maandag 8 februari 2016

Beleefd

Pardon, hoorde ik achter mij. Ik stond in de rij, bij de kassa van de supermarkt. Nietsvermoedend stond ik over mijn karretje en de lopende band gebogen, druk in de weer met de boodschappen van de dag, maar blijkbaar stond ik daar iemand bij in de weg.
Nou ja, dat kan gebeuren natuurlijk, dat is helemaal niet erg. Het past ook allemaal maar net, soms, al die klanten met hun volle karren in het smalle gangpaadje tussen de kassa’s door. Met ook nog dat hekje in het midden, en de goed-Hollandse traditie om zo dicht mogelijk op elkaar te dringen, uit angst dat er anders een ander voorkruipt misschien, of omdat er een stukje lopende band is vrijgekomen dat meteen met boodschappen gevuld moet worden omdat men dan aan de beurt is, al kan men er nog niet bij. Kinderwagens, rolstoelen met uitstekende krukken, heen en weer drentelende peuters. Kleuters die het hekje als klimrek gebruiken. Samenklonterende scholieren met allemaal één blikje energydrink. Mensen die weer terug moeten, langs de rij, omdat ze de broccoli niet hebben afgewogen. Mensen die er langs willen zónder boodschappen, of een vergeten boodschap die er ook nog bij moet. Of met de inmiddels afgewogen broccoli. Iemand van de supermarkt zelf, met een belangrijke missie.. het kan allemaal en ik vind het altijd allemaal best. Als iedereen een klein beetje rekening met elkaar houdt, lukt alles. Zo denk ik erover. Dus als er iemand pardon zegt, doe ik beleefd een stapje opzij.
Net als nu. Ik rolde mijn kar uit de weg en maakte mij zo smal mogelijk, strak tegen de lopende band aan. Vriendelijk en misschien zelfs alvast wat verontschuldigend glimlachend keek ik daarbij even om. Om te zien voor wie ik het deed. En waar die bleef, want hoewel er nu ruimte voor was, passeerde er niemand. Mijn welwillende blik ketste af op een sportschoolbrede en onverzettelijke borstkas, die mij, vanaf iets hoger, zelfs geen onwelwillende blik waardig keurde. De zojuist zo beleefd door mij vrijgemaakte ruimte was helemaal niet nodig om mij te passeren, de zojuist zo beleefd door mij vrijgemaakte ruimte was bedoeld als lebensraum voor deze imponerende verschijning en was ook meteen zéér overtuigend breeduit als zodanig ingenomen. Wijdbeens, de machtige armen over elkaar en zich nog breder makend dan hij toch al was, nam de imponerende verschijning met een norse blik zoveel mogelijk territorium in. Een mooi exemplaar van de homo sapiens masculinus alpha, zogezegd. Die gewoon wilde staan waar ik met mijn boodschappen stond te trutten. En daar stond hij dan. Onwrikbaar. Alsof er een azc moest worden tegengehouden. Hij zong hij er dan wel niet het bijbehorend liedje bij, maar het had me nauwelijks nog verbaasd. Want ja.. de imponerende verschijning voldeed nou eenmaal geheel aan het standaardplaatje: een kaalgeschoren boos hoofd met ingeschroefde oorringen boven een stierennek, trainingsjack en daaronder iets met een capuchon, grijze joggingbroek, sportschoenen, héél veel biceps en triceps en wat al niet meer en vast ook nog wel ergens een flinke tattoo. Onverstoorbaar stond hij in twee rijen tegelijk. Hoewel hij niet in de rij stond, uiteraard, de rijen stonden om hem heen. Hij stond hier want hij stond hier. Mocht dat soms niet? Zo stond hij daar. Hij roffelde nog net niet op zijn borst, dacht ik elitair, want zo ben ik nou eenmaal.
Toch vond ik het bij al dat primitieve vertoon dan ook wel weer opmerkelijk dat zo iemand daar eerst pardon voor zegt.

Dit is een bewerking van een reeds eerder hier gepubliceerd stukje. De versie hierboven las ik voor als column op de lokale radio.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen