donderdag 17 november 2016

Overpeinzing





Dat mag ook al niet meer. Het was een losse opmerking die de man per ongeluk opving in de supermarkt. Wat eraan voorafgegaan was, had hij niet gehoord, of gezien. Hij hoorde alleen: dat mag ook al niet meer. Kent u die uitdrukking? Dacht hij er automatisch achteraan.
Dat mag ook al niet meer. Het was een oudere dame die de opmerking maakte, een keurige oudere dame. Tegen haar keurige oudere echtgenoot, die het boodschappenwagentje duwde. Ze trok er een ontevreden gezicht bij, de dame, hoewel de man ook dacht dat ze dat gezicht waarschijnlijk niet speciaal voor de gelegenheid trok. Dat het gewoon altijd zo stond.
Haar echtgenoot keek ook heel ontevreden, maar dat kon net zo goed te maken hebben met het feit dat hij steeds niet ter zake doend achter zijn vrouw aan moest hobbelen, met die kar, omdat zíj alweer doorliep, zonder te zeggen waar ze heen ging, terwijl híj nog stond te kijken naar de uitstalling waar ze juist bij stil waren blijven staan. En hij hád al geen zin in boodschappen doen. Ach, het huwelijk..
Dat mag ook al niet meer. Het echtpaar zag er verzorgd en welvarend uit. Ze droegen mooie, dure kleren, waren goed gekapt en hadden een egaal gezond kleurtje op het ontevreden gelaat, wat deed vermoeden dat ze onlangs nog een vliegreisje naar de zon hadden ondernomen. De boodschappenkar was goedgevuld, buiten wachtte de zilvergrijze middenklasser, of de elektrische fiets.
Dat mag ook al niet meer. Wat er nu precies ook al niet meer mocht, was de man dus ontgaan, maar omdat het zich afspeelde rond een uitstalling van speculaaspoppen en letters van banket, had hij wel een vermoeden in welke richting hij het moest zoeken. En wat er verder allemaal nog meer niet meer mocht, volgens het keurige echtpaar. Want ja, de man las ook de krant. De man zat ook wel eens op twitter en facebook. En daar werd het dagelijks breed uitgemeten, wat er allemaal ook al niet meer mocht. Met flauwe grappen en boze verhalen. Meestal las en keek de man er maar een beetje omheen. Hij wist het wel eens een keertje en had geen zin zich in verbeten loopgravendiscussies te mengen. Dat had ook geen zin bovendien. Maar het stoorde hem wel. Ook nu, in de supermarkt, stoorde het hem.
Dat mag ook al niet meer. Heel even voelde de man de aanvechting om er toch op in te gaan. Om het keurige echtpaar en alle andere mensen in de supermarkt en overal in het land te troosten, en gerust te stellen dat ze niet bang hoefden te zijn. Dat het niet erg was om af en toe iets ter discussie te stellen. Om over sommige dingen eens opnieuw na te denken, of we het nog wel goed zagen, of dat er, met de kennis van nu en in de wereld van vandaag, misschien nieuw licht op de zaken viel. Dat het niet eng was met elkaar te praten of het niet anders, of beter kon, eventueel. En soms misschien eens iets een beetje te veranderen, zelfs al zag je er zelf het nut niet van. Gewoon, voor de lieve vrede. Dat je het ook als teken van betrokkenheid bij de samenleving, van integratie, van saamhorigheid desnoods kon opvatten, wanneer zaken ter sprake werden gebracht. Dat we immers in een vrij land leefden. Waar juist bijna alles mocht.
Maar hij deed het niet, de man. Hij onderdrukte zijn aanvechting, slikte zijn ergernis in en ging op zoek naar de spekjes, voor bij het etensmaal.

2 opmerkingen: