woensdag 16 mei 2012

Eind niet al goed

Goed, dan word je dus bijna doodgereden door een brommer, op klaarlichte dag recht voor de kerk, maar dat is nog tot daaraan toe. Of, tenminste.. ja, je schrikt natuurlijk. Je schrikt je te pletter. Komt zo’n jongen opeens recht op je af scheuren, op z’n knetterende crossbrommer, aan jouw kant van de weg. Omdat hij te cool is om braaf met de S van de weg mee te rijden, waarschijnlijk. Omdat hij het wel bij een sportieve rijstijl vindt passen om in één rechte streep twee bochten tegelijk af te snijden, en jou, een ouwe lul op de fiets, daar meteen eens een beetje bij te laten schrikken. Heeft hij ook weer een mooi stoer verhaal om aan zijn matties te vertellen.
Of misschien heeft hij je wel helemaal niet eens gezien. Of wel, maar je kop staat hem niet aan, of je jasje, je kijkt iets te lang in zijn richting.. weet jij veel wat er in die halfdoodgeblowde, door hormonen en energydrankjes vertroebelde puberhersens omgaat? Zien kun je het in elk geval niet want hij heeft een integraalhelm met spiegelglas op, een vorm van gezichtsbedekkende kleding waar je nou nooit eens iemand over hoort klagen, vreemd genoeg.
Als een groot, boos insect komt hij razend op je af. Je wijkt uit, je raakt de stoeprand nét niet, je voelt de jongen op de brommer rákelings langs je heen gaan, je valt niet, je wordt niet geraakt, je roept iets als: eikel, of: klootzak, en het loopt allemaal maar net goed af.
En je schrikt. Je schrikt je te pletter. Maar dat is dus niet het ergste. Het ergste is dat je daarna nog een hele tijd bezig bent af te rekenen met je eigen machteloze woede. Je eigen kolkende gedachten over wat er had kúnnen gebeuren. Als het net níet goed was afgelopen. Als je jongens van twaalf en dertien daar slingerend naast elkaar hadden gefietst. Als een winkelende kleuter de straat op was gerend. Zeker een uur raast er een niet te stoppen stroom wraakscenario’s en borreltafelgedachten door je hoofd, voordat je weer een beetje terug bent bij het goede humeur waar je mee van huis was gegaan. En dat is het ergste. Want zoveel aandacht, dat gun je zo’n jongen niet.

maandag 14 mei 2012

Het geluk en de eenvoud

Eigenlijk heb je ook helemaal niet zo héél veel nodig, om gelukkig te zijn. Want kijk, daar rijdt mijn jongste zoon, met de wind mee van de dijk af, in volle vaart op zijn fiets. Zijn lange haren wapperen woest om zijn hoofd, zijn voeten van de trappers, scooteren, jubelen van plezier. En hop, daar zwelt het vaderhart alweer. Van geluk dus. Om zoiets eenvoudigs. Om zoiets kleins. Of.. nou ja.. noem het maar iets kleins, eigenlijk. Die vindt dat dus nog leuk, met zijn vader een eindje fietsen. Twaalf jaar, maar die vindt dat nog net zo leuk als zijn vader het zelf vindt. Alle reden, wil ik maar zeggen, om in mijn handjes te knijpen.