maandag 30 maart 2015

Communication breakdown




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondleiding door beeldentuin De Wereld, volg de gids

vrijdag 20 maart 2015

In fytsmakkerij yn Workum

Elders langs onze wandeltochten hadden we het al eens eerder gezien: een te goeder trouw aangeboden fietspomp. Zomaar aan de kant van de weg, bij een huis. Voor wie een zachte band had. En wie ‘m op zijn grotestads meenam, was een hork. Uiteraard. Want die heb je ook.
Hier in Workum stond hij bij een fietsenmaker op de stoep. Waar je hem ook eigenlijk zou verwachten. Maar dan niet gratis, misschien.




















By in fytsmakkerij yn Workum 
stiet in boadskip dy hiel dúdlik doar kum: 
De pomp is foar ieders gerief 
 mar wa him stelt is in dief! 
Al sil dat yn Workum net foar kum..

vrijdag 13 maart 2015

Een pizzeria te Hindeloopen










Wandelend langs het Nederlands Kustpad kwamen wij ook door Hindeloopen. Een klein, Fries en pittoresk plaatsje aan de Zuiderzee. Dankzij haar haven heeft het altijd in contact gestaan met de rest van wereld. En stonden de sluizen open voor andere culturen dan de onze. Vreemde smaken en gebruiken uit verre en exotische oorden.  Anders kunnen wij het niet verklaren, het reclameschild op dit pizza-bezorg-autootje.




















Een pizzeria te Hindeloopen
was op de avond des Heeren tot héél laat nog open.
Na panna cotta en ijs
werd, voor een billijke prijs,
de kat in het donker geknopen.

woensdag 11 maart 2015

Hij stond er helemaal alleen voor




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondleiding door Beeldentuin De Wereld, volgt u de gids

zaterdag 7 maart 2015

De ganzentelster van Stavoren



We wandelen wat af. Heerlijk. Hoofd leeg, één met het landschap en je ziet nog eens wat. Je leert je land nog eens kennen. Een deel van de lol is het later thuis weer opzoeken van antwoorden op onderweg opgeroepen vragen. En het fotograferen onderweg, al of niet in een thema. Het achteraf schrijven van een wandelverslag.
Wandelend langs een vers gedeelte van het Nederlands Kustpad, aan de Friese kant van het IJsselmeer, raakten wij zo maar in de ban van een nieuw idee. Bij iedere plaats waar wij doorheen wandelden, langs deze route, zouden wij een limerick schrijven. Naar aanleiding van iets dat we er meemaakten. Een ontmoeting, een observatie, een uitzicht en wat al niet meer. Je máákt tenslotte wat mee onderweg, als je ogen en oren openhoudt.
Iets boven Stavoren, op de dijk langs het IJsselmeer, ontmoetten wij bijvoorbeeld een struise vrouw met een verrekijker. Het was geen gewone verrekijker zoals we zelf ook in de rugzak hebben, nee, we konden hier gerust spreken van een professionele verrekijker. Een enorm, wind- en waterdicht, legergroen gevaarte op een robuust statief. Struis als de vrouw zelf, was de verrekijker.
Op onze vraag of er nog iets leuks te zien was, legde zij ons steeds toeschietelijker uit wat zij aan het doen was. Ganzen tellen namelijk. Namens de Sovon, een officiële vogel-instantie. Brandganzen, kolganzen.. Ganzen. Overwinteraars en overzomeraars. Om de ganzenstand in de peiling te houden. En het resultaat van maatregelen te meten, uiteraard.
Wij hadden deze dag al zóveel ganzen heen en weer over de dijk zien vliegen dat het ons een onmogelijke opgave leek. Want hoe wist je welke ganzen je al geteld had? En of ze niet achter je rug opvlogen, om elders weer neer te strijken? Hoe kon je de tel niet kwijt raken, met zoveel ganzen? Wij moesten er niet aan denken.
De mevrouw zag dat toch allemaal wat nuchterder in. Daar waren richtlijnen voor. Ze telde gewoon een bepaald gebied in één dag. En dan kwam het wel goed. Dan had men toch een vrij aardig idee.
Bij elke groep ganzen die wij de rest van de wandeling tegen kwamen, hebben wij aan deze ganzentelster gedacht. En vroegen wij ons af of ze al geteld waren.

Een ganzentelster bij Stavoren
was een vlucht uit het oog verloren.
Zij ging eerst uit haar dak,
maar zei toen: ‘k Ben nie gak!
’t Was een honderdtal, zo te horen.




vrijdag 6 maart 2015

Calling occupants of interplanetary craft




















Uit de serie: Geen Kunst
Voor een uitgebreide rondwandeling door Beeldentuin De Wereld volgt u de gids

maandag 2 maart 2015

Jongens van Jan de Witt

Het was na een bezoek aan de mondhygiëniste. Ik was blij dat het er weer even op zat, dat ik weer naar huis mocht.. ik had een zonnig humeur. Ook het weer was zonnig en zelfs de trein reed op tijd. Daar stopte hij al bij het perron, met de deuren vlak voor mijn neus. Ik drukte ze open en deed een stapje naar achter, om ruimte te maken voor uitstappende passagiers. Eén van de vele grote ergernissen van het treinreizen is het gemene volk dat zich op het perron voor de deur staat te verdringen om de trein in te stappen en de uitstappende medemens daar het liefst bij onder de voet zou lopen.
Ik hoor daar niet bij. Bij dat gemene volk.
Ik doe stapjes naar achter. Ik houd deuren open, voor dames en heren. Ik bied mijn hulp aan aan met kaartjesautomaten stuntelende ouderen.
Ik zwijg in stiltecoupés.
Ik laat mijn voeten op de grond en neem mijn krant weer mee naar huis. Ik laat voorgaan bij het uitchecken. Ik sta op voor zwangere vrouwen. Ik eet niet in de trein. Ik spreek met twee woorden.
Ik zeg U tegen vreemden.
En nu liet ik me blijkbaar ook al opzij duwen door een jongeman die geen zin had om achter al mijn beleefdheid te gaan staan wachten en ook niet om helemaal om mij heen te lopen en zich dus hardhandig tussen mij en de trein door botste, het treetje op het halletje in. Ik schrok er van.
Tjongejonge, dacht ik.
Nounou, hoorde ik een mevrouw achter mij zeggen.
Tja, zó kan het natuurlijk ook, hoorde ik mezelf toen zeggen, bij het instappen. Het ontsnapte me een beetje.
De jongeman had het ook gehoord en stond meteen in de gevechtshouding.
Of ik soms wat had?
Ik keek in de drank- en drugsdoorlopen ogen van een ongezonde Hollandse jongen. Een lijkbleek en pafferig, zwáár verongelijkt tronie. Had je wat? Een jongen van Jan de Witt nieuwe stijl.
Of ik soms wat had? Met m’n kankerkop. Galmde het door de trein.
Mijn medepassagiers, die dit natuurlijk hoorden, en die het zagen gebeuren terwijl ze zelf instapten, hielden hun pas in. Sommigen draaiden zich om, naar de jongeman. Pas op, wij zijn er ook, leken ze te willen zeggen. Wij zijn in de meerderheid, als beschaafde mensen, en wij accepteren dit gedrag niet.
Je moet je kankerkop houden! Klonk het nogmaals.
De jongeman dacht niet dat hij iets te duchten had van de brave burgerij. De hufters hebben het voor het zeggen tenslotte. Hij hoefde maar te schreeuwen en te dreigen en hij kreeg ruim baan. Zo was het altijd gegaan.
Maar deze groep passagiers had het blijkbaar opeens helemaal gehad, met de hufterij. De jongeman werd stevig beetgepakt door een aantal mensen en met vereende krachten weer terug op het perron  geduwd.
Figuren als jij hoeven we niet in onze trein, riepen ze hem toe. Je gaat maar lopen. En verbouwereerd bleef de jongeman achter op het perron.
Maar zo ging het niet uiteraard.
Mijn medepassagiers, die dit natuurlijk hoorden, en die het zagen gebeuren terwijl ze zelf instapten, maakten zich zwijgend en zo onopvallend mogelijk uit de voeten. Als water gleden  ze om mij en de jongeman heen, veilig hun coupé in. Wij zijn hier niet, leken ze te denken. Wij hebben hier niks mee te maken, wij bemoeien ons er niet mee.
Je moet je kankerkop houden! Klonk het nogmaals.
De jongeman wist zeker dat hij niets te vrezen had van deze grijzende man. Een softe hippie was het, dat zag hij zo. Hij hoefde maar te dreigen en te intimideren en hij droop af. Zo ging het altijd.
Maar ik had het opeens helemaal gehad met die opgefokte, doorgesnoven lomperikken.
Ik hoefde maar één keer uit te halen.
De jongeman had nergens op gerekend. Zonder een kik te geven smakte hij tegen de wand van het halletje en zakte als een dweil in elkaar. Ik pakte hem bij kop en kont en gooide hem terug op het perron.
Je moet je een beetje fatsoenlijk gedragen! Zo moeilijk is dat niet! Riep ik hem door de sluitende deuren nog toe. Volkomen verbouwereerd bleef de jongeman achter op het perron.
Maar nee, zo ging het natuurlijk ook niet.