vrijdag 19 december 2014

In de rij voor Rothko



Je moet er al wéken voor in de rij staan, voor de schilderijen van Mark Rothko. Vandaag valt het nog mee, met een rij van hooguit tien minuten, maar bij eerdere, andere uitstapjes naar mijn geboortestad Den Haag zag ik rijen waarvoor de markante, lange glazen toegangscorridor van het Haags Gemeentemuseum bij lange na niet lang genoeg was. Als je niet beter wist zou je nog tot de conclusie komen dat we in een zéér beschaafd en kunstminnend land wonen. Het is geen Anton Pieck tenslotte, Mark Rothko. Of Herman Brood. Moeilijke kunst, is het. 
Gelukkig wordt er ook op zijn Hollands gemopperd. Op de rij en het tempo waarin die beweegt. Maar, eerlijk is eerlijk, ik mopper even mee, het ís ook onbegrijpelijk dat het Gemeentemuseum, zeker na al die weken drukte, nog altijd minutenlang zit te schutteren met zoiets alledaags als een pinbetaling. Of een museumjaarkaart. Met alles dus eigenlijk.
Het is evengoed niet bepaald wat Rothko zelf in gedachten had, deze drukte. Zíjn idee was het dat de toeschouwer bij voorkeur alleen zou zijn met zijn werk, om zo, in alle stilte en afzondering, tot een religieuze ervaring te komen. Dezelfde religieuze ervaring die hij zelf had bij het schilderen van het doek. Weliswaar staat er bij de ingang van de tentoonstelling een bord waarop de bezoeker gevraagd wordt zoveel mogelijk stilte te betrachten, in verband met dit idee, maar dat het lastig wordt is meteen duidelijk. Het wemelt in elke zaal van de kunstliefhebbers. Ieder schilderij moet gedeeld worden met een beweeglijke wolk van andere kijkers en hoe je je ook opstelt, er schuift altijd wel een lid van de culturele elite je blikveld in. Zonder boe of ba gaan ze pal voor je neus staan om het wonder te aanschouwen. Soms loopt er eens iemand tot vlak voor het schilderij, om een detail te bestuderen, zonder acht te slaan op degene die op enige afstand het geheel juist probeert op te nemen.
Mannen met artistieke, corduroy jasjes en grijze manen, streng en nadrukkelijk bebrild, doorgronden het werk met vorsende blik. Grijze dames met brillen aan kettinkjes, dure kleding en dito kapsels ondergaan het met deftige oogopslag. Fluisterend wijst men elkaar op bijzonderheden, zucht zachtjes van ooh en aah. Gelachen wordt er niet, het is een serieuze zaak. Terwijl ik het toch ook wel iets lachwekkends vind hebben. Ja, sorry. Al die ernstige gezichten die lang en interessant en nadrukkelijk naar een groot zwart vierkant op een zo goed als zwarte achtergrond staan te kijken. En daarna naar het volgende, weer net iets anders. Flauw, van mij, om er zo naar te kijken natuurlijk. En ik ben me er zeer van bewust dat ik nauwelijks afwijk van de plaatselijke grootste gemene deler, met mijn lange grijze haren en mijn geitenwollen vest. Mijn zwarte bril en vorsende blik. Bovendien, ik vind het mooi. Het doet me meer dan ik had verwacht. Het vroege werk, ach ja, dat kan me gerust gestolen worden. Hooguit interessant om te zien dat Rothko, figuratief gesproken, eigenlijk niet zo héél erg goed kan schilderen. Misschien dat hij daarom is uitgekomen op die grote abstracte doeken met steeds weer dezelfde rommelige rechthoeken in telkens verschillende stapelingen. En ook dat is weer flauw. Want het fascineert dus wel. Omfloerste kleurvlakken zingen zich langzaam los van hun achtergrond, naderen elkaar, blijken langzamerhand uit meer kleuren te bestaan dan je eerder zag en of je nu wilt of niet, je wordt er door betoverd. Ik wel. Dus dat zal dan toch een religieuze ervaring zijn, wellicht.


De tentoonstelling Mark Rothko is nog te zien tot en met 1 maart 2015, in het Haags Gemeentemuseum.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen