dinsdag 31 januari 2012

Groen blaadje

Nu zijn oudste zoon op de middelbare school zat, kreeg hij natuurlijk om de haverklap cijfers voor van alles en nog wat. En dat was nieuw, want op de basisschool werd er hardnekkig gewerkt met een nogal abstract en weinigzeggend bolletjessysteem dat de eerzucht niet erg prikkelde, maar dat was, dacht de man, dan ook precies de bedoeling ervan. Dat leidde maar tot competitie, en ja.. daar zat misschien ook wel weer wat in.
In elk geval, nu kreeg hij cijfers en dat beviel hem uitstekend. Dát was duidelijke taal, dáár deed hij het voor. Meteen vanaf het begin regende het glimmende achten en negens, die hij elke dag minstens één keer hardop bekeek op internet. Voor zijn eerste Tien kreeg hij zelfs een gebakje van zijn moeder. Als man hield die wel van een beetje competitie.
Zijn jongste zoon bekeek dat allemaal met grote belangstelling. Dat leek hem duidelijk ook wel wat, al die hoge cijfers. Al die positieve aandacht. Dus nu hij in groep acht, als voorbereiding op het echte onderwijs, af en toe huiswerk meekreeg, waarover hij dan op school een toets moest maken waarvoor hij, inderdaad, een cijfer kreeg, was hij vastbesloten een Tien te scoren. Niet minder. Hij ging het héél goed leren, had hij al aangekondigd, dus of papa zo’n groene markeerstift had, dan kon hij aanstrepen wat belangrijk was. Dan leerde hij het beter. En daar ging hij aan het werk.
Toen de man het huiswerkblaadje later tegenkwam op tafel, zag hij hoe hard zijn zoon inderdaad gewerkt had. Iedere regel, ieder woord, het hele blaadje was van onder tot boven groen. Jaa.. die tien was binnen.

maandag 30 januari 2012

Geen hond

Met het hele gezin liep de man door de natuur. Heerlijk weer was het. Zonnig maar koud, koud maar zonnig, de natuur lag er prachtig bij. Zojuist waren ze een hek gepasseerd, een wildhek, waarachter, volgens een bordje, grote grazers werden gehouden. Oerrunderen, in de nieuwe wildernis. Er had ook een ander bordje gestaan: Geen toegang met honden. Nou, dan wist de man het alweer. Geen hond die zich daaraan hield natuurlijk. Zulke bordjes golden alleen voor mensen zonder honden. En verdomd als het niet waar was, daar kwamen vanachter de eerste de beste bocht meteen al twee honden aangerend. Twee loslopende honden. Erachteraan liepen twee dames. De leren riemen van hun honden hadden ze zelf om de nek over de mantel hangen. Twee keurige dames, waren het. Dames waar de normen en de waarden vanaf dropen, zogezegd. Al waren die natuurlijk net zo goed langs een hek gekomen, en langs een bordje, dacht de man geërgerd. Maar goed, hij had geleerd het maar te negeren, dat was beter voor zijn humeur. In het verleden had de man daar dan wel eens een paar keer wat van gezegd, van mensen met hun honden, maar dat was hem uiteindelijk niet bevallen. Het leidde namelijk nooit tot een goed gesprek, of wederzijds begrip. Integendeel. En de man liep daar dan soms nog dagen op na te kauwen van ergernis. Dus dat deed hij niet meer. Nu ergerde hij zich telkens maar héél eventjes, bezat zijn ziel in lijdzaamheid en dan was het weer voorbij.
Vandaag had zijn vrouw echter besloten toch maar weer eens een opmerking te maken.
Dat hier toch geen honden mochten, sprak zij de keurige dames aan.
De keurige dames keurden haar, noch de man, een blik waardig. Met strakbevroren blikken recht vooruit lieten zij op deftige wijze merken het niet op prijs te stellen op hun gedrag te worden aangesproken. Zij wáren immers al keurige dames. En ze wandelden stevig door. Achter hun loslopende honden aan. Maar toen schoot ze blijkbaar toch iets te binnen.
Dat dat helemaal niet waar was, beweerden ze namelijk plotseling vinnig in het voorbijlopen, want dat het alleen verboden was voor loslopende honden.
Dus ja.. daar hadden zijn vrouw en de man niks meer tegenin te brengen natuurlijk.

