vrijdag 14 maart 2014

Met een mens

Opgewekt ging de man op weg, al had hij een reis van twee uur voor de boeg. Met het openbaar vervoer, ook nog. Maar.. hij ging vanavond uit eten met zijn dochter, die hij een tijd niet had gezien, dus hij verheugde zich erop. Lekker een vaderlijk avondje gezellig bijpraten.
Nog geen vijf minuten was hij onderweg of een nogal ontnuchterend omroepbericht gooide roet in het eten. Er was een aanrijding met een persoon geweest, verderop, en het treinverkeer was gestremd. Er reden voorlopig geen treinen naar waar de man moest zijn.
Een aanrijding met een persoon. Dat was een eufemisme, dat wist iedereen. Het had, vond de man, altijd iets vreemds, wanneer dat zo werd omgeroepen. Een aanrijding met een persoon. Het had iets ongepasts, wanneer dat zo weinig discreet over de perrons en door de coupé werd gegalmd. Daar hadden al die passagiers, die dat nu allemaal voor het thuisfront in hun telefoontjes stonden te herhalen, een aanrijding met een persoon, eigenlijk niets mee te maken. Vond hij. Ook vanwege het gemopper en geklaag dat dan op die mededeling volgde. Van mensen die nu een half uurtje om moesten rijden, via een ander station. Of wat langer moesten wachten, op het perron in de zon. Die verontwaardigd niet begrepen dat er na een kwartier nog geen bussen waren ingezet.
Twee meisjes werden zelfs zeer verongelijkt schijtziek van mensen die voor de trein sprongen. Daar konden ze dus echt geen medelijden mee hebben, lieten ze luid en duidelijk horen. Konden die losers er thuis dan geen einde aan maken, waar niemand er last van had. Waar zíj er geen last van hadden.
Nou ja, de man vond het ook vervelend natuurlijk, dat zijn reis nu werd onderbroken. Dat hij eigenlijk beter rechtsomkeert kon maken. En hij vond voor de trein springen nou ook niet echt een discrete manier om het leven te beëindigen. Toch kon hij ook niet anders dan bedenken hoe eenzaam en ellendig iemand zich moest voelen om die sprong te maken. En hoe eventuele achterblijvers zich altijd zouden blijven afvragen waarom. Hoe een machinist iemand al zag staan, en wíst wat er ging gebeuren vóór dat het was gebeurd, maar niets meer kon doen om dat te voorkomen.  Die dat maar moest zien te verwerken. En dan was de man eigenlijk blij dat híj alleen maar een half uurtje hoefde te wachten. En alleen maar weer naar huis hoefde. Naar zijn vrouw, en zijn kinderen. 

2 opmerkingen: