woensdag 27 december 2017

Vrolijk bij elkaar gerommelde lichtvoetigheden







Twee van mijn favoriete tentoonstellingen aller tijden waren herman de vries.all in het Stedelijk Museum van Schiedam, en de Collectie Anoniem in Museum Belvédère te Heerenveen. Favoriet, omdat beiden zich bevonden op en rondom de scheidslijn tussen kunst en geen kunst. Speelden met het onderscheid daartussen, of dat feitelijk zelfs ontkenden.
Herman de vries exposeerde vondsten uit de natuur, soms zonder daar veel meer mee te doen dan het in te lijsten of op een sokkel te plaatsen. Gewoon, om ons te laten zien hoe mooi het is. Ons uit te nodigen er nou eens goed naar te kijken. Het als kunst te beschouwen en te ervaren.
De Collectie Anoniem was een bonte verzameling van naïeve kunst, etnische kunst, gereedschappen, speelgoed, ambachtelijke werkstukken, gebruiksvoorwerpen, attributen, gerenommeerde kunst en verzamelobjecten. Onder anderen. Dit werd allemaal min of meer dwars door elkaar heen gepresenteerd, zonder kaartjes met titels of verdere uitleg, om ons zover te krijgen alles maar eens op zijn eigen merites en schoonheid te beoordelen. Zonder ons af te laten leiden door de niet zo interessante vraag of iets nou kunst is of niet. Niet iedereen kon daar mee omgaan, bleek tijdens mijn bezoek, maar ik verkeer er graag, in dat vrolijke, onbezorgde en prikkelende grensgebied waar het niet uitmaakt of iets wel of geen kunst is. Interessant gebied vind ik dat. Prettig. Met ruimte voor wat licht, lucht, humor en relativering. Niet voor niets verzamel ik zelf al jaren beelden die geen beelden zijn, in mijn GeenKunst-catalogus. Beelden die ik onderweg toevallig tegen kom, die helemaal niet als kunst bedoeld zijn maar die dat, als je het wilt zien, net zo goed wel kunnen zijn. Het is allemaal maar net hoe je het bekijkt. En niet voor niets noem ik mijzelf liever beeldend knutselaar. Als ik mijzelf al iets noem.
Han Bennink, in Museum Kranenburgh in Bergen, opereert in hetzelfde gebied, zeker met zijn ruimtelijk werk. Onbezorgde knutselkunst van overblijfsels van van alles en nog wat, gevonden voorwerpen, afgedankte drumstokken en -kwastjes, antieke speelgoedauto’s, kistjes, doosjes, veren en allerlei dingetjes en dangetjes die zonde zijn om weg te gooien. Een feest van herkenning. Zelf heb ik ook een schuur vol opgeraapte en meegenomen en bewaarde zooi waar ik ideeën en wilde plannen mee heb. Waar ik ooit nog eens iets mee wil doen, mocht het er van komen. En ik vind het een buitengewoon opbeurende en troostrijke gedachte dat er mensen zoals Han Bennink zijn, die niet wachten tot het er van komt, maar het gewoon doen. Die fluitend aan de slag gaan. Vrije geesten die het geen bal kan schelen wat een ander er van vindt. En dat is precies wat ook deze tentoonstelling uitstraalt: positieve, onbekommerde levenslust. Ongebreidelde scheppingsdrang. Inspirerend. Uitdagend. En uitnodigend.. een jongetje van een jaar of drie laat zich verleiden door een met gebroken drumstokjes volgeladen speelgoedkiepauto. Hij pakt hem vast om er een stukje mee te rijden. Broembroem. Zijn moeder grijpt gehoorzaam in en zet de auto weer recht, het is dan toch kunst, maar ik denk zomaar dat de kunstenaar het misschien wel best had gevonden. Zelf snap ik het wel in elk geval. Deze vrolijk bij elkaar gerommelde lichtvoetigheden zou je het liefst allemaal even op willen pakken, om ze met een glimlach van dichtbij te bekijken. Maar ook wanneer je je inhoudt, zoals van welopgevoed museumbezoek jammer genoeg nou eenmaal verwacht wordt, bezorgt deze uitstalling je een goed humeur waar je thuis ook nog wat aan hebt.

De tentoonstelling Han Bennink is nog tot 4 februari te zien in Museum Kranenburgh.
Over mijn bezoek aan de tentoonstelling herman de vries.all schreef ik een verslag op dit weblog
Mijn GeenKunst catalogus is ook te bekijken op internet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten