donderdag 30 juni 2016

Een geheim transport




















Uit de serie: Geen Kunst
Laat u rondleiden door beeldentuin De Wereld door de gids

Je komt het tegen, op je pad. Het ís geen kunst, maar zou dat zomaar wél kunnen zijn. Het is maar net hoe je er naar kijkt. En of je het wilt zien. De wereld een beeldentuin.

dinsdag 28 juni 2016

Wiens bier men drinkt

Tegenover elkaar in de trein zaten twee mannen. Stoere mannen. Werkmannen. Zware schoenen, stevige knuisten, bakkebaarden. Op het tafeltje tussen hen in stonden zes bierblikjes - halve liters van een bedenkelijk merk - waarvan er vier met krachtige hand waren samengeknepen. Zoals echte mannen dat doen. Niet om ruimte te sparen in de oranje bak, maar om aan te geven dat het leeggedronken is. Dat je het eventueel als asbak kon gebruiken.
Leeggedronken door de mannen, nam ik aan, want aan nummer vijf en zes waren ze bezig. Het was twee uur ’s middags en het was de trein uit Den Helder, die dus, gerekend van waar ik instapte, niet veel langer dan 15 minuten onderweg kon zijn want hij was zowaar op tijd. De mannen hielden er een straf tempo op na, en het zat er vroeg voor ze op. Ze zouden ook wel middenin de nacht begonnen zijn waarschijnlijk. Zulke mannen leken het mij wel. En ze hadden het over het werk.
De man die het hoogste en luidruchtigste woord voerde sprak rap Engels met een nogal Schots aandoende tongval. Al kon het net zo goed Iers zijn, dat houd ik nooit uit elkaar. Dat maakt verder ook niet zoveel uit, de lange redevoering die de man afstak was er moeilijk door te verstaan. Voor mij, in elk geval. Wat ik er wel uit kon opmaken was dat de spreker erg content was over het eigen functioneren, zeker wanneer hij dat vergeleek met anderen, die aan dezelfde klus werkten.
De tweede man sprak niet veel. Aan zijn uiterlijk te zien kwam hij uit zuidelijke streken. Omdat hij precies leek te weten waar de ander het over had, of in elk geval op die manier werd toegesproken, nam ik aan dat ook hij aan de klus had gewerkt. Hij dronk zijn bier en lachte wat, maakte veel instemmende geluiden. Herhaalde af en toe iets dat gezegd werd. Het Engels waarin dat gebeurde deed de vraag rijzen of hij de monoloog van zijn metgezel inderdaad zo goed kon volgen als waar die blijkbaar vanuit ging. Hooguit de strekking, dacht ik. Maar die was dan ook duidelijk genoeg. Net als de verhoudingen.

maandag 27 juni 2016

Eind niet al goed

Goed, dan word je dus bijna doodgereden door een brommer. Op klaarlichte dag nota bene, een prachtige, zonnige dag bovendien. En zo goed als in de schaduw van de kerk, óók nog eens een keer, of de duvel ermee speelt.
Nou goed, je wordt dus bijna doodgereden.. door een brommer.. maar.. dat is dan nog tot dááraan toe. Of, tenminste.. ja.. nee.. je schrikt natuurlijk. Man! Je schrikt je te pletter. Een hartverzakking, houd je eraan over. Komt zo’n jongen opeens recht op je af scheuren, op z’n knetterende crossbrommer. Aan jouw kant van de weg. Voor hem dus de verkeerde. Omdat hij te cool is, waarschijnlijk, om gewoon braaf en rustig met de S van de weg mee te rijden. Of omdat hij te hard rijdt om dat voor elkaar te krijgen. Dat kan ook. Omdat hij het wel bij zijn masculiene, sportieve rijstijl vindt passen om in één rechte streep twee bochten tegelijk af te snijden, en jou - een grijze ouwe lul op de fiets - daar meteen eens een beetje bij te laten schrikken. Heeft hij gelijk weer een mooi stoer verhaal, om aan zijn matties te vertellen. Met die wezenloze, holle lach van opgeschoten jongens onder elkaar.
Of misschien heeft hij je wel helemaal niet eens gezien, met zijn door adrenaline verduisterde blik. Of wel, maar je kop staat hem niet aan. Of je jasje. Of je kijkt iets te lang in zijn richting.. met nét de verkeerde gelaatsuitdrukking.. weet jij veel wat er in die halfdoodgeblowde, door hormonen en energydrankjes vertroebelde puberhersens omgaat? Zien kun je het in dit geval in elk geval niet want hij heeft een bijpassende integraalhelm met spiegelend glas op, een vorm van gezichtsbedekkende kleding waar je nou nooit eens iemand over hoort klagen, vreemd genoeg.
Als een groot, boos insect komt hij razend op je af. Je wijkt uit, voor zover dat kan, je raakt maar nét de stoeprand niet, je voelt de jongen op de brommer rákelings langs je heen gaan, het vermoeden van lijfelijk contact maar je wordt niet geraakt, je valt niet, je roept iets als: eikel, of: klootzak, en het loopt allemaal maar net goed af. Tien seconden duurt het, alles bij elkaar. Als het niet minder is. En je schrikt. Je schrikt je te pletter. Een hartverzakking.
Maar dat is dus niet het ergste.
Het ergste is dat je daarná nog een hele tijd bezig bent af te rekenen met je eigen machteloze woede. Je eigen kolkende gedachten over wat er had kúnnen gebeuren. Als het net níet goed was afgelopen. Als je wél was geraakt, als je wél was gevallen. Als je jongens daar dromerig breeduit slingerend naast elkaar hadden gefietst. Als een winkelende kleuter de straat op was gerend. Enzovoorts.
Zeker een uur raast er een niet te stoppen stroom boosaardige wraakscenario’s, strafprogramma’s en andere ongewenste borreltafelgedachten door je hoofd, voordat je weer een béétje terug bent bij het goede humeur waar je mee van huis was gegaan.
En dat is het ergste.
Want zóveel aandacht, dat gun je zo’n jongen niet.


