vrijdag 17 mei 2019

Een oude bekende






Voor het eerst in toch alweer iets te lange tijd maak ik mijn vaste ochtendwandeling. Het is niet dat ik daar geen zin meer in heb, of dat ik het niet meer nodig zou hebben, verre van dat. Er staan gewoon steeds andere dingen op het programma. Het leven raast ook maar gewoon door nietwaar. Tja, wat doe je eraan.
In elk geval, ik ben weer op ochtendwandeling en er is nogal wat veranderd sinds de laatste keer, merk ik op. Uiteraard is er nogal wat veranderd, dat haalt je de koekoek. Er is een volle maand lente overheen gegaan, dat wil wel. Waar de vorige keer alles nog kaal, woest en ledig was, springt het nieuwe leven me vandaag overal vandaan tegemoet. Een wellustig fris, jong groen kleurt bomen en struiken waar je kijkt. Bermen staan botergeil in bloei met enorme bossen fluitekruid en koolzaad, boterbloemen, pinksterbloemen, paardebloemen en allerhande anders dat ik zonder boekje niet weet te benoemen. De meidoorn bezwijkt zo hier en daar bijna onder de bloemenvracht. Nieuw riet schiet op in de boerensloot. Waar ik trouwens nog veel meer nieuw leven in zie. Een moeder eend paradeert trots met een sliert pulletjes in haar kielzog, een meerkoet duikt onduidelijk voedsel op voor twee kleintjes, die ondanks hun pluizigheid eigenlijk weinig aandoenlijks hebben, valt mij altijd op. Ik zie een weide vol ganzen die al hun pullen in een soort kinderopvangsysteem bij elkaar hebben gedreven. Zij voeden hun kinderen op volgens het Afrikaans spreekwoord: It takes a village to raise a child. Als ze mij zien aankomen, met mijn camera, maken ze zich groepsgewijs waggelend en gakkend uit de buurt, de kinderschare veilig in het midden. Opvliegen, wat ze normaalgesproken doen, is er voorlopig even niet bij. Opvallend genoeg blijven vijf ganzen achter, die zich gezamenlijk met één jong bezig staan te houden. Er worden hartige woorden gesproken, die ik jammer genoeg niet kan verstaan. Al kan ik me er, door de wol geverfd als vader van drie en opa van twee, wel iets bij voorstellen.
Verderop kom ik drie eendenpullen tegen waar geen enkele volwassen eend zich om lijkt te bekommeren, ik zie er niet één tenminste. Moederziel alleen klitten ze piepend bij elkaar in de sloot. Braaf vluchten ze steeds een eindje voor me uit, zoals ze dat van moeder geleerd hebben waarschijnlijk, maar na een tijdje geven ze dat op en blijven ze maar wat liggen. Het kan mijn vaderhart zijn natuurlijk, maar het lijkt er zelfs een beetje op dat ze hoopvol naar me op kijken. Of ik misschien weet waar hun moeder is. Of ik ze misschien kan helpen. Maar ja.. nee.. wat moet ik doen? Wat kan ik doen? Niks natuurlijk. Zo gaan die dingen. Met bezwaard gemoed loop ik door.
Mijn humeur klaart weer wat op als ik plotseling een oude bekende zijn rondjes door het luchtruim zie zweven. Het is de bruine kiekendief die ik vorig jaar al regelmatig rond zag vliegen en waarvan ik geheel zelfstandig had geconcludeerd dat het een bruine kiekendief was. Daar was ik toen best trots op en sindsdien ben ik hem als oude bekende gaan beschouwen. Hij mij niet, uiteraard. Al liet hij zich vrij regelmatig zien. Nu was hij dus weer terug van blijkbaar weggeweest, want dat het een trekvogel was wist ik dan weer niet. Ik weet heel veel niet. Ik ben blij met het weerzien en hoop hem dit jaar nog beter en van dichterbij te zien te krijgen. Nu kijk ik hem na, hoe hij in glijvlucht zijn koers verlegt. Schitterend, vind ik het. Dan dringt het opeens tot mij door dat hij in de richting van mijn drie eendjes glijdt. En dat hij niet voor niets kiekendief heet. Ik houd mijn hart vast. Gelukkig heb ik geen verrekijker bij me.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten