zondag 10 augustus 2014

Voicemail

Nog een week vakantie, was er te gaan. Eén héle week. En daarna waren de dagen voorlopig waarschijnlijk nog steeds alleen maar gevuld met trivialiteiten als rooster ophalen en boeken kaften en etui inpakken en potloden slijpen. Nou had zijn oudste zoon een baantje, dus die was mooi hele dagen onder de pannen, tot ieders tevredenheid. Maar de jongste, ook alweer bijna vijftien trouwens, had eigenlijk niets om handen. Ja, zijn telefoontje, had hij om handen. De godganselijke dag, kon je wel zeggen, zat hij scheef onderuit gehangen op de bank op zijn schermpje te kijken. Als hij zijn bed ervoor uitkwam tenminste, want dat was ook geen uitgemaakte zaak. De man werd er ook wel eens opstandig van hoor. Tjongejonge. Het was niet eens meer een half oog, waarmee hij eraan bleef plakken als je iets tegen hem zei, er werd maar nauwelijks notitie van je genomen. Als je een klusje voor hem had, moest je eerst even wachten tot hij een gaatje in zijn game had gevonden. Of in zijn app-conversatie. En dan moest nóg alles met één hand gebeuren want wegleggen was geen optie. Het ding ging zelfs mee naar de wc. De man wilde niet eens weten waarom. Ten einde raad had hij zijn zoon vandaag het bindend advies gegeven iets te gaan ondernemen. Met zijn racefiets bijvoorbeeld, die er zo nodig moest komen. Ja, de man leek zijn vader wel, als hij zichzelf zo hoorde, maar goed. Nu was zijn jongste dus op weg naar zijn neef, twee uur fietsen van huis. De man kon tevreden zijn. En dat was hij ook. Al maakte hij zich ook een klein beetje ongerust dat hij na drie en een half uur nog altijd niets gehoord had over een behouden aankomst. Hij had al geprobeerd hem even te bellen. Maar er werd niet opgenomen. Zijn sms bleef onbeantwoord. Zijn zoon bleek onbereikbaar.

1 opmerking:

  1. Ondertussen is er nu toch wel weer een teken van leven gekomen?

    Vragende groet,

    BeantwoordenVerwijderen