dinsdag 1 december 2015

Vieze Verza

Weinig trefzeker liep ik met mijn wagentje over de groente-afdeling van de supermarkt te draaien, te dralen en te zwenken, want wat zouden we vanavond nou weer eens eten? De eeuwige vraag van vandaag. Eerst ging ik dan maar eens op weg naar de tomaten, bedacht ik, om de beslissing nog wat uit te stellen. Tomaten zijn altijd goed. Tomaten houden geen definitieve keuze voor een menu in. Tomaten kunnen overal bij en komen altijd van pas.
Op het laatste moment en net op tijd echter besloot ik van richting te veranderen, naar het fruit, de appels en de mandarijnen, omdat bij de tomaten een raar vrouwtje stond, waar ik geen zin in had, om daar naast te gaan staan.
Het vrouwtje had een merkwaardige, blauw geruite jas aan en die was dan wel niet scheef dichtgeknoopt maar dat had makkelijk gekund, want zo'n jas was het wel. En zo'n vrouwtje was het ook. Haar blonde haar, haar slordig geblondeerde haar, was weldegelijk érg scheef geknipt en zat half door de war en stond half overeind. Ze had een uitdrukkingloos gezicht met een grote scheve neus, waar 's winters waarschijnlijk wel permanent een grote druppel nattigheid aan zou hangen, en doffe lodderogen met rode randjes. Ze zou wel stinken ook, vermoedde ik ongerust. Hu!
En ze blééf maar bij de tomaten staan. Ondertussen had ik met mijn omtrekkende en afwachtende bewegingen al uitgebreid een zak appeltjes gepakt, vijf grapefruits, een doos champignons, een zak spruitjes, een krop sla, een zak sperzieboontjes, een bakje walnoten en vooruit maar, om tijd te rekken ook nog wat kiwi's, ik had alles zorgvuldig afgewogen en dichtgeknoopt en –gevouwen.. ik hoefde alléén nog tomaten.
Met de moed der wanhoop ging ik dan toch in vredesnaam maar naast het vrouwtje staan.. dat meteen schichtig twee tomaten pakte en zich in gebogen krabbegang uit de merkwaardige voeten maakte, met haar beduimelde boodschappentas op wieltjes.
Wel had ik nog snel even gezien waaróm het vrouwtje zo lang bij de tomaten had staan dralen: ze had zo goed als iedere tomaat in haar heksenhanden gehad en er met een nagel in staan prieken, of hij wel hard of zacht of Joost mag weten wát genoeg was. In bijna elke tomaat stond het boogje van haar ranzige nagel gedrukt.
Gedverdemme.
Dan kon ik nu dus een beetje elke tomaat die ik beetpakte na gaan staan kijken of ze er wel van af was gebleven, met haar rare-vrouwtjes-klauwen. Dat kon wel eens een tijdje gaan duren. Tomaat na tomaat liet ik inspecterend door mijn handen gaan. Meer dan de helft kon ik weer in de bak terugleggen, die hoefde ik niet in mijn salade, mopperde ik in mijzelf.
Vanuit mijn ooghoek zag ik een vrouw met een winkelwagentje mijn kant op komen. Op het laatste moment echter besloot ze van richting te veranderen naar het fruit.


Dit bericht verscheen, in iets andere vorm, reeds eerder op dit weblog. Zoals het hierboven staat las ik het voor als column op de lokale radio.

2 opmerkingen:

  1. Bah. Geen tomatensoepje, begrijp ik? Ik doe voor de zekerheid meestal boodschappen op een tijd waarop er niemand anders in de winkel is.

    BeantwoordenVerwijderen