afgebeeld. Zo letterlijk heeft hij het verhaal kennelijk niet willen nemen. In zijn beeld wordt Jonas door de vis over de golven des doods gedragen en zo in veiligheid gebracht. De vis moeten we dan zien als het symbool van Jezus en het christelijk geloof, zoals je dat wel eens achterop auto’s ziet geplakt. Veilig onderweg met Jezus. Ook Jonks Jonas heeft zijn arm vol vertrouwen om de vis, zijn God, geslagen. Zo heeft de kunstenaar gekozen voor de diepere betekenis van het verhaal.
We lezen dat Nic Jonk, naast zijn eigen leefwereld, graag koos voor bijbelse en mythische taferelen en dat hij, zoekend naar de perfecte uitbeelding ervan, vaak meerdere versies van één tafereel maakte. Zo zijn er acht verschillende versies van Jonas en de walvis bekend, die onder meer te zien zijn in de straten van Amsterdam, Eindhoven, Tilburg, Heerlen, Vlaardingen en in het museum Beelden aan zee in Scheveningen.
Het beeld in Bergen aan zee werd geplaatst in 1977. Aanvankelijk stond het dichter bij strand en zee en had het de branding en de golven als gepaste achtergrond, maar toen het na een storm in 1990 gevaarlijk dicht op het randje van de duinen kwam te staan, werd het verplaatst naar waar het nu staat, op de rotonde bij het zeeaquarium.

Eerder gepubliceerd op samenuitenthuis, het weblog over de wandeling langs het Groot Frieslandpad, in de rubriek Kunst onderweg.