dinsdag 1 april 2014

Eén beschuitje maar

Het was niet slim om ziek te worden, als huisman. Daar had helemaal niemand wat aan. En jijzelf, als huisman, al helemaal niet. De man wist het ook wel, van andere keren, maar je had het niet altijd in de hand natuurlijk. Dus nu was hij ziek. Gedverdemme.
Als zijn vrouw ziek was, belde ze vanuit haar bed haar werk, dat ze vandaag niet kwam, en morgen misschien ook wel niet, trok de dekens nog eens over het hoofd, draaide zich nog eens om, om er de rest van de dag niet meer uit te komen. Daar was je ziek voor tenslotte, nietwaar.
De man bracht haar dan een ontbijtje op bed, een beschuitje met een kopje thee met honing, een gepeld mandarijntje, een beboterd stukje ontbijtkoek. En in de loop van de dag liep hij regelmatig even naar boven, of ze nog iets anders wilde. Een kopje koffie, een boterhammetje, een glaasje water misschien? Hij luisterde geduldig naar haar gekreun en gezucht en gesteun van waar het allemaal pijn deed wanneer ze wat en hoe bewoog. ’s Avonds bezat hij zijn ziel in lijdzaamheid wanneer ze zielig met een dekentje op de bank naar een hele slechte film met heel veel reclame zat te kijken.
Als zijn jongens ziek waren verliep het ongeveer hetzelfde, al kozen die liever voor het wat zichtbaarder ziek zijn, met hun dekbed en flink veel kussens op de bank, midden in de kamer, waar ook de televisie en de snoeptrommel  binnen handbereik stonden. En ook nu zette de man zijn plannen voor de dag zonder mopperen opzij om zorgzaam met bekertjes karnemelk, beschuitjes  en sinaasappeltjes te redderen. Naar het geweeklaag te luisteren en bezorgd aan voorhoofden te voelen.
Nu de man ziek was, was er niemand die tijd had om hem een beschuitje te smeren, of een kopje thee te brengen. Laat staan met honing erin. Een vluchtig kusje op zijn voorhoofd kon hij krijgen, want zijn vrouw moest gewoon naar haar werk. Dag schat, en sterkte hè. Zijn oudste zoon kwam bezorgd vragen of zijn groene polo al gewassen was, omdat hij die vanmiddag weer aan moest, voor zijn baantje. De jongste bromde cool dat hij zich maar rustig moest houden vandaag en toen de voordeur voor de derde keer was dichtgetrokken, was de man alleen. Alleen met zijn koortsig, onwillig lijf. Niemand die luisterde naar zijn gekreun en gesteun dan hijzelf. Knap chagrijnig werd hij ervan.
’s Avonds, tegen etenstijd, belde dan zijn vrouw. Niet om te vragen of ze misschien iets te eten mee zou nemen, uit de stad, zoals hij opeens even hoopte, maar om te zeggen dat ze iets later was. Dan kon hij daar rekening mee houden, met koken.
Nee, ziek kon je maar beter niet worden, als huisman. Daar had je echt alleen jezelf maar mee.

2 opmerkingen:

  1. Arme jij. Sterkte hoor, een zieke huisouder(m/v) heeft het veel moeilijker dan een uitwerkende huisouder, het is waar. Heb jij nog een geluk dat je geen luiers meer hoeft te verschonen of kinderen uit school hoeft te halen :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Arme Jos, ik voel met je mee. Maria

    BeantwoordenVerwijderen