Dit stukje stond al eerder op die weblog. In deze licht gewijzigde vorm las ik het voor als column van de week op de lokale radio.

woensdag 15 juni 2016

Jong grut

Hoe het zo gekomen was, was nogal een lang verhaal en het voerde ook zeker te ver om dat er hier ook nog allemaal bij te vertellen, maar op één of andere manier was de man dus terechtgekomen bij de musical Buurman en Buurman worden beroemd. Een musical voor kinderen, dat mag duidelijk zijn. Met zijn vrienden van de toneelvereniging.
Zelf maakte de man ook voorstellingen voor kinderen, als goedbedoelend amateur, dus ook vanuit dat perspectief was het logisch dat hij zich bij het uitje had aangesloten. Nu kon hij eens zien hoe dat professioneel werd aangepakt. En wellicht inspiratie op doen, je wist het maar niet.
Of de musical ook maar in de verte kon tippen aan de geliefde poppenserie op televisie, dat blijft hier discreet in het midden. Net als de vraag of de man met inspiratie naar huis ging. In elk geval had hij nu gezien hoe het eruit zag wanneer zoiets professioneel werd aangepakt. Verder had hij een bijzonder leuke middag gehad en dat was ook wat waard.
Waar het om ging, is het volgende:
Eén van de deelnemers aan het uitje, één van zijn toneelvrienden dus, was een moeder van drie kinderen in de leeftijdscategorie voor wie de musical zo ongeveer bedoeld was. Leuke kinderen waren het, en de man sloofde zich de hele treinreis naar het theater nogal uit om bij ze in een goed blaadje te komen, met grapjes en flauwe praatjes. Dat deed hij nou eenmaal graag.
Ook omdat de andere deelnemers aan het uitje voornamelijk mannen van boven de zestig waren, rekende de man zich gaandeweg rijk met het idee dat hij best nog voor een leuke jonge vader door kon gaan. Op zijn charmante routine, zogezegd.
Eenmaal aangekomen in de foyer van het theater bloeide zijn leuke jonge vaderhart nog wat verder op doordat het er krioelde van precies het soort aandoenlijk rondhobbelende peuters en kleuters zoals hij er zelf ook nog wel een paar zou willen hebben. Maar al snel drong de harde werkelijkheid tot hem door. Want al die snotapen die daar dan weer omheen liepen te draaien, met knuffels en zakdoekjes en bekertjes limo, dat waren natuurlijk de vaders van dat grut. De leuke jonge vaders. Waarvan hij, op zijn beurt, wel de vader had kunnen zijn.
Hij kon zich er maar beter bij neerleggen, besefte de man. Hij had zijn beurt ruimschoots gehad, met een eerste en een tweede leg. Binnenkort werd zijn eerste kleinkind geboren. En was hij een leuke jonge opa.

woensdag 1 juni 2016

I hear you knockin'




















Uit de serie: Geen Kunst
Laat u rondleiden door beeldentuin De Wereld door de gids

Je komt het tegen, op je pad. Het ís geen kunst, maar zou dat zomaar wél kunnen zijn. Het is maar net hoe je er naar kijkt. En of je het wilt zien. De wereld een beeldentuin.