woensdag 14 maart 2018

Cirkels in het zand







Omdat we toch in Den Haag waren, met culturele bedoelingen, waaiden we tussendoor ook nog even aan op het Scheveningse strand. Dat vereiste enige moed, niet alleen omdat Scheveningen met de jaren steeds lelijker wordt, maar vooral omdat het bok-koud was en de poolwind het zand ons ongenadig in de gezichten striemde. Aanleiding voor de expeditie was het bericht dat op het strand van Scheveningen een kunstwerk van zand werd gemaakt. Nou gaat mijn hart meestal niet sneller kloppen van zandsculpturen. In de regel tref je dan een rij van dranghekken omheinde met paletmes uit speciaal zand gemetselde kitscherige, quasi virtuoze taferelen waarvan de patat-etende en bierdrinkende dagjesmeute dan vindt dat dat knap gemaakt is. Jazeker, ik ben van de Volkskrantlezende, azijnpissende linkse elite, en ik ben er trots op. Het mag van mij, de sbs6 zandsculptuur bedoel ik, maar ík hoef er niet heen.
Déze zandsculptuur echter, is bedacht door een kunstenaar slash landschapsarchitect, Bruno Doedens, dus dat is andere koek, al heb ik geen flauw idee wie het is. Van déze zandsculptuur had ik gelezen dat de patat-etende en bierdrinkende twittermeute het een schandelijke geldverspilling vond, dus míjn belangstelling was gewekt. Zo ben ik dan toevallig ook nog eens een keer, om wijlen Mies Bouwman te parafraseren. Vandaar dat wij vandaag dus ijs en weder trotseerden en ons op de Scheveningse boulevard waagden. Voor de kunst.
Ringen aan zee, zo heet het project, en het is bedacht en bedoeld om tweehonderd jaar badcultuur in Scheveningen luister bij te zetten. Wat dat ook moge betekenen, badcultuur, in Scheveningen.
Goed.
Twee onbemande, zilvergrijs glimmende graafmachines hebben op eigen kracht, op basis van gps-gegevens, in ruim twee weken tijd twintig ringen uitgegraven en opgeworpen, waardoor, in de woorden van de schepper, een iconisch landschap is ontstaan. En het is bepaald een bijzonder en indrukwekkend, licht vervreemdend uitzicht dat zich hier over driehonderd meter strand ontvouwt. Van boven gezien is het alsof het strand een rimpeling vertoont zoals nadat er een steen is in geworpen. Vanuit het midden breidt de rimpeling zich tussen boulevard en vloedlijn naar twee kanten uit, in steeds ruimere cirkelbogen, met wiskundige precisie. Het is een reusachtig labyrint, maar ook de associatie met graancirkels dringt zich op, hier is iets buitenaards gebeurd. Iets onverklaarbaars. De opgeworpen zandwallen zijn in het midden meer dan manshoog dus wanneer je daar zo tussen loopt heb je geen uitzicht meer en verlies je het idee dat je op het strand bent. Waar je wel bent, blijft onduidelijk. Aan de kant van de zee wordt het kunstwerk gedurig aangevreten door de branding uiteraard, gelijk het eerste het beste zomerse zandkasteel, en de wind doet vandaag alle moeite de scherpe kantjes van het patroon af te krijgen. Het publiek dat, ondanks verzoeken dat niet te doen, de strandringen beklimt, draagt ook zijn steentje bij aan de natuurlijke erosie. De graafmachines blijven dan weer tot begin april herstelwerkzaamheden verrichten en zo zal het enorme kunstwerk voortdurend veranderen en in beweging zijn en er geen twee dagen hetzelfde uitzien. Het is ook daarom jammer dat ik niet meer in Den Haag woon, ik zou er zeker regelmatig even langs fietsen om te zien hoe de ringen aan zee er vandaag weer bij lagen. Want behalve dat het een bijzonder en krachtig beeld is, vind ik het ook een zeer troostrijke en geruststellende gedachte dat een project als dit dus gewoon ook nog kan, in ons tijdsgewricht van enge eenheidsworst en ‘het moet niet gekker worden’. Dat mag ook wel eens gezegd.

Ringen aan zee is te zien tot 12 april, op het strand van Scheveningen. Voor wie daar niet in de buurt woont of komt, is de livestream op internet een manier om toch een idee te krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten