vrijdag 1 augustus 2014

Silence is golden

Om de lange rit terug naar huis te breken, hadden zijn vrouw en de man ergens tussen uit en thuis een hotel gereserveerd. Voor een overnachting. Met een eigen kamer voor hun jongens. Een goedkoop hotel, want het kon ook te gek. Een zéér goedkoop hotel, was het zelfs geworden. In Lille.
Na een lange, warme dag in de auto draaiden ze tegen de avond hongerig en moe het omhekte parkeerterrein op. Rond de sobere ingang van het hotel zwermde een bont gezelschap van smoezelige kinderen, rokende en bierdrinkende mannen, en donker kijkende vrouwen van het type waarzegster op de kermis, in lange rokken, op slippers en met om het hoofd geknoopte doeken. Naast de entree stond een barbecue opgesteld. Daarachter een nauwelijks geschoren en buikige man in hemdsmouwen, met een indrukwekkende snor, die voor een blijkbaar vrij grote familie kippenpoten zat te grillen. De belendende picknicktafels waren overwoekerd met een zorgwekkende hoeveelheid leeggedronken halve liter blikken van een bedenkelijk biermerk.
Bij de koffieautomaat in de karige lobby stond een man met diepliggende, koolzwarte ogen, een ontbloot, gebruind en zéér gespierd bovenlijf en een glimmende, zorgvuldig in jaren vijftig model geboetseerde vetkuif met grote moeite zijn agressie te beheersen. Omdat de automaat zijn muntje niet wilde accepteren. Met geheven vuist bedreigde hij het apparaat, in stilte, met vreemde, vertraagde gebaren. Ondertussen adviseerde de receptionist zijn vrouw en de man desgevraagd, met een beleefd maar meewarig lachje, de bagage liever niet in de auto achter te laten, zoals ze dus van plan waren geweest.
Zowel het raam als de deur van de hotelkamer was voorzien van een achterdochtig robuuste kierstandhouder. Een bijbehorende sticker legde in twee talen uit dat het hotel niet aansprakelijk kon worden gehouden voor de gevolgen van het niet gebruiken daarvan.
Vroeg in de avond stopte onder hun raam een afgeleefd busje in een rare kleur. Er stapte een vrouw uit, ook weer van het waarzegsterstype, die jaren geleden al was opgehouden zich nog om haar figuur te bekommeren en zich daar niet voor schaamde. Op luide toon begon zij een larmoyant gesprek met de bewoners van de kamer onder hen, terwijl haar man zich buikig met snor en de armen over elkaar geslagen op de achtergrond hield. Het gesprek ging gepaard met weidse armgebaren, gefleem en een levendige mimiek, maar leverde blijkbaar niet het gewenste resultaat op want even plotseling als ze waren gekomen, vertrokken ze weer, met hun busje.
In de gang hing een geplastificeerd verzoek om stilte na 22:00 uur. Ook in twee talen. Silence is golden, stond erboven. Uit verschillende omringende hotelkamers stegen voortdurend harde maar onverstaanbare stemmen, verontrustende geluiden en zelfs uiteenlopende etensluchtjes op. De man had er een zéér hard hoofd in. Hij voorzag een lange, slapeloze nacht. En dat werd het ook. Om 22:00 uur was het stil, daar niet van. Maar de man kon de slaap niet vatten. Hij lag te lijden van het lijden dat hij vreesde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen