woensdag 29 april 2015

Straathoekwerker




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondwandeling door beeldentuin De Wereld, volg de gids

dinsdag 14 april 2015

Ik stik..




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondwandeling door beeldentuin De Wereld, volg de gids

zaterdag 11 april 2015

Even geduld aub

Met gepaste tegenzin stapte ik deze week binnen bij de apotheek. Je komt daar ook niet voor je plezier natuurlijk. Je komt er dingen halen die je eigenlijk liever niet nodig zou hebben, en het kost vaak nog een hoop geld ook. Maar goed, je hebt het niet altijd voor het zeggen.
Nummer 35, was ik. Want bij de apotheek ben je een nummer. De teller boven de balie stond op 30. Er waren vijf wachtenden voor me.
Bij de supermarkt zou direct een extra kassa worden geopend. Waarschijnlijk omdat de supermarkt bang is dat klanten, wanneer ze telkens heel lang in de rij  moeten staan, de volgende keer naar een andere supermarkt gaan. Want dat kan, in het geval van supermarkten. Er zijn er genoeg.
Bij apotheken was dat anders, wist ik. Bij de apotheek ging dan ook nooit een extra kassa open. Er waren vijf balies, met grote cijfers, van één tot vijf, zodat je je niet kon vergissen in het aantal, maar drie van die balies waren er waarschijnlijk alleen voor de sier. Als er bij de apotheek vijf wachtenden voor je waren, kon je er maar beter een stoel bij pakken. Als er nog één vrij was tenminste.
Bij een eerder bezoek had ik eens nummer 97 getrokken, met 90 op de teller. Verspreid over de ruimte zag ik landerige wachtenden, onderuitgezakt op stoelen, doelloos slenterend tussen de schappen en ongemakkelijk leunend op vensterbanken. Er zat duidelijk héél weinig beweging in de gang van zaken. Ik besloot toen dat ik dáár geen zin in had, en vertrok naar de supermarkt, om boodschappen te doen. Met mijn volle tas op weg naar huis, wilde ik het toch nog maar eens proberen, bij de apotheek. Het moest tenslotte toch een keer gebeuren en misschien was het inmiddels wat rustiger. Ik fietste dus weer terug. De teller boven de balie stond inmiddels op 95 en ik kon, met nummer 97 nog in mijn zak, gewoon doorgaan met wachten, alsof er niets gebeurd was. Wat ook bijna zo was, natuurlijk.
Maar goed.

Deze keer had ik nummer 35, hoefde ik geen boodschappen meer te doen en zat er niks anders op dan mijn ziel in zaligheid te bezitten. Er waren vijf wachtenden voor me, en al onze medewerkers waren in gesprek. Met elkaar ook vooral, want dat is het leuke bij de apotheek, het is een grote, open ruimte met heel veel glas, dus dat kun je daar allemaal zien. Of je wilt of niet, terwijl je staat te wachten kun je zien dat achter de vijf balies, waarvan er drie gesloten zijn, zeker acht medewerkers zéér bedrijvig heen en weer dribbelen. Sommigen met papier in hun hand, anderen zonder. Sommigen praten met elkaar, anderen dribbelen naar achter, waar je ze niet meer kunt zien. Sommigen staan gedurig aan de telefoon, lachen daarbij uitbundig en tikken daarna weer verder op de computer.
Niemand van al deze medewerkers lijkt echt te merken dat er mensen staan te wachten. Heel soms loopt er één even naar de balie, om iets te vragen aan de klant die daar staat, maar ook als je aan de beurt bent, moet je nog wachten.
Na geruime tijd mocht ik naar voren komen. Een mevrouw vroeg mijn naam, mijn adres en geboortedatum. Daarna bleef het stil. De mevrouw keek ondoorgrondelijk op haar scherm.
Wanneer had ik mijn receptje ingeleverd, vroeg ze toen, een beetje kortaf. Strenge ogen priemden mijn kant op.
Twee dagen geleden, antwoordde ik naar waarheid, want dat was de bedoeling, dat wist ik heus wel.
Maar nu zag de mevrouw dat het recept pas ‘s middags was doorgemaild. Dus, klonk het onverbiddelijk, kon ik mijn medicijnen ook pas ’s middags af komen halen. Want er stonden twéé héle werkdagen voor de procedure.
Ik keek op de klok.
Het was kwart voor twaalf.
Als ik nu meteen een nummertje trok, was ik vanmiddag nog aan de beurt.

vrijdag 3 april 2015

Van de bitch van Stavoren, Hindeloopen tot Workum




We waren er al eens eerder, in Stavoren. Een aantal jaar geleden. Toen kwamen we uit Enkhuizen gelopen, en namen hier de boot weer terug, om de cirkel van het Zuiderzeepad te sluiten. Vandaag is Stavoren een startpunt. Een soort van nieuw begin. We openen er het noordelijk deel van het Nederlands Kustpad, door Friesland en Groningen. Langs IJsselmeer en Waddenzee gaat het nu richting Duitsland. Het Hollands gedeelte, van Hoek van Holland naar Den Oever, zit erop.
In de haven maken we als eerste kennis met het Vrouwtje van Stavoren. De vorige keer was zij ons ontgaan, maar daar staat ze hoor: gegoten in brons, met de hand boven de ogen uitkijkend over de Zuiderzee. Toen nog. Wij menen dat ze dus wel iets heldhaftigs verricht zal hebben, gelijk Kenau Simonsdochter Hasselaer, die in haar dooie eentje Haarlem voor de Spanjaard behoedde, of zoiets, en vinden de aanduiding ‘vrouwtje’ ook dáárom niet zo passend.  Al is het zeker geen gróót beeld.
Het bijbehorend tekstbord helpt ons echter uit de droom. Niks heldhaftigs aan, aan dit vrouwtje. Een eigenwijs, inhalig en egoïstisch kreng was het. Waarvoor ‘vrouwtje’ nog veel te lief is, als aanduiding. Een hoogmoedige koopmansvrouw is hier vereeuwigd. Wat je nu een ondernemer zou noemen. Een bankier, een grote graaier. Stinkend rijk, de rijkste van de stad, maar nog altijd niet tevreden. De VVD bestond nog niet, maar anders was het Vrouwtje van Stavoren er wethouder voor geweest. Of senator, of iets anders lucratiefs.
Opvallend trouwens ook dat het hier, rond 1800, een vrouw betreft. Die blijkbaar tóen al door het glazen plafond was gebroken en eenmaal aan de top dus precies het gedrag bleek te vertonen dat nu pas, ruim tweehonderd jaar later, vooral mannen wordt kwalijk genomen. Misschien dat de wereld er met vrouwen aan de macht toch niet echt heel anders uit zou zien. Misschien is het wel helemaal niet zo simpel.




Maar goed, het Vrouwtje van Stavoren.
Zij stuurde één van haar schippers eropuit, om het beste en het kostbaarste dat de wereld te bieden had voor haar te halen. Met minder nam ze geen genoegen. Toen de schipper, na vele omzwervingen en ampele overwegingen, terugkeerde met een boot vol graan, was zij zó beledigd dat zij opdracht gaf het hele spul in zee te kiepen. Terwijl de bevolking honger leed, nota bene. De bitch van Stavoren. Om geen Hollandser termen te gebruiken.
Een oud en wijs man - sorry dames, maar zó gaat het verhaal - probeerde haar nog op andere gedachten te brengen door haar te voorspellen dat zij, eenmaal zelf aan de bedelstaf geraakt, zou inzien dat graan toch echt kostbaarder was dan goud. Maar dáár had het Vrouwtje helemáál geen boodschap aan. Als ultiem decadent antwoord gooide zij lachend haar gouden ring in zee, honend dat de kans dat zíj aan de bedelstaf zou geraken even groot was als de kans dat zij haar gouden ring óóit terug zou krijgen. Fuck you, wijze oude man, opzij!
Of statistiek al was uitgevonden weten wij niet, maar objectief gezien had ze een punt, aangezien ze volgens de verhalen eigenaar was van zo’n beetje alles wat kon varen, woonde in een huis met gouden vloeren en zilveren muren en het al met al dus zo’n beetje voor het zeggen had, in Stavoren en omstreken. Dat kin wat lijen, zou je zeggen.
Toch liep het verkeerd af, want Calvijn was natuurlijk al wel al lang en breed uitgevonden.
Slechts een paar dagen later kocht de keukenmeid van het Vrouwtje een schelvis op de markt, voor het diner - een krepserig armeluismaaltje ook nog - en ja hoor, verdomd als het niet waar is, in de maag van dat beest werd haar gouden ring teruggevonden. De kansen van het vrouwtje keerden onmiddellijk. Al haar schepen vergingen op zee, op de plek waar het graan overboord werd gekiept ontstond een zandbank en de haven van Stavoren slibde dicht. Het vrouwtje ging failliet en raakte aan de bedelstaf, precies zoals de wijze oude man had voorspeld.
We moeten, begrijpen wij nu, het beeld eerder zien als een waarschuwing. Een wijze les. Hoed u voor bankiers en ondernemers. Zij hebben slechts zelden het beste met u voor. Waarvan akte.






Nee, dan het Vrouwtje van Stavoren dat we verderop op de grasdijk tegenkomen. Een struis type is het, met grijze haren in de wind, stevige schoenen en een camelkleurige bodywarmer met heel veel zakken en vakken. Ook zij kijkt uit over wat eens de Zuiderzee was. Niet met haar hand boven haar ogen maar door een al even struise verrekijker. Wind en waterdicht in legergroen rubber verpakt, rotsvast verankerd op een statief.
Of er nog wat leuks te zien is, vragen wij, en gaandeweg wil de vrouw ons wel vertellen wat zij aan het doen is: ganzen tellen. Als vrijwilliger voor de Sovon, een officiële vogelinstantie.
Kijk, zo kan het dus ook, Vrouwtje van Stavoren, denken wij. Vrijwillig ganzen tellen, in plaats van met een ontevreden smoel op je florijnen zitten.
Maar het roept ook de nodige vragen op. Lopend over de dijk hebben wij vanochtend bijvoorbeeld al zóveel ganzen gezien dat het toch onbegonnen werk lijkt dat allemaal te tellen? En bovendien, vragen wij ons af, hoe weet je nou welke je al gehad hebt? Ze vliegen immers met wolken tegelijk van links naar rechts of weer terug over de dijk?
Als rechtgeaarde Friezin staat de vrouw daar met een geamuseerde glimlach nuchter tegenover. Ze telt een bepaald gebied op één dag. En dat daar doublures in zitten, ja.. nou.. dat wordt vast wel meegenomen in de rekenmethode. Dus..
En volgens haar gaat het de laatste tijd de goede kant op met de ganzenstand. Of dat meer of juist minder ganzen betekent, zijn wij benieuwd, omdat ze nou niet altijd even geliefd zijn, menen wij te weten. Maar dat ligt volgens de ganzentelster dan maar weer net aan met wie je praat. En over welke ganzen. Of je het over overwinteraars hebt,  of over overzomeraars. Boeren hebben alleen een hekel aan die laatsten. Want díe vreten de boel op. En ja, dan schijnt er inderdaad het plan te zijn om stelletjes waarvan vermoed wordt dat ze zich voort willen planten, af te schieten. En de tellingen van de Sovon zullen ongetwijfeld gebruikt worden in het meten van het resultaat van allerlei maatregelen. Maar ja.. daar weet zij verder niks van. Zij telt alleen.





Onderweg naar Hindeloopen komen we langs een wit gebouw dat enige historie verraadt. We vermoeden iets notabels. Later op internet lijkt het om het waterschapsgebouw Schuilenburg te gaan, nu in gebruik als conferentie-oord. Verderop nog zo’n ontmoeting, met een iets dichterbij verleden. Het strandpaviljoen Hindeloopen, dat onder de geknakte kerktoren van het stadje vrijwel bewusteloos tegen de dijk ligt te verloederen. Het Kurhaus van Friesland, schijnt dit te zijn geweest, in de hoogtijdagen. Als Hagenees ga ik daar verder niet op in, maar zonde is het wel natuurlijk. Er schijnen plannen te zijn het gebouw in ere te herstellen. Het zou het waard zijn, denken wij, maar ja.. wie zal dat betalen? Een ondernemer, hoogstwaarschijnlijk. En wij denken nog even aan  Scheveningen.
Hindeloopen zelf is een schattig historisch dorpje, met kleine huisjes en straatjes, steegjes en glopjes. Overtuintjes en zwartgeteerde schuren. Zwijgzaam vissende mannen met praktische schorten voor. Een houten kippenbruggetje over het water, waar in barre dus betere tijden de Elfstedentocht nog wel eens onderdoor kwam.





Verder gaat het, naar Workum, nog altijd over de kruin van de dijk. We passeren een derde wit, historisch gebouwtje. Een voormalige vuurtoren deze keer. Een enigszins afgebladderd geheel met een opengeknipte gashaard als lichtbaken op het dak. Het is, zie ik, precies de rode kachel die ik honderd jaar geleden in mijn Haagse jongenskamer had staan. Maar dan niet opengeknipt natuurlijk. Wanneer hij warm werd, kleurde hij vanuit het midden langzaam paars. Het waren de jaren zeventig. Op de vuurtoren is het geen origineel detail uiteraard, ondanks de poging origineel te zijn. Het baken is er in 2004 neergezet, als verrassing voor de deelnemers van de jaarlijkse strontrace. Nog zo’n staaltje onvervalste Fryske cultuur. Of W.A. van Buuren eraan meedeed, vermeldt de geschiedenis niet.
We mogen niet over het erf van de vuurtoren en moeten onderlangs de dijk verder, waardoor we goed zicht hebben op het metersbrede spandoek aan de omheining van het perceel, dat roept dat men hier geen windmolens in het IJsselmeer wil. Tja. Wij begrijpen dat. Wij willen ook geen windmolens in het IJsselmeer. Niemand wil windmolens in het IJsselmeer. Niemand wil windmolens in zijn achtertuin. Iedereen wil stroom, en hoe groener hoe beter, maar niemand wil windmolens in zijn blikveld. Of hoogspanningsmasten. Of trafostations. Gelukkig hoeven wij dat niet allemaal op te lossen.
Workum, besluiten we wanneer we het binnenlopen, bewaren we voor de volgende keer. Dat het de moeite waard is, zien we wel, maar we hebben trek in bier. Het Jopie Huisman Museum, leren we aan de leestafel alvast, is met vijftigduizend bezoekers het drukstbezochte museum van Workum.





Nederlands Kustpad deel 3, eerste etappe, van Stavoren tot Workum, gelopen op zaterdag 14 februari 2015

woensdag 1 april 2015

Led Zeppelin




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreidere rondleiding door beeldentuin De Wereld, volg de gids