vrijdag 5 december 2014

Haven, vissersboot, vuurtorenlicht



Zijlstra. Ja. Ik weet eigenlijk nooit zo goed wat ik daar nou echt van vind. Wel wat ik ervan móet vinden want onlangs kreeg hij nog de Dirk Witte Prijs uitgereikt, voor zijn hele oeuvre maar meteen, dus dat is wel duidelijk en dat bedoel ik dan ook niet. Een eigen mening, dat ligt moeilijker.
Okay..
Ik vind het wel een leuke man, geloof ik. Een eigenwijs sujet. En een grappig verschijnsel, zo’n voormalige zeebonk die jazz heeft gestudeerd, trompet speelt en eigentijdse liedjes zingt over de zee, en Durgerdam. Goeie stem ook. Heel eigen geluid, ongepolijst. Authentiek. Helemaal Zijlstra, om het op zijn Noordhollands te zeggen. Best een lekker liedje, denk ik vaak, als ik wat hoor langskomen. Pakkend. Heel eigen geluid, ongepolijst. Authentiek. Helemaal Zijlstra. Maar een andere keer heb ik het ook wel weer eens even een beetje gehad met dat eeuwige zout en zand en zee. Haven, vissersboot, vuurtorenlicht. Denk ik trouwens ook wel eens (ik durf het bijna niet te zeggen): en wanneer ga je dat liedje nou afmaken? Qua tekst?
Tja.
Maar wel benieuwd genoeg om een concert te bezoeken. Tuurlijk. Leuk!
In Wieringerwaard, praktisch geboortegrond voor Zijlstra, had het Witte Kerkje iets te vieren, vertelt de dame van het organiserend comité voor aanvang onwennig in de microfoon. En toen had iemand dus de naam Zijlstra laten vallen. Zijlstra.. ja.. hadden ze toen gedacht.. ja.. daar hadden ze toch eerst eens een cdtje van op moeten zetten.
Zijlstra zelf staat het allemaal geduldig aan te horen, in de tochtige gang van het kerkje. Het is koud buiten. Echt november. Hufterig Sinterklaasweer. Maar het kerkje zit stampvol. Leuke man, die Dirk Witte, zal hij daar straks een grapje over maken.
Het bestuur, vervolgt de dame van de organisatie haar succesverhaal, was wel verbaasd geweest dat er zó enorm veel belangstelling was, voor Jeroen Zijlstra. Nog nooit was het namelijk zó druk geweest, in het kerkje. Dát hadden ze niet verwacht.
Zijlstra staat nog altijd in het gangetje van de kerk, waar hij straks, na de voorstelling, zijn cd’s zal verkopen. Hij wacht tot de dame is uitgesproken. Hij overziet zijn publiek. De gemiddelde leeftijd ligt behoorlijk hoog. Beschaafd, aandachtig publiek. Nu al, voor de dame van de organisatie. Een rolstoel hier en daar. Dames met brillen en praktisch haar. Grijze, kort maar gedekte of kalende mannen. Het wordt een middag over erotiek, zal hij daar straks een grapje over maken. Kunnen ze wel hebben. Er zal beleefd om worden geginnegapt.
Een huishoudelijke mededeling, heeft de dame van de organisatie nog, en die betrof de pauze. Daarin zouden de vrijwilligers van het comité lángskomen met de koffie, de koekjes en de thee. Dan kon iedereen dus óp zijn plaats blijven zitten. Dat was, had de organisatie gedacht, het makkelijkste. Als iedereen zélf zijn koffie of thee zou gaan halen, zoals normaal, zou het allicht een chaos worden, in dat kleine gangetje, met zoveel mensen.
Dan is het zover, de voorstelling kan beginnen. Zijlstra loopt door het kerkje naar voren, neemt het altaar met een sprongetje, pakt zijn trompet en speelt een gedragen intro. Het is muisstil in de kerk.
Hij zingt een eerste lied, a capella. Over het afscheid van het vissersbestaan, gaat het. Een motto, lijkt het. Mooi, klinkt het, die hoge, hese stem, breekbaar in de devote stilte. Wat een mooi begin, ik ben al bijna om. Een vrolijk doordenderend liedje over Kappie, de dappere stripheld van weleer en Marten Toonder, trekt me verder over de streep. Pêp pêp.
Zijlstra is in zijn eentje vanmiddag, zonder band. Zelf moet hij er ook weer een beetje aan wennen. Het is de schuld van die andere Zijlstra, Halbe, zegt Zijlstra. Met z’n bezuinigingen. Daardoor moet hij nu in dit soort kerkjes spelen. Wat een fantástisch kerkje, roept hij dan. Omdat het te laat is om nog op zijn tong te bijten.
Zijlstra begeleidt zichzelf op een elektrische piano. Is het niet te hard, vraagt hij maar even, voor de zekerheid. Of te zacht? Kan iedereen hem goed verstaan? Hij staat op en draait toch maar aan een knopje. Ja, zo is het beter. Voor één liedje verkast hij nogal omslachtig naar een andere piano. Een echte. Gedoe natuurlijk. Hij moet er het altaar weer voor af en over benen heen stappen, zorgen dat het snoer van de microfoon geen ongelukken maakt onderweg en als hij erachter zit, is hij voor niemand nog te zien. Dus dat is niks. En wie hoort het verschil? Maar ja, anders heeft het comité dat ding helemáál voor niks laten stemmen, nu hij zijn keyboard mee heeft. Applaus voor de pianostemmer, maakt hij er dan maar een grapje van.
Zijlstra zingt zijn liedjes, speelt piano, vertelt zijn anekdotes tussendoor. Over zichzelf op zee, de vissersboot, de Wieringen zoveel, doorspekt met jargon en zelfspot. Over bekende Nederlanders gaat het ook, en over het vak. De kerk hangt aan zijn lippen.
Zijn trompet komt er nog maar één keer, héél even aan te pas. Logisch natuurlijk, want je kunt meteen niet meer zingen én niet meer pianospelen, en alleen trompet.. daar komen de mensen niet voor. Jammer. Het had voor wat golfslag kunnen zorgen, op de kabbelende zee, om ook wat de beeldspraak betreft op bekend vaarwater te blijven.
Zijlstra zet een liedje stiekem opnieuw in, omdat het niet echt lekker gaat. Probeert eens een ander geluidje, op z’n keyboard, maar besluit op het laatste moment van toch maar niet. Breekt een liedje af, omdat hij het even helemaal kwijt is en het ook na een instrumentale zoektocht niet terugvindt. Buiten, achter de hoge ramen, valt de avond weer iets vroeger dan gisteren. Binnen blijft er met wat peertjes en een kaars te weinig licht over om Zijlstra nog echt goed te zien. Niemand vindt het erg. Het verhoogt vooral de intieme huiskamersfeer die er in het kerkje hangt.
Dan is het afgelopen. De dame van de organisatie bedankt Jeroen, Zijlstra is vanmiddag Jeroen geworden, voor zijn geweldige optreden. Hij krijgt een fles en drie zoenen. Het publiek vraagt om nog één keer Durgerdam. Maar Zijlstra wil eerst een biertje, in de consistorie staat een sixpack, heeft hij toevallig gezien. De dame van de organisatie vliegt al. Ondertussen vertelt Zijlstra van zijn nieuwste cd.
Zijlstra zingt nog één keer Durgerdam en doet dan goede zaken in het tochtige gangetje. Buiten is het koud, en donker. Hufterig Sinterklaasweer. In de auto zetten we het gesigneerde exemplaar van ‘Wieringer in Havana’ op. Het busje van de pianostemmer rijdt langs, en verdwijnt in de avond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen