dinsdag 30 juni 2015

Een assistent keramist uit Makkum



Voor elke plaats groot of klein langs het noordelijk deel van het Nederlands Kustpad een limerick. Dat is het idee. Puur voor ons eigen pleizier, al mag er meegelezen worden.
En alles kan daarbij een aanleiding zijn. Een observatie, een gebeurtenis of een ontmoeting. Een uitzicht of een inzicht. Of een gemis, in dit geval. Voor Makkum hadden wij ons al kilometers van tevoren verheugd op het gelijknamige en blijkbaar nogal beroemde aardewerk. Met de bijbehorende fabriek en goedgevulde zo niet uitpuilende etalages en souvenirwinkeltjes.
Het kan aan ons gelegen hebben, maar hoe we ook zochten en dwaalden door Makkum, het enige dat we troffen was een verlaten en spuuglelijk fabrieksgebouw waar de naam Tichelaar nog wel op stond, onder de koeienletters Te Huur, maar waar de Makkummer aardewerkfabriek zo te zien al vrij lang geleden uit was vertrokken. Ernaast stond een weliswaar fraai en stokoud maar al even levenloos pandje een voormalig museum te wezen. En verder was er niets te vinden dat de vooruitgesnelde faam van het Makkummer Aardewerk kon rechtvaardigen. Helemaal niets.
Onze limerick was al af, maar we vragen ons af of hij nog wel relevant is? Of er nog wel aardewerk gemaakt wordt in Makkum?

Een assistent keramist uit Makkum
- ik weet het, want ik sprakkum -
zei: ik deed zó m'n best,
maar ik heb het verpest..
het ging niet expres, maar ik brakkum.

Kijk ook op samenuitenthuis, weblog van een wandeling.

zondag 28 juni 2015

Sil de Strandjutter




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een rondleiding door beeldentuin de Wereld, volg de gids

zondag 21 juni 2015

Malle Pietje




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een rondwandeling door de collectie van beeldentuin de Wereld, volg de gids

vrijdag 19 juni 2015

De â van Ferwâlde



De terrassen lopen gestadig vol, op het marktplein in Workum, deze doodgewone vrijdagochtend. Met wandelaars als wij, aan het begin van de tocht; plaatselijke dames met kleurige brillen, moeilijk haar en gebloemde gewaden, lekker aan het gebak; een wat haveloze zwerver met een verfomfaaid pakje sigaretten, weggedoken in een opeens veel te warme jas; moeders met kinderwagens; een enkele toerist in het Duits al.. iedereen zoekt een plekje in de zon, die we dan ook bijna zomers kunnen noemen vandaag. Wát een heerlijkheid. Maar dat mocht ook wel een keer, vinden wij eensgezind. Het Jopie Huisman museum schiet er daardoor dan wel weer bij in; de zon staat het eenvoudig niet toe. Met een cultureel schuldgevoel gaan wij op pad. Op kerkepad, om precies te zijn, dus dat komt mooi uit.
Via de Tillefonne verlaten we Workum. Een smal en onaanzienlijk steegje waarlangs men dus in vroeger tijden, na de kerkdienst op zondag, gesticht en opgelucht weer huiswaarts keerde, naar de boerderij in het buitengebied. Honderd meter lang is het steegje, zeker niet meer, maar als we erdoor zijn is de beginnende drukte op het marktplein volkomen uit het gehoor verdwenen en kijken we uit over een stil en weids weidelandschap, waar het kerkepad van één voet breed zijn weg door zoekt, van het ene hoge witte bruggetje naar het volgende. Tillen, heten die bruggetjes. Vandaar de naam Tillefonne. Een fonne is dan namelijk weer een stuk land dat niet zo vaak gemaaid wordt. Aan die regel houdt men zich heden ten dage trouwens blijkbaar niet meer: na het tweede bruggetje moeten we eerst even ruim baan geven aan een vriendelijk groetende hooischudder.
Als we ons af en toe omdraaien zien we de kerk van Workum nog lang hoog, maar vooral ook breed boven het landschap uittorenen. Het zal niet eens zo heel veel afwijken van het beeld dat de kerkganger van weleer gezien heeft. Een toren als een deftige tante met een strenge, hooggesloten jurk aan en een mal hoedje op. Een bazige tante, die met haar klokken bepaalde wanneer je ter kerke moest, wanneer het sluitingstijd was voor het café en wanneer je alleen nog met een lamp naar buiten mocht. Maar ook een zorgzame tante, die je waarschuwde voor brand en dijkdoorbraak.
Op de zeedijk richting Ferwoude maakt het kerkepad plaats voor een niet veel breder schapenpaadje, waarop we met kalme belangstelling worden gadegeslagen door schapen wit en zwart, met hun lammeren. Lopend over de dijk hebben we ruim zicht over het uitgestrekte Friese land. Oneindige weilanden, matgroen en geurig van het gemaaide gras, velden rood van zuring, geel van boterbloem en koolzaad, paars en lila van weer andere bloemen, waarvan het niet uitmaakt dat wij de namen niet kennen. De knotwilgen langs de weg schieten ook alweer aardig in het leven.
Hier en daar een statige boerderij, dichtbij of in de licht heiige verte, met oranje dakpannen, zonnepanelen soms, het erf omringd door een jas van bomen.  Aan de andere kant gloort het IJsselmeer. We zien piepkleine zeilbootjes langs de horizon glijden.
Overal zijn vogels in de weer, grutto’s, scholeksters, kieviten.. tureluurs misschien wel.. weten wij veel. Onder iedere dakpan lijkt een spreeuwennest te zitten, goedgevuld met veeleisend grut. Vaders en moeders spreeuw vliegen puffend af en aan. We horen sloten vol kwakende kikkers, we zien de pinken in de wei, insecten en vlinders darren door de lucht.. en alles roept ons toe: het is begonnen! Het is eindelijk begonnen!



Ferwoude is een klein dorpje. Omgeven door een grazig veldje vol grafstenen staat een pittoresk, vers geelgeverfd kerkje uit 1767, gebouwd onder opsigt van de kerkvoogden Pier Binkes en Claas Luwes. Op internet lezen we later dat het kerkje dat hier eerder stond in 1762 werd afgebroken, om de tufsteen waar het mee gebouwd was aan de cementfabriek in Makkum te verkopen. Of Claas en Pier daar beter van zijn geworden, vermeldt de geschiedenis niet, maar het laat zich denken.
Op de basisschool zijn maar liefst twee kinderen geboren. Van de juffen, nemen wij aan. Waarmee de toekomst van de school lijkt veilig gesteld, al vragen wij ons af, wie er nog voor de klas zal staan. Er staan lieve huisjes met tuintjes, in Ferwâlde. Plus een wat nors ogend buurthuis en de timmerwerkplaats van Anne Rinkes Feenstra, die we juist op de fiets zien springen, met de duimstok in de buuze. De buurvrouw vertrekt even later, met een forse printer losjes achterop de bagagedrager. Of dat wel gaat, vragen wij bezorgd, maar we worden niet begrepen.
Veel meer heeft het dorpsleven niet te bieden vandaag. We zitten op een bankje onder een frisgroene es en zien het allemaal gebeuren. Aan een man die zijn kinderen in de auto laadt, vragen we hoe we Ferwâlde uit moeten spreken, als we het goed willen doen. Vooral de â stelt ons voor problemen, dat spreekt. Die wordt een beetje langer dan een a, legt de man ons uit, maar wordt toch net geen aa.
Richting Allingawier gaat het dan. Langs de weg staat als vanouds van alles en nog wat te koop. Eerder passeerden we al een jamfiets en diverse scharreleieren, hier staan een soort manden te koop waarvan we het nut niet één twee drie kunnen raden. De heer des huizes, die ons toevallig net achterop fietst, zo te zien net terug van de bakker, vertelt dat het eendenkorven zijn. Wie er één koopt krijgt een mooie verse groene, roept hij ons nog na vanaf het tuinpad, op weg naar de middagboterham. Inderdaad zagen we er al één in de sloot staan, bedenken wij. Maar hier hangen er ook twee in de boom. De hongerige heer des huizes kunnen we het niet meer vragen, die is al naar binnen. Blijkbaar nestelen eenden ook in de boom, nemen we dan maar aan. Al vragen we ons wel af hoe de pulletjes, die mijn wandelgenoot overigens pijltjes noemt, zo’n hooggelegen nest ooit veilig moeten verlaten.



In Allingawier woont bijna niemand. Het is een museumdorp. Als erin wilt, moet je betalen, al geldt dat hopelijk niet voor de enkeling die er nog wel woont. De route van het Nederlands Kustpad loopt precies langs de kassa. Wandelaars hoeven weliswaar geen entree te betalen, maar mogen dan ook niet het bruggetje over dat toegang biedt aan het dorp. Aan de overkant van het slootje wordt echter koffie verkocht. En drabbelkoek. Maar al hadden wij onze zinnen daar al een tijdje met enig bravoure op gezet, nu puntje bij paaltje komt durven we niet zomaar burgerlijk ongehoorzaam tóch over de brug. Er is helemaal niemand in het museum en de kassa is vijf meter van het bruggetje. We voelen de ogen priemen. We besluiten het dus maar netjes te vragen. En dat loont. Als we belóven níet het museum in te gaan, mogen we een kopje koffie drinken. Opgelucht beloven we het. De drabbelkoek, zo blijkt, wordt ter plekke gemaakt, en is niets minder dan een belevenis.
Langs het Van Panhuyskanaal  tenslotte lopen we richting Makkum. Een rijtje schuiten met zwaarden kondigt de havenstad aan. Makkum ziet eruit als een vriendelijk stadje met veel water. Leuke kleine huisjes die een zekere rijkdom verraden, fijn geornamenteerd en goed onderhouden. Maar hoog overschaduwd door een enorme loods van golfplaat die het historisch straatbeeld kaarsrecht en zonder enig gevoel voor verhoudingen afvlakt, dichtplamuurt. De Vries Makkum, staat er met brutaal grote letters op te lezen. Een scheepswerf, zoals blijkt. Als we er op een terras vlak naast zitten, zien we er met enig gedoe een wanstaltig jacht in verdwijnen. Een wit glimmend oorlogsschip, met een flinke batterij radar-achtige bollen bovenin. Zelfs het jacht steekt boven de huizen uit. Het beroemde Makkummer aardewerk, waar we nota bene nog even naar op zoek zijn, krijgen we nergens te zien.







Een etappe van het Nederlands Kustpad #3, van Workum naar Makkum, gelopen op vrijdag 22 mei 2015. Kijk ook op samenuitenthuis, weblog van een wandeling.

woensdag 17 juni 2015

P



De doctorandus is dood. Het is geen nieuws meer, iedereen weet het. Ik ook.
Op allerlei plekken op internet wordt hij geëerd en geroemd, en terecht natuurlijk.
Ook zag ik ergens een oproep om, als ode aan de uitvinder ervan, een Ollekebolleke te schrijven. Ik zag ook al Ollekebollekes opduiken hier en daar. Een sympathiek idee, vond ik het. Al moet ik wel bekennen dat ik niet meteen helemaal precies wist hoe dat dan ook weer in zijn werk ging, zo'n Ollekebolleke. Maar daar hebben we Wikipedia voor nietwaar. Nou, dat viel nog niet mee. Daar zaten nogal wat haken en ogen aan. Een stuk ingewikkelder dan de Limerick, dat is zeker. Maar goed. Wie A zegt enzovoort. Hieronder mijn bijdrage. Op Wikipedia kunt u controleren of het een beetje klopt, of niet.

Godallemachtig man,
ollekebollekes!
Ga er maar aan staan zeg..
wat een idee!

Pér regel twéé regels..
Ontegenzeggelijk
Hóllandse dichtvorm van
zekere P

Een koekenbakster te Allingawier




Voor ieder plaatsje, stad of dorp langs het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad, hadden wij bedacht, zouden wij een limerick maken. Een wandellimerick. Naar aanleiding van een ontmoeting, een observatie, een gebeurtenis of wat dan ook. Drs. P zou het niets gevonden hebben waarschijnlijk, die hield niet van limericks, naar verluidt, maar wij hebben er erg veel pleizier in. Dus wie doet ons wat?
Zo kwamen wij dan ook door Allingawier, een dorp waar niemand woont. Een dorp met een kassa, waar je langs moet, om erin te mogen. Een museumdorp.
Als wandelaars van het Kustpad mochten wij de kassa zonder betalen passeren, maar dan mochten wij dus niet het bruggetje over, het dorp in. Wat jammer was omdat aan de overkant koffie werd verkocht, op een terrasje in de zon. Met drabbelkoek, ook nog. Precies waar wij zin in hadden.
Gelukkig kregen we op beleefde aanvraag speciale toestemming het bruggetje tóch over te steken, als we dan maar wel beloofden niet het dorp zelf in te gaan. Wij beloofden het en maakten aldus kennis met de Drabbelkoek, die, zo bleek, ter plekke werd gebakken. Of moeten we zeggen gefrituurd?

Een koekenbakster te Allingawier
bakte haar koeken met veel plezier,
ze waren bros als beschuit,
maar het vet droop er uit..
Dát is écht drabbelkoek, sprak ze fier.

maandag 15 juni 2015

De man in huis

De middag liep op zijn einde. En in ons moderne, geëmancipeerde gezin, waar de rollen al sinds jaar en dag zijn omgedraaid, ben ik dan in de keuken in de weer. Zoals het een goed huisvader betaamt. Met broccoli, lof, schorseneren en prei. Sla, tomaten en radijsjes. Nee, knolraap komt er bij mij niet in.
Maar al doende wachtte ik ook een klein beetje op mijn vrouw, de kostwinner, die nu toch wel bijna thuis zou komen, van haar werk.
Ik was namelijk nogal in mijn nopjes omdat ik boven met de verbouwing was begonnen, vandaag. De afgelopen week had ik al wel flink wat heen en weer gesjouwd, met bedden en buro’s en linnenkasten, om één en ander helemaal leeg te krijgen en de bovenverdieping zodanig te reorganiseren dat er verbouwd kon worden, zonder in te leveren op het aantal slaapplaatsen in huis. Maar vandaag had ik dan een begin gemaakt met het strippen van plafond en wand. Enorme hoeveelheden zachtboard, schrootjes en gipsplaat had ik verwijderd. En daarbij was ik dan op een leuke verrassing gestuit. Een tot nog toe achter zachtboard, gipsplaat en schrootjes verborgen gebleven origineel detail, waarvan ik nu erg benieuwd was wat mijn vrouw ervan zou vinden.
Vandaar.
Daar zag ik haar de auto al inparkeren.
Mij verkneukelend wachtte ik boven de pannen op het geluid van de voordeur om haar meteen mee naar boven te nemen, en haar mijn vorderingen en vooral ook mijn ontdekking te laten zien.
Maar het geluid van de voordeur bleef uit, want in plaats van uit te stappen, zag ik nu, zat mijn vrouw in de stilstaande auto te appen. Over haar schermpje gebogen zat ze ijverig te tikken, in de onmiskenbare houding met de bekende gebaren, en had geen oog voor de buitenwereld. Haar man, die achter het raam ongeduldig stond te wachten en nu maar weer terug liep naar zijn pannen, en zijn aanrecht.
En toen ze minuten later eindelijk wél binnenkwam, en naar mij toeliep in de keuken, kreeg ik niet de kus die ik verwachtte maar moest mijn vrouw eerst nog een paar keer bellen, voor haar werk, en nog wat appjes versturen. Met haar telefoon aan de lader, omdat haar batterij leeg was. De lader in het stopcontact boven het aanrecht, waar hij om één of andere reden altíjd in zat.
Dus daar stond mijn vrouw. Te bellen en te appen. Voor haar werk. Mídden in mijn keuken, leunend tegen míjn aanrecht, zónder aandacht voor mij en vréselijk in de weg.
Zuchtend en mopperend redderde ik een beetje om haar heen, om de benodigde potten, pannen en schalen vanachter haar weg te pakken.
Of dat per se híer moest, liet ik mij uiteindelijk bars ontvallen.
Waarop zíj met een geërgerd gebaar de lader uit het stopcontact trok en snuivend naar elders beende, de neus in de wind.
Wat míj dan weer in het verkeerde keelgat schoot zodat ik, zoals dat ook in een omgedraaid goed huwelijk gaat, háár weer iets hatelijks nariep over eíndelijk thuis, áltijd maar bellen, dat eeuwige appen, een béétje belangstelling en éven gedag zeggen.
Je lijkt wel een vént, riep ik tot besluit.
Waar dát nou vandaan kwam.. ik weet het ook niet.
Ik lijk verdorie wel een wijf.


Dit is een bewerking van een eerder op dit weblog gepubliceerd stukje. Ik las het deze week voor als column op de lokale radio.

zondag 14 juni 2015

Ze gingen volledig door het lint




















Uit de serie: Geen Kunst
voor een uitgebreide rondwandeling door beeldentuin de Wereld, volg de gids

woensdag 10 juni 2015

Men nam een afwachtende houding aan




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondwandeling door beeldentuin de Wereld, volg de gids