vrijdag 27 januari 2012

Or not to do

Nou ja, goed.. het gebeurde de man dus vrij regelmatig dat hij het eind van de dag maar nét haalde. Dat hij na het eten nurks en futloos op de bank neerzeeg, en daar dan te moe ging zitten zijn voor al zijn grote plannen. En dat hij dan dus geen idee had wáár hij nou zo moe van was, omdat hij niets maar dan ook niets had gedaan vandaag. Het ontevreden gevoel dat hem alwéér een dag ontglipt was. Niet dat zijn dagen al echt geteld waren natuurlijk, maar het bleef toch zonde.
Bah.
Meestal, als het weer eens zover was, kwam hij dan uiteindelijk uit op het vertrouwde to-do-lijstje. U kent het vast wel. Een lijstje met plannen en voornemens voor de nieuwe dag, dat hij alleen maar nauwgezet, daadkrachtig en fluitend hoefde af te strepen en te vinken voor een voldaan en energiek gevoel van relevantie en huiselijk geluk aan het eind van de dag. En daar begon hij dan morgen meteen mee, en dan voelde hij zich gelijk alweer wat beter ook, op de bank. Erg lang duurde dat dan jammer genoeg weer niet, omdat hij blijkbaar nogal geneigd was zijn to-do-lijstjes veel te lang te maken, met veel te veel en te veelomvattende plannen waar een week nog moeite mee zou hebben, om dat allemaal te herbergen, zodat hij na een lange dag jakkeren, strepen en vinken nog altijd meer niet dan wel had gedaan. En hij nog stééds met een chagrijnige kop naar bed ging, omdat hij maar niet begreep hoe je van een nog niet eens voor de helft afgevinkt to-do-lijstje zo moe kon worden.
Bah.
Maar nu had hij daar iets slims op gevonden. Van een geniale eenvoud, mocht hij wel zeggen. Voortaan maakte hij geen to-do-lijstjes meer. Voortaan benaderde hij het positief. En maakte hij alleen nog maar lijstjes van wat hij al gedáán had. Ha! Dat zou zijn chagrijn leren! Hij schreef het allemaal op. Het afwasje, de grijze bak naar buiten, het wasje ophangen, het rondje met de stofzuiger, het boodschapje, de telefonische wachtrij van de internetboer, de financiële administratie, het kopje koffie voor de loodgieter, het huiswerk van zijn zoon, het wasje vouwen, de grijze bak weer naar binnen, de bibliotheek, het receptje ophalen.. de onbenulligste werkjes, de lulligste klusjes.. als het tijd kostte, kwam het op zijn lijstje. Nou.. lijstje? Hele waslijsten werden het. Moest je zien! Véél en véél langer dan hij zijn to-do-lijstjes ooit had dúrven maken. En allemaal dingen die hij van zijn levensdagen nóóit op een to-do-lijstje zou zetten.
Dus nu wist hij het. Waar hij zo moe van was, aan het eind van de dag. Van een lange waslijst aan onbenullige werkjes en lullige klusjes.
Tja.
Of hij dáár nou vrolijk van werd..

donderdag 26 januari 2012

vrijdag 13 januari 2012

Bui

Niet dat het iets nieuws was, zo deze tijd van het jaar, nee.. daar kon hij zijn weblog eigenlijk wel op gelijkzetten, maar gedverdemme, wát een gezeul. Het was het begin van alwéér een nieuw jaar, waarvan je natuurlijk nú al wist dat het óók weer in een vloek en een zucht voorbij zou zijn om nóóit meer terug te keren, net als de jaren ervoor, en de man werd nogal op zijn kop gezeten door zijn eigen chagrijn. Het viel hem niet mee de man te zijn, deze dagen, zogezegd. Een blok aan zijn eigen been, was hij. Tjongejonge.
Terwijl er dus eigenlijk geen enkele reden was voor ontevredenheid. Maar dan ook helemaal geen enkele. Behalve de ontevredenheid zelve dan. Het ontmoedigende idee dat hij, wat hij ook deed en hoe het ook liep, aan het eind van de dag met een pestbui op de bank zat te vinden dat hij weer geen donder was opgeschoten vandaag. Nergens mee. Met géén van de honderdduizendmiljoen dingen die hij had willen doen en had zullen doen en had moeten doen. Er was altijd véél meer niet dan wel gedaan.
Zijn glas was niet halfvol, nee. Bepaald niet. Het was hartstikke leeg en het moest nodig afgewassen worden.

vrijdag 6 januari 2012

Oud, nieuw

De man hield niet van goede voornemens. Dáár deed hij niet aan mee. En zeker niet voor het nieuwe jaar. Veel te clichématig, vond hij dat. Zogenaamd dan hè? Want eigenlijk deed hij het dus gewoon toch. In zijn achterhoofd had hij gewoon tóch een lijstje met dingen waarvan hij dan vond dat hij dat anders, minder of beter moest doen. Of laten. Of mee beginnen, of weer moest oppakken of wat dan ook.
Een heel onduidelijk lijstje was het, want er kwamen steeds meer dingen bij. Zijn achterhoofd werd steeds voller. Het liep er bijna van over. Dat was ook de reden waarom hij er niet zo van hield, van dat gevoorneem. Hij had nogal de neiging een in beginsel vrij eenvoudig voornemen, als een wijntje minder misschien, uit te laten groeien, voort te laten woekeren, tot een meedogenloos totaalpakket van niet te realiseren doelstellingen, eisen en idealen waarna nooit meer iets hetzelfde zou zijn. En alles altijd perfect.
Om er dan in godsnaam maar een beetje richting aan te geven, het een beetje in te dammen ook, en het overzicht te bewaren, had de man dit jaar besloten het lijstje op te schrijven. Niet met bloed op perkament of zo hoor, gewoon op de laptop, als een modern en beschaafd wereldburger.
Een haalbaar lijstje, leek het hem geworden, toen hij klaar was. Een beetje minder dit en een beetje vaker dat. En hoe en wanneer en wat nog wel en zo. Toen de man zijn lijstje opsloeg, en meteen zijn digitale mapje een beetje opruimde, zag hij dat hij vorig jaar, vanuit dezelfde gedachtengang waarschijnlijk, ook een lijstje had gemaakt.
Het was zo goed als precies hetzelfde lijstje.
Een zware moedeloosheid daalde op hem neer.