maandag 15 juni 2015

De man in huis

De middag liep op zijn einde. En in ons moderne, geëmancipeerde gezin, waar de rollen al sinds jaar en dag zijn omgedraaid, ben ik dan in de keuken in de weer. Zoals het een goed huisvader betaamt. Met broccoli, lof, schorseneren en prei. Sla, tomaten en radijsjes. Nee, knolraap komt er bij mij niet in.
Maar al doende wachtte ik ook een klein beetje op mijn vrouw, de kostwinner, die nu toch wel bijna thuis zou komen, van haar werk.
Ik was namelijk nogal in mijn nopjes omdat ik boven met de verbouwing was begonnen, vandaag. De afgelopen week had ik al wel flink wat heen en weer gesjouwd, met bedden en buro’s en linnenkasten, om één en ander helemaal leeg te krijgen en de bovenverdieping zodanig te reorganiseren dat er verbouwd kon worden, zonder in te leveren op het aantal slaapplaatsen in huis. Maar vandaag had ik dan een begin gemaakt met het strippen van plafond en wand. Enorme hoeveelheden zachtboard, schrootjes en gipsplaat had ik verwijderd. En daarbij was ik dan op een leuke verrassing gestuit. Een tot nog toe achter zachtboard, gipsplaat en schrootjes verborgen gebleven origineel detail, waarvan ik nu erg benieuwd was wat mijn vrouw ervan zou vinden.
Vandaar.
Daar zag ik haar de auto al inparkeren.
Mij verkneukelend wachtte ik boven de pannen op het geluid van de voordeur om haar meteen mee naar boven te nemen, en haar mijn vorderingen en vooral ook mijn ontdekking te laten zien.
Maar het geluid van de voordeur bleef uit, want in plaats van uit te stappen, zag ik nu, zat mijn vrouw in de stilstaande auto te appen. Over haar schermpje gebogen zat ze ijverig te tikken, in de onmiskenbare houding met de bekende gebaren, en had geen oog voor de buitenwereld. Haar man, die achter het raam ongeduldig stond te wachten en nu maar weer terug liep naar zijn pannen, en zijn aanrecht.
En toen ze minuten later eindelijk wél binnenkwam, en naar mij toeliep in de keuken, kreeg ik niet de kus die ik verwachtte maar moest mijn vrouw eerst nog een paar keer bellen, voor haar werk, en nog wat appjes versturen. Met haar telefoon aan de lader, omdat haar batterij leeg was. De lader in het stopcontact boven het aanrecht, waar hij om één of andere reden altíjd in zat.
Dus daar stond mijn vrouw. Te bellen en te appen. Voor haar werk. Mídden in mijn keuken, leunend tegen míjn aanrecht, zónder aandacht voor mij en vréselijk in de weg.
Zuchtend en mopperend redderde ik een beetje om haar heen, om de benodigde potten, pannen en schalen vanachter haar weg te pakken.
Of dat per se híer moest, liet ik mij uiteindelijk bars ontvallen.
Waarop zíj met een geërgerd gebaar de lader uit het stopcontact trok en snuivend naar elders beende, de neus in de wind.
Wat míj dan weer in het verkeerde keelgat schoot zodat ik, zoals dat ook in een omgedraaid goed huwelijk gaat, háár weer iets hatelijks nariep over eíndelijk thuis, áltijd maar bellen, dat eeuwige appen, een béétje belangstelling en éven gedag zeggen.
Je lijkt wel een vént, riep ik tot besluit.
Waar dát nou vandaan kwam.. ik weet het ook niet.
Ik lijk verdorie wel een wijf.


Dit is een bewerking van een eerder op dit weblog gepubliceerd stukje. Ik las het deze week voor als column op de lokale radio.

2 opmerkingen: