dinsdag 11 april 2017

Hannah





I
n het museum dat ik bezocht, ontmoette ik een bekende. Ze stond vlak naast me en keek naar het werk naast het mijne. Het werk naast het werk dat ik bekeek, bedoel ik dan, voordat er misschien gedacht wordt dat mijn werk in een museum hangt en dat ik daarover wil opscheppen, maar daarvan is zover ik weet geen sprake. Van een werk van mij in een museum, bedoel ik dan weer, want als daar wel sprake van was, zou ik daar zeker over opscheppen. Maar dat hoeft dus niet. Jammer genoeg natuurlijk, maar goed, het is al mooi dat ik zelf zo af en toe nog in een museum kom. Dat kun je ook niet van iedereen zeggen.
Wel van de bekende, want die stond naast me en bekeek het werk naast het mijne, als hierboven omschreven. Mijn aandacht was inmiddels van het werk tegenover mij afgeleid naar de bekende naast me, waarvan ik trouwens alleen maar de allereerste tellen vanuit mijn ooghoek dacht dat het wel eens een bekende kon zijn, tot ik mij realiseerde dat ik haar kende van tv. Van Netflix, om precies te zijn, want niets menselijks is mij vreemd en ik zit dus ook regelmatig mijn kostbare avonden te verdoen met de ene aflevering na de andere serie. Please like me, in dit geval. Een Australische comedy over dolende dertigers, of twijfelende twintigers, jonge mensen in elk geval, die voor een groot deel bestaat uit onnavolgbaar ongemakkelijke dialogen en ingewikkelde gesprekken tussen de verschillende hoofdpersonen. Ik kan hem ten zeerste aanbevelen. Een aangenaam lichte toets tussen het duistere en voortdurend op de loer liggende, naargeestige geweld van Homeland, Narcos en Designated Survivor, om maar eens wat ander binge-materiaal te noemen.
Het was Hannah, die naast me stond. Hannah, uit Please like me. Realiseerde ik mij. Maar ook dat zij dat dus niet kon zijn en dat het alleen maar iemand was die er sterk op leek. Hetzelfde wat plompe, peervormige figuur, het praktische korte haar, het zware brilmontuur, de wat afwezige, stuurse blik.. het was haar helemaal. Behalve dat ze het natuurlijk niet was. Natuurlijk was ze het niet. Ik bedoel.. Australië..
Toch had ik de aanvechting haar te groeten. Dahag.. Om vervolgens omstandig en steeds gênanter uit te leggen op wie ze volgens mij leek zeker: een plomp, peervormig, lesbisch en lethargisch depressief personage uit een serie waar ze dan waarschijnlijk ook nog nooit van gehoord had. Of die ze afschuwelijk vond, want dat kon ook nog.
Ik heb het dus maar niet gedaan, dat groeten. Jammer eigenlijk. Het had hoogstwaarschijnlijk net het soort onnavolgbaar ongemakkelijke dialoog opgeleverd dat ik in Please like me zo leuk vond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen