zaterdag 7 maart 2015

De ganzentelster van Stavoren



We wandelen wat af. Heerlijk. Hoofd leeg, één met het landschap en je ziet nog eens wat. Je leert je land nog eens kennen. Een deel van de lol is het later thuis weer opzoeken van antwoorden op onderweg opgeroepen vragen. En het fotograferen onderweg, al of niet in een thema. Het achteraf schrijven van een wandelverslag.
Wandelend langs een vers gedeelte van het Nederlands Kustpad, aan de Friese kant van het IJsselmeer, raakten wij zo maar in de ban van een nieuw idee. Bij iedere plaats waar wij doorheen wandelden, langs deze route, zouden wij een limerick schrijven. Naar aanleiding van iets dat we er meemaakten. Een ontmoeting, een observatie, een uitzicht en wat al niet meer. Je máákt tenslotte wat mee onderweg, als je ogen en oren openhoudt.
Iets boven Stavoren, op de dijk langs het IJsselmeer, ontmoetten wij bijvoorbeeld een struise vrouw met een verrekijker. Het was geen gewone verrekijker zoals we zelf ook in de rugzak hebben, nee, we konden hier gerust spreken van een professionele verrekijker. Een enorm, wind- en waterdicht, legergroen gevaarte op een robuust statief. Struis als de vrouw zelf, was de verrekijker.
Op onze vraag of er nog iets leuks te zien was, legde zij ons steeds toeschietelijker uit wat zij aan het doen was. Ganzen tellen namelijk. Namens de Sovon, een officiële vogel-instantie. Brandganzen, kolganzen.. Ganzen. Overwinteraars en overzomeraars. Om de ganzenstand in de peiling te houden. En het resultaat van maatregelen te meten, uiteraard.
Wij hadden deze dag al zóveel ganzen heen en weer over de dijk zien vliegen dat het ons een onmogelijke opgave leek. Want hoe wist je welke ganzen je al geteld had? En of ze niet achter je rug opvlogen, om elders weer neer te strijken? Hoe kon je de tel niet kwijt raken, met zoveel ganzen? Wij moesten er niet aan denken.
De mevrouw zag dat toch allemaal wat nuchterder in. Daar waren richtlijnen voor. Ze telde gewoon een bepaald gebied in één dag. En dan kwam het wel goed. Dan had men toch een vrij aardig idee.
Bij elke groep ganzen die wij de rest van de wandeling tegen kwamen, hebben wij aan deze ganzentelster gedacht. En vroegen wij ons af of ze al geteld waren.

Een ganzentelster bij Stavoren
was een vlucht uit het oog verloren.
Zij ging eerst uit haar dak,
maar zei toen: ‘k Ben nie gak!
’t Was een honderdtal, zo te horen.




2 opmerkingen:

  1. Ganzen tellen, een job als een andere? Wel een leuk idee van die limerick

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha, nou, ik vermoed dat het hier vrijwilligerswerk betreft. Het is monnikenwerk tenslotte.

      Verwijderen