zaterdag 30 april 2016

Mannendingetje





Ooit had ik een prima muziekinstallatie bij elkaar gespaard waar ik al die tijd erg tevreden mee was. Terugkijkend is dat wel alweer héél erg lang geleden eigenlijk, want gut, wat draaide ik daar toen allemaal op? David Bowie, Talking Heads, The Pretenders. Elvis Costello, Joe Jackson, The Jam. The Beat, niet te vergeten.
Later, in een toch óók al wel behoorlijk grijs verleden, begaven mijn boxen het als eerste en, met het verhaal dat ik eerst voor iets fatsoenlijks zou sparen, werden die voor zolang even vervangen door een even onooglijk als onoorlijk stelletje ongeregeld uit de kringloopwinkel. Later aangevuld met een dito versterker en cd speler omdat die het inmiddels ook één voor één niet meer deden. Alleen mijn platenspeler, die liet mij niet in de steek.
Jarenlang heb ik vervolgens mopperend maar laks, laks maar mopperend de vele ongemakken van mijn aldus aangespoelde stereo voor lief genomen. Geruis, gebrom, gekraak en gezoem. En heel in de verte nog het vermoeden van muziek. Trots ben ik er niet op, maar zo is het gegaan. Het laatste jaar, ik schaam me bijna het te vertellen, moest ik zelfs regelmatig flink op mijn versterker slaan, met de vlakke hand op de rechterbovenhoek, boven de volumeschuif, om toch ergens één of ander contact tot stand te brengen en dat vermoeden van muziek in elk geval nog uit twéé krakende boxen te laten komen. Tja.
Maar kortgeleden is de geest dan eindelijk over me gekomen. Of in mij gevaren. Of door mijn vrouw, die het gezeur langzamerhand misschien een beetje zat begon te worden, over mij afgeroepen of hoe je dat maar wilde bekijken, en heb ik spikpepernieuwe spullen aangeschaft. Het is heel erg een mannending natuurlijk, dat weet ik heus wel en sorry daarvoor dames, maar wát een verademing! Wát een verrijking van mijn leven! Dagen achtereen zat ik met een gelukzalige glimlach als gehypnotiseerd in mijn stoel, precies in het midden en op de voorgeschreven afstand en hoogte, het ene cd-tje na de andere langspeelplaat te beluisteren. Ik hoorde bliepjes en piepjes en knorretjes die ik nog nóóit gehoord had.
En dan zie je dus ook meteen maar weer eens hoe wonderlijk het menselijk geheugen werkt, vooral bij muziek. De raarste en onbeduidendste weetjes en wistjedatjes kwamen bovenborrelen, bij de oudste muziekjes. Want kijk maar, daar haalde ik dus een elpee van The Beat uit de hoes, jaren niet gedraaid, maar ik wist nog precíes dat bij déze elpee de etiketten verkeerdom geplakt zaten. En dat je dus kant B op moest zetten om kant A te horen.Tears of a clown. Hands off… she’s mine. Mirror in the bathroom. Daar zakte de naald in de groef. Haarscherp klonk het nostalgisch gekraak van vinyl door mijn nieuwe boxen. En werd Too nice to talk to ingezet. Het eerste nummer van kant B.
Het menselijk geheugen werkt dus helemaal niet wonderlijk, weet ik nu. Het doet gewoon maar wat.

Dit stukje stond eerder op dit weblog. Bovenstaande, licht gewijzigde versie las ik voor als column van de week op de lokale radio.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten