donderdag 27 november 2014

101 ogenblikken



In het Stedelijk Museum van Alkmaar waren we op bezoek bij een tentoonstelling van Theo van Houts. De beste tijdschriftfotograaf van Nederland, volgens de bijsluiter. 
Waarom iets altijd meteen het best of het grootst of het hoogst of het warmst of het koudst moet zijn, begrijp ik niet zo goed. Het zal wel door het alomtegenwoordige dwdd komen, dé smaakbepaler hier te lande, waar ook alles en iedereen uitsluitend in de overtreffendste trap wordt besproken.
Persoonlijk ken ik lang niet alle tijdschriftfotografen, ik wist niet eens dat het een aparte soort was, dus of Theo van Houts de beste is, weet ik niet. Het lijkt me ook lastig te bepalen want er zijn nogal wat verschillende tijdschriften. Het is ook niet zo interessant natuurlijk, want niet alles is een wedstrijd. Waarom kunnen we niet gewoon zeggen dat Theo van Houts een goede tijdschriftfotograaf is. Dan weten we óók waar we het over hebben, en aan de tentoonstelling doet het verder geen afbreuk. Sterker nog, het tempert de verwachtingen wat, en opent zo de wijde, niet vooringenomen blik. We zouden er geen woord teveel mee zeggen ook, want Theo van Houts is inderdaad een goede fotograaf.
Dit is fotografie uit het pre-digitale tijdperk. Uit de tijd dat fotograferen nog een eerlijk ambacht was. Van één keer afdrukken, op het goede moment en wéten wat je doet, omdat je pas thuis, in de donkere kamer, kunt zien wat je gedaan hebt, en geen photoshop om je eruit te redden. De toegevoegde waarde van schoonheidsfoutjes. Alleen daarmee geeft deze tentoonstelling al een tijdsbeeld.
De foto’s van van Houts zijn een feest van veelbetekenende blikken, houdingen en gelaatsuitdrukkingen, op precies het goede moment genomen. Het dubbelportret bijvoorbeeld, van een vergeten bekendheid met zijn al even fatterige assistent, elkaar de loef afstekend in arrogante decadentie. Twee vechtende jongens op straat, in een kring van omstanders die daar elk op hun eigen manier getuige van zijn. En wij dáár weer van. De voelbare ijskoude minzaamheid van twee Staphorster vrouwen. Spannende, gelaagde taferelen.
Niet in honderd maar in honderd en één foto’s leidt de tentoonstelling ons zo langs momenten uit drie decennia Nederland. En het zou leuk zijn als het waar is wat ik denk, namelijk dat die éne foto er misschien ook wel op het laatste ogenblik is bijgehangen. Buiten de rubrieken om, een beetje alleen en opzij van de rest, hangt een foto van Sinterklaas, met zijn zwarte knecht. Ontredderd, en volkomen verloren staan ze in de zompige middenberm van een verlaten snelweg. Op net zo’n waaierige, grijze novemberdag als vandaag. Maar dan in 1963. Met de omineuze titel ‘Sinterklaas verdwaald’ zou deze foto zomaar een subtiele knipoog kunnen zijn. Naar de actualiteit, zal ik het maar noemen.
De meeste foto’s in de tentoonstelling zijn uit de zestiger en zeventiger jaren, en wat vooral opvalt is hoelang die alweer geleden zijn, als je de foto’s mag geloven tenminste. Ik vind het maar moeilijk voor te stellen dat ik deze tijden dus zélf heb meegemaakt. Als kind weliswaar, maar toch. Een boerenfamilie in Twente die je, als je moest raden, op kort na de tweede wereldoorlog zou schatten, blijkt gefotografeerd in 1972. Een groepje ouwelijke studenten, zichtbaar luidruchtig discussiërend op een trappetje van een herenhuis, straalt in alles de vijftiger jaren uit, in 1977. Die grenzen door de tijd lopen blijkbaar niet zo strak als we altijd maar denken. Een bijzondere ontdekking. En leuk om zelf te zien dat dat nog steeds zo is, als je om je heen kijkt.
Als we beneden aan de koffie zitten, zien we buiten op straat een flamboyante figuur langs struinen, pak en stropdas stijlvol fladderend op de wind en de maat van zijn ferme tred, een sigaret rokend met de vanzelfsprekende nonchalante flair van de jaren zestig. En in de Volkskrant van vandaag staat een foto van een dame die een 3D scan maakt van een beeldje van Picasso, met een apparaat dat het futuristisch midden houdt tussen een strijkijzer en een waterkoker en waaraan je nu, in 2014, al kunt zien hoe koddig ouderwets we dat over een jaar of tien waarschijnlijk al zullen vinden.

De tentoonstelling 101 ogenblikken van Theo van Houts is tot 1 februari 2015 te zien in het Stedelijk Museum van Alkmaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen