Pagina's
dinsdag 16 december 2025
Op zolder
Nou is het toch al half december, en nou zit er vanmorgen nog steeds een versufte wesp zielig tegen het dakraam aangekropen. Je zou toch verwachten dat die nu inmiddels allemaal wel eens een keertje dood en verdwenen zouden zijn. Zo hoort het immers te gaan, volgens het boekje. Jonge koninginnen verlaten het nest om te paren, ergens te overwinteren en in het voorjaar opnieuw te beginnen, de rest van het volk sterft uit, verhongert, vreet elkaar op, nest blijft verlaten achter.
Wij hadden deze zomer een wespennest op zolder, vandaar. Al drie jaar achtereen hebben wij een wespennest op zolder. Je mag aannemen ieder jaar een ander, want dat lees je ook, in dat boekje, dat ze hetzelfde nest geen tweede keer gebruiken. Maar ja, drie jaar achtereen. Op zolder. Is dat dan toeval? Voor hetzelfde geld, de evolutie staat niet stil, bovendien zijn wespen niet achterlijk, voor hetzelfde geld zijn die zich af gaan vragen wat het eigenlijk voor zin heeft elk jaar weer helemaal van voren af aan opnieuw te beginnen, als hier, op deze fijne, overdekte zolder nog een prima nest hangt? Waar je niks aan hoeft te doen. Waar je zó in kan.
Drie jaar achtereen hetzelfde verhaal. Eerst, in het voorjaar, zie je ze alleen nog buiten. Vliegen ze af en aan onder de dakpannen. Dan, ergens naar de zomer toe, hebben ze ook een route binnendoor gevonden en vliegt er een onafgebroken file wespen van het zolderluik naar het dakraam. Nooit de andere kant op trouwens. Zolang het dakraam open staat, is er weinig aan de hand, dan vliegen ze over het algemeen rechtstreeks naar buiten. Is het dakraam gesloten dan kan het zijn dat je bij het opstaan, of bij thuiskomst, een stuk of twintig wespen verwoed tegen het glas op en neer hoort zoemen, op zoek naar de uitgang waarvan ze weten dat die er moet zijn. Waarvan ze weten dat die er gisteren nog was. Wespen zijn niet achterlijk. Nog steeds niks aan de hand, met een lange stok duwen we het dakraam open en na vijf minuten heeft zelfs de onhandigste wesp het luchtruim weer gevonden. Dan, het wordt herfst, begint het grote sterven. De wespen worden steeds trager, vinden de weg naar buiten steeds moeizamer en uiteindelijk vind je ze overal. Op de grond, op het wasrek, op het bureau, in de kast, op de trap, op de vensterbank. Maar vooral op de grond. Dubbelgevouwen, de pootjes devoot tegen de borst, de vleugels nog altijd schuin omhoog. Dood. Dat wil zeggen, meestal dood. Bijna altijd dood. Een enkeling kruipt met een laatste krachtsinspanning nog radeloos rond, dus op blote voeten of op sokken moet je wel even uitkijken dat de allerlaatste krachtsinspanning niet net in jouw voet gezet wordt. Maar verder geen probleem. Wespen zijn een nuttig onderdeel van de biodiversiteit en een waardevolle schakel in het ecosysteem en al die drie jaar is er niemand gestoken hier in huis. Leven en laten leven, is het devies.
Het enig nadeel is dat je de zolder niet meer op kunt. Dat zouden de wespen dan toch wel eens als huisvredebreuk op kunnen vatten en daar sta je dan, op je wankele laddertje. Niet dat ik nou dagelijks de zolder op moet, het is maar een kleine zolder en het is niet voor niks een zolder: er staan voornamelijk zaken waarvan wij al jaren geen idee meer hebben dat ze er staan. Maar goed, de afgelopen jaren kwam het er niet van, deze herfst, geloof het of niet, had ik mij dan toch voorgenomen, als onderdeel van een positieve agenda en in het kader van het grote ontspullen, ook de zolder maar eens onder handen te nemen. Maar ja, het is nu half december, en er zit er vanmorgen nog steeds een versufte wesp zielig tegen het dakraam aangekropen.
Ik schreef hier al eens eerder over wespen, en wat een wonderlijke dieren het zijn. Lees bijvoorbeeld Wespenkoningin. Of In De Wespenval.
vrijdag 12 december 2025
Uit de doos
Normaalgesproken zou ik niet, nee, zou ik nooit, in een telefoonwinkel terecht zijn gekomen. Van telefoonwinkels heb ik altijd het vage en waarschijnlijk onterechte idee dat er iets niet aan klopt. Ik weet niet waarom. Misschien omdat ik er nog nooit één binnen ben gelopen, dat zou kunnen. Onbekend maakt onbemind. En ik heb niet veel met telefoons. Mijn afkeer van het heilig schermpje, zeker bij andere mensen, wordt steeds groter, dat is het ook. Maar nu stond ik er dan. In een telefoonwinkel. Samen met een vriendin die iets nodig meende te hebben, voor haar telefoon.
Er waren geen andere klanten, er hing een serene rust in het winkeltje. Er was alleen de meneer die in ledigheid achter de toonbank stond. Het was, zoals volgens mij in de meeste telefoonwinkels, een meneer uit zuidoostelijker streken, met zachte ogen en een zwarte baard. Aan de muren en in de schappen hingen en lagen allerlei in hard plastic verpakte kostbaarheden waarvan ik niet één twee drie kon zien wat het was, maar het waren geen telefoons.
Mijn vriendin zocht een houder, die ze in haar camper ergens aan kon bevestigen, met een knijper of iets, zodat ze televisie of netflix kon kijken zonder de hele tijd haar telefoon vast te hoeven houden. Precies zo’n ding, wees ze, als daar boven de toonbank zat geklemd. Die was van de meneer zelf, glimlachte hij, maar hij zou eens kijken. Hij liep zijn winkel in, keek eens halfslachtig aan een rek maar schudde al snel zijn hoofd. Nee, die had hij niet meer. Maar, wilde hij de beroerdste niet zijn, dan verkocht hij haar de zijne wel. Voor twintig euro, omdat hij al uit de doos was.
Nou, dat vond mijn vriendin heel lief, maar wel een beetje duur. Nee, twintig euro wilde ze daar niet voor betalen. Vijftien wel. Misschien werd ze geïnspireerd door het feit dat het een zuidoostelijke meneer was en de aanname dat die wel eens wat afdingen gewend zou kunnen zijn. Maar nee, bleef de meneer vriendelijk glimlachen, twintig euro was de prijs. Eigenlijk vijfentwintig, maar ja, uit de doos.
Er viel een korte stilte.
Ik was de situatie inmiddels al ongemakkelijk gaan vinden, ik ben niks gewend. Ik houd niet van afdingen, niet van onderhandelen en ik houd niet van nee zeggen. Ik koop m wel voor je, zei ik dus, als kerstcadeautje. Daar wilde mijn vriendin dan ook weer niks van horen, nee zeg, ze kocht m zelf. Zonder verder morren pinde ze twintig euro. De meneer bleef al die tijd vriendelijk glimlachen en wenste ons een fijne dag.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
