maandag 2 april 2018

Goed voornemen







Al kom je geen drie kilometer van huis, er valt van alles te zien en te horen, op zo’n ochtendwandelingetje. Je hoeft, wil ik maar zeggen, dus eigenlijk alleen maar de deur uit te gaan, en dan ben je er al. Er vliegt van alles voor je uit en over je heen en het is een leven van belang. Nou heb ik het geluk natuurlijk dat ik met vijf stappen het buitengebied in loop, waar vaak nog weer andere dingen te zien zijn dan in de bebouwde kom, met een wijdere blik ook nog, maar zelfs een wolkje kwetterende mussen in de heg van de buren kan het leven al de moeite waard maken als het moet.
Nog leuker is het natuurlijk wanneer je iets bijzonders meent te zien of te horen. Iets waarvan je meent te weten dat je dat niet zo snel of vaak te zien krijgt. Omdat het zo schuw is bijvoorbeeld, of zeldzaam, of zo klein en vlug. Omdat het bij jouw weten niet zo heel veel voorkomt in deze streek, of omdat je er gedurig van leest en hoort dat het er niet zo best mee voorstaat. Het wolkje mussen in de heg van de buren schijnt daar trouwens inmiddels ook toe te behoren, maar goed.
De eerste in de buitencategorie is vandaag een witte reiger. Met terugwerkende kracht gok ik op de grote zilverreiger, die ik hier in Noordholland niet vaak, maar wel steeds vaker zie. Wat klopt met de berichten dat ze het sinds enige tijd goed doen in ons land, wat dan ook weer te maken schijnt te hebben met veranderd beheer van de Oostvaardersplassen, maar uit veiligheidsoverwegingen ga ik daar verder niet op in.
Mijn witte reiger staat een heel eind verderop in een sloot en heeft mij waarschijnlijk al veel eerder gezien dan ik hem. Hoewel hij daar natuurlijk gewoon liep te vissen, lijkt hij zich achter de slootwal te verstoppen. Zijn lange, dunne en helwitte nek steekt nog een argwanend eindje boven het maaiveld uit, om mij in de gaten te houden. Verder is er niemand. Uiteindelijk neemt hij het zekere voor het onzekere en maakt zich superieur uit de wieken.
Wanneer ik weer door wil lopen, hoor ik een volgende bijzonderheid. Ik realiseer me trouwens dat ik dat al een tijdje hoor, maar nu luister ik er ook naar. Een grutto. Vergissen is uitgesloten omdat die zijn eigen naam roept. Tenminste, dat wordt beweerd. Ik sluit mij hier tegendraads aan bij Koos van Zomeren, die de roep van de grutto noteert als oo grut oo grut. Dat is precies wat ik hoor. Een wat zorgelijk oo grut oo grut. Niet ten onrechte, schijnt dat te zijn, omdat de ooit oer Hollandse weidevogel inmiddels min of meer met uitsterven wordt bedreigd. Er zijn oer Hollandse zaken waar meer lawaai over gemaakt wordt wanneer ze zelfs maar een beetje onder druk komen te staan, maar ook dat is een onderwerp waar ik uit veiligheidsoverwegingen beter niet over kan uitweiden.
Goed, nu ik een grutto hoor, zou ik hem ook wel willen zien, zo gaan die dingen, dus ik pas mijn route aan en loop in de richting waarin ik hem vermoed. Wanneer ik hem na een tijdje opnieuw hoor, is dat alweer een aardig eindje achter mij. Ik ben te ver gelopen. Ik ben vergeten stil te blijven staan, ik ben teveel aan het wandelen. Maar nu zie ik hem ook vliegen, dus ik verleg mijn koers opnieuw en keer op mijn schreden terug. Tot waar ik hem heb zien landen, tot waar ik niet verder kan komen. Aan de slootkant sta ik geduldig te wachten of hij nog eens op wil vliegen, iets dichterbij wil komen misschien. Maar nee. Ingespannen sta ik daar heel lang in de verte te staren naar een bewegend vlekje dat best een grutto zou kunnen zijn, maar evengoed iets anders.
Ik zie het er nog van komen dat ik één dezer dagen met een verrekijker van huis ga voortaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten