zondag 19 november 2017

Met bezwaard gemoed





Onze zonen hadden ons niet gemist trouwens, in de herfstvakantie, al waren ze de hele week op zichzelf en elkaar aangewezen geweest. Totaal niet, zelfs. Nou ja, zo gek is dat niet natuurlijk, voor jongens van achttien en negentien. Die kijken hooguit rond etenstijd eens wat verstoord op, waar het blijft – oh ja, fuck, daar moeten we zelf voor zorgen – en voor de rest is het alleen maar lekker rustig. Je hoopt iets anders misschien, als vader, maar zo staan de zaken er voor op die leeftijd. Dat snap ik heus wel. Dat herinner ik me heus wel. Zelf was ik met achttien de deur al uit, met achterlating van de hele klotezooi, om er al heel gauw nooit meer terug te komen, dus ik mag nog in mijn handjes knijpen, met mijn trouwe kinderschaar.

Wat wél een beetje gek is, is dat ik mijn zonen óók niet gemist heb. Totaal niet zelfs, zou ik bijna zeggen. Dát is wel een beetje gek. Zo ken ik mezelf niet. Ik ben altijd een watje geweest, op dat gebied. Zeker toen ze nog klein waren, liet ik ze niet anders dan met bezwaard gemoed achter in de zorg van iemand anders. Al was het hun eigen moeder, mijn vrouw. Maar ook later doolde ik met mijn ziel onder mijn arm door de dagen tot ze er weer waren. Of was ik blij dat ík weer thuis was. Ik heb me altijd incompleet gevoeld wanneer ik voor langere tijd van één of meer gescheiden was. Maar deze keer dus niet. Het klinkt harteloos, in elk geval in mijn eigen oren, en ik durf het nauwelijks op te schrijven zo schuldig voel ik me erover, maar ik vond het wel lekker rustig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten