maandag 15 oktober 2018

Herfstgeluiden






Hoeveel warmterecords er ook gebroken worden deze dagen, hoe zomers er ook op terrasjes wordt gezeten, het goede leven hedonistisch gevierd, zorgeloos gedanst op de vulkaan.. het is wel gewoon herfst en die heeft weer heel wat te koop. Ook bij ons in de straat. Een rijtje esdoorns dat de gemeentelijke kapbrigades tot nog toe heeft weten te ontduiken, heeft een groot gedeelte van de stoep en de rijbaan bedekt met een zacht verend, oranjebruin tapijt van afgevallen en rondwaaiend blad en miljoenen helikoptertjes, zoals we die vroeger als kind altijd noemden. Als je er twee handenvol van omhoog gooide, kwamen ze wiekend als helikopters weer naar beneden.
In de tuin gaat dat komend voorjaar zeker weer heel wat werk opleveren want het zaad van de esdoorn is zeer, zeer vruchtbaar. Ik zeg weleens schertsend tegen wie het maar horen wil dat zo’n neerdwarrelend vleugeltje al wortel begint te schieten voordat het goed en wel de aarde raakt, maar waarschijnlijk is dat eigenlijk gewoon nog waar ook. Als de winter op zijn eind loopt schieten de jonge esdoorns in groten getale overal op. In alle perken te buiten, potten en plantenbakken, in alle kieren en spleten en gaten, of er nou aarde ligt of niet. Honderden gezellig rode steeltjes, met ieder twee langwerpige, zich hoekig ontvouwende kiemblaadjes, die de eerste dagen het helikoptervleugeltje nog als een koddig hoofddeksel blijven dragen. Zoals je opa ze vroeger wel op je neus heeft gezet. Als je die niet met emmers tegelijk uit de grond trekt, verandert je tuin al snel in een dicht woud van esdoorns.
Maar goed, zo ver is het nog niet, want nu is het nog herfst. Met waaierige dagen af en toe, zoals vandaag. En zo wil er wel eens een blaadje of helikoptertje mee naar binnen waaien, de gang in, en de woonkamer. Zelf heb ik daar geen problemen mee, wat maakt het uit tenslotte, maar andere mensen denken daar anders over. Die kunnen dat niet aanzien, al dat blad dat maar zo in de wind over straat danst. Die willen dat niet op hun oprijlaan, die willen dat niet op hun stoepje of hun keurig gemaaid gazon.
Vandaar dat de overbuurman al de hele ochtend met zijn bladblazer staat te loeien. Tot en met het laatste blaadje heeft hij zijn stoepje, zijn oprijlaan en zijn gazonnetje schoon gebruld, maar nog altijd is het blijkbaar niet goed genoeg. Met onverminderd enthousiasme heeft hij zich inmiddels op de stoep en de rijbaan gestort, met oordoppen op tegen zijn eigen geraas. Een flinke hoop bladeren blaast hij zo voor zich uit, wat nog niet meevalt, tegen de wind in. Ik zie en hoor het met lede oren aan en vraag me af knarsetandend af of hij misschien van plan is de hele straat, de hele stad, het hele land leeg te blazen, met zijn mannending.
Een buurvrouw van verderop ondertussen, probeert zich, de handen ferm in de zij geplant, boven het geluid uit verstaanbaar te maken. Of buurman ook nog van plan is zijn honderdduizend bladeren op te vegen, wil zij wel eens weten. Omdat, als hij dat niet doet, het straks allemaal bij haar het pad op waait. Buurman lacht haar vriendelijk toe en zwaait wat met zijn brulboei, in de veronderstelling misschien dat buurvrouw hem waarderend toespreekt, maar zo makkelijk komt hij niet weg. Teleurgesteld zet hij zijn machine uit, zijn oordoppen af en gaat het gesprek aan met buurvrouw. Die luid en duidelijk vindt dat hij de bladeren op hoort te ruimen. Zoals zij dat ook altijd doet: over het hek van het schoolplein, waar de bomen staan. Dáár komt de rotzooi tenslotte vandaan.
Er ontwikkelt zich een lang gesprek, waar ik verder geen zin meer in heb. De bladblazer doet er in elk geval de rest van de dag het zwijgen toe. En de wind blaast de honderdduizend bladeren weer vrolijk dansend terug door de straat. Zoals het hoort.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten