woensdag 18 december 2019

Komt tijd






En wat doe jij? Nog altijd een populaire gespreksopener op feesten en partijen en ander sociaal ongemak waarbij je mensen ontmoet die je nog niet kende. En die jou nog niet kennen. Ik heb me altijd een beetje ongemakkelijk gevoeld bij die vraag. Wat doe jij voor werk, wordt daar dan namelijk mee bedoeld. Tja. En het gewenste antwoord, zeker bij mannen onder elkaar, is meestal een vrij uitgebreide samenvatting van een succesvolle, opwaartse en goedbetaalde carrière van drukke banen en bloeiende ondernemingen, tachtig-urige werkweken met uitlopers naar leaseauto’s, droomhuizen en slimme hypotheken. De keren dat ik er in het verleden dan met enige trots uitflapte dat ik fulltime huisman was, en de hele week voor de kinderen zorgde, in de veronderstelling dat dat ook een bijdrage aan het gesprek was, bleef die mededeling een tijdje in een met ongemakkelijke stilte gevulde lucht hangen, werd er minzaam geglimlacht, wilde iemand nog wel eens opmerken dat hem dat ook wel wat leek, de hele dag thuis lekker ontspannen niks doen, waarna het onderwerp uitputtend behandeld werd geacht en er op voetbal kon overgeschakeld. Zo kwam ik van lieverlee steeds vaker en met meer plezier in de dameshoek terecht, waar mijn verhalen wel in vruchtbare bodem vielen. Dat was een mooie tijd. Maar inmiddels zijn mijn jongens al heel lang niet klein meer en moet ik mij in voorkomende gevallen zowel bij de dames als bij de heren dus weer zien te redden met een aarzelend bijeen gestamelde bouwval van artistiekerige projekten, huiselijke verplichtingen en ander onbetaald ongeregeld. Een anti-carrière, feitelijk. Zelf ben ik er nog steeds niet ontevreden mee, integendeel, maar het ongemak bij de vraag lijkt ingesleten en zo volautomatisch op te starten dat het langzamerhand is gaan wennen. Toch lijkt aan het probleem nu een eind te gaan komen. Al twee keer werd mij de afgelopen weken de vraag gesteld: werk jij nog?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten