donderdag 22 december 2011

Hoeven is kunnen

Zo rond zijn veertigste, hoe kon het anders, was de man het jammer gaan vinden dat hij nooit een muziekinstrument had leren bespelen. Heel jammer, zelfs. Wat had hij niet kunnen bereiken, aan creatieve hoogten, stelde hij zich voor, als hij het met de paplepel had ingegoten gekregen? Maar nee hoor, dat had er niet ingezeten, in het basispakket vroeger thuis. En al even voorspelbaar had hij toen in één moeite door besloten dat gat in zijn opvoeding, nu meteen, voor eens en voor altijd op te vullen. Omdat dit nou ook eens een gat was waarmee dat kon.
Hij had een oude accordeon op de kop getikt en had muziekles genomen, bij een stoere jonge meid van het conservatorium. Een tijdje was dat best heel aardig vooruitgegaan, maar creatieve hoogten bleven al gauw uit en uiteindelijk was er door van alles en nog wat aan dagelijks leven toch de klad in gekomen. En nu stond zijn accordeon alweer zéér geruime tijd in zijn koffer te wachten op betere tijden, die waarschijnlijk wel nooit meer zouden aanbreken. Al vond de man het onverminderd jammer dat hij nooit een muziekinstrument had leren bespelen.
Voor zijn jongens wilde hij dat dus anders en die zaten daarom al een tijdje wél op muziekles. Voor hun algemene ontwikkeling. De oudste op piano, de jongste op drums. Zelfgekozen, allebei. Papa had bij zijn nobel opvoedkundig streven eigenlijk misschien wel eerder twee gitaren in gedachten gehad, of trompetten, want het nam nogal wat plek in, in de bescheiden huiskamer, een piano én een drumstel, maar goed.. een instrument waar ze zélf voor hadden gekozen was natuurlijk een stuk motiverender. Was het idee geweest.
Tja.
Nou..  als dat inderdaad zo was, was de man blij dat hij die gitaren er niet door had gedrukt, want dan had hij het hele plan misschien al weer opgegeven. Het leek er zelfs met de zelfgekozen instrumenten namelijk niet erg op dat zijn jongens al helemaal dóór hadden hóe dankbaar ze hem later, in elk geval zo rond hun veertigste, zouden zijn.  Je hoopte als goedbedoelend ouder natuurlijk toch een beetje dat ze opeens jouw smaak te pakken kregen. Dat je ze misschien af en toe zelfs moest smeken om nú alsjeblieft even níet op die piano, even níet op die drums..
Maar nee.
Vreselijk gemopperd werd er niet, dat moest ook gezegd worden, maar als de man nu aan de jongste vroeg of hij vandaag nog wilde drummen, voor het eten, dan slenterde zijn jongste verveeld naar het planbord, ingevoerd in een vergeefse poging om van het ergste dagelijks gezeur over tafeldekken, afruimen, huiswerk en dus ook muziek oefenen af te zijn, en stelde dan even zakelijk als blijmoedig vast dat hij vandaag niet hoefde te drummen.

dinsdag 20 december 2011

Jan?! Piet?!

Toen de man nog maar een mannetje was, en hij speelde met zijn autootjes, met zijn broers, dan heette hij Jan, of Piet, en dan ging hij op vakantie, met zijn autootje. Heel veel rondjes over de streep in het tapijt. Dat zeiden ze dan ook tegen elkaar, zijn broers en de man.
Piet, ik ga op vakantie.
Okay Jan, ik ga mee.
En dan gingen ze. Broembroem. Onderweg kregen ze dan lekke banden, of motorpech, of ze waren verdwaald.. en dan praatten ze dáárover. En als ze er eenmaal waren, gingen ze na kort overleg weer terug.
Jan en Piet.
Die kwamen er bij zijn jongens niet meer aan te pas, die twee. Ook niet als ze met de autootjes speelden, trouwens. Maar achter het onvermijdelijke scherm hoorde de man nu soms helemáál heel andere gesprekken.
Ben je nou bijna dood?
Gast..! Nét was ik dood, nu niet meer.
Wanneer was je dood dan?
Toen jij me zielig vond.
En dat was dan nog één van de onschuldigste varianten op het thema. En dan hadden ze nog alleen de zogenaamd onschuldige spelletjes in huis, met alleen maar Legomannetjes.
Het was natuurlijk weer ouwemannengezeur, en hij zou zich er wel weer geen zorgen over hoeven maken.. Maar toch..

vrijdag 16 december 2011

Vervolg

Zijn dochter over de vloer. Nou ja, dat was op zich niets bijzonders, hij had zijn dochter wel vaker over de vloer, al werd dat wel iets minder, nu ze met vriend en al wel héél ver weg was gaan wonen. Maar ach.. zo gingen de dingen nou eenmaal. Ze werden groot en volwassen, ze vlogen uit. En hadden wel wat anders te doen dan bij hun vader op bezoek te gaan, nietwaar. Aan de andere kant van het land, ook nog eens. Bovendien had ze haar gratis ov kaart moeten inleveren, nu ze was afgestudeerd, dus dat werd ook meteen wel een beetje begrotelijk, al dat gereis.
Nou ja, zo hoorde het ook, waarschijnlijk. De man was niet het soort vader dat daar over zeurde. Hij kon zelf ook in de trein stappen, dat wist hij heus wel, maar ja.. de andere kant van het land.. dat was wel even wat anders dan even een bakkie halen. En zat ze dáár nou wel op te wachten?
Goed. Maar vandaag had hij dus zijn dochter over de vloer. Met haar vriend. En de man had zich er een tikkeltje zenuwachtig over gemaakt, omdat zijn dochter het bezoek, telefonisch, op een bepáálde toon had aangekondigd. Een moeilijk te omschrijven toon, die er echter weldegelijk was geweest, meende de man te hebben gehoord. Een ondertoon. Een toon met een boodschap. De laatste twee keren dat hij de toon gehoord had, had zij kort daarna bekendgemaakt dat zij een vriend had (1), en dat zij daarmee ging samenwonen (2). En nu had de man zich dus een week lang zenuwachtig lopen maken wat het deze keer zou zijn, dat zij kwam bekendmaken. Hoewel hij eigenlijk wel een donkerbruin vermoeden had, bedacht hij opeens geschrokken. Oh nee!
Zijn vrouw lachte hem daar smakelijk om uit want dát vermoeden was wel érg donkerbruin. Vond zij. Zogenaamd. Want voor de zekerheid maakte ze er in de loop van de week wel héél erg veel grapjes over. En hoezo kwamen de babyfoto's van de jongens eigenlijk opeens weer ter tafel? Ach gut. Wat waren ze lief en wat waren ze klein.
En zo was de man die week dan wat aan het vermoeden gewend geraakt.
Maar nu wás zijn dochter er dus, en nu maakte ze helemaal niks bekend. Deed ze net of er niks aan de hand was. Die was misschien wel van plan het tot ver na het toetje te rekken. Dáár had de man geen geduld meer voor. Hij moest nog begínnen, met koken.
Wie lust er een glaasje port? Zette hij dus slinks zijn geheime wapen in. Ja was nee en nee was ja, zoveel wist hij zeker.
En ja, dat lustte zijn dochter wel. Een lekker glaasje port.
Okay.
Nou..
Was de man toch mooi een weekje vast opa geweest.

woensdag 14 december 2011

Van de domme

Elke dag, nou ja, elke doordeweekse dag, stond de man ’s avonds minstens drie kwartier in de keuken om voor zijn gezin, zijn werkende vrouw en zijn schoolgaande jongens, een gezonde, voedzame en liefst ook lekkere maaltijd te bereiden. Met of zonder vlees en af en toe vis, niet teveel varken en ook liever geen kip. Vers gestoomde groenten, rijst in plaats van pasta, en altijd een handgemaakte salade. Een mandarijntje toe. Zo bewust en verantwoord als maar betaalbaar bleef, met ook voldoende ruimte voor uitzonderingen. Want het moest ook weer niet extremistisch worden natuurlijk.
Maar vanavond had hij nou eens géén zin om te koken. Er was genoeg in huis, daar niet van, alleen de puf was op. Nou kwam dat dus helemaal niet zó vaak voor, en het aardige van het hele geval was altijd dat zijn jongens hem juist een nóg leukere vader vonden als hij aankondigde dat ze vanavond dus pizza aten, dus aten ze vanavond pizza.
Daar stond de man bij de lopende band van de supermarkt, met zijn oudste zoon. Een halfje brood en vier dozen pizza af te rekenen.
Of papa vanavond kookte, vroeg de caissière aan zijn zoon, met een guitige ik-heb-jou-wel-door-blik op zijn vader, de man.
Héél even wilde de man de caissière eens eventjes haarfijn uit de geëmancipeerde doeken doen hoe de geëmancipeerde vork in de geëmancipeerde steel stak, maar hij besloot dat het boter aan de bierkaai zou zijn. Dat hij zich deze keer maar eens zou plooien naar het blijkbaar heersend manbeeld. Dus met zijn ongeëmancipeerdste gezicht vroeg hij de caissière of hij de pizza’s nou ook alweer mét, of zonder folie in de oven moest zetten.

vrijdag 9 december 2011

Bijster

Er was nogal een hoop te doen geweest, de laatste twee weken, over de minister van onderwijs. Die had namelijk gevonden, in de krant nog wel,  dat ouders zich méér met hun kinderen moesten bemoeien. En dan vooral ook met hun schoolwerk. En dat ze dan eventueel maar wat minder moesten werken. Veel mensen waren daar boos over geworden. De man niet. Die had zijn twee jongens, twaalf en dertien, de afgelopen jaren namelijk eigenhandig de tafels van vermenigvuldiging aangeleerd. Na schooltijd. Plus de basisregels spelling der Nederlandse taal. Hij dacht dus dat het met zíjn betrokkenheid bij hun schoolresultaten wel goed zat.

woensdag 7 december 2011

Decennium

Tien jaar geleden was het nu, deze week, dat hij zijn eerste stukjes op zijn weblog plaatste. Toen was dat ook nog wel iets min of meer origineels geweest, een weblog, tien jaar geleden. Dat had niet zomaar iedereen. Inmiddels was men eerder verbaasd dat je nou nog stééds van die lange stukken zat te tikken. Er waren immers snellere en hippere alternatieven? Waar in aantallen tekens werd gerekend, in plaats van in woorden. Inmiddels was een weblog hopeloos ouderwets. Misschien zelfs alweer bijna retro.
Maar goed.
Tien jaar dus. En al die tijd was hij er niet mee opgehouden, wat er ook gebeurde. En al was er nogal wat gebeurd ook, dát was in elk geval nooit een reden geweest er dan maar mee te stoppen. Integendeel, misschien, zelfs.
Wel was er de laatste jaren af en toe als vanzelf min of meer de klad in gekomen. Zónder reden. Uit luiigheid en geen zin. En dat gaf dan verder óók weer helemaal niks, want voor wie dééd hij het, eigenlijk? Voor zichzelf toch. Soms was alles gewoon al een keer gezegd en geschreven. Maar dan las hij weer eens een stukje terug, in het verleden, en dan wist hij het weer. Wat hij anders misschien allang weer was vergeten. En dat hij het dáárom opschreef. In een poging het te bewaren, wat allemaal maar voorbijging.
En ging hij dáárom ook met nieuwe moed verder. Maar ook soms wel een beetje omdat hij bij zichzelf dacht: het is nu al bijna tien jaar. Dat leek hem iets bijzonders, zo’n mooi rond getal. Dat moest hij maar zien te halen.
Nou. En nu was het dan zover. Tien jaar. Een decennium. En nu wist hij eigenlijk niet meer wat hij zich daar nou precies bij had voorgesteld. Of wat hij er verder nog over moest zeggen. Dan dat hij dat nu dus gehaald had.

maandag 5 december 2011

iLP

Van zijn jongens en zijn vrouw had de man een usb platenspeler van de Sint gekregen. Zijn jongste zoon had het verzonnen, maar zelfs voor met zijn broer samen was het een té duur cadeau geweest. Vandaar dat het een gezinsprojekt was geworden, en dat maakte het natuurlijk tot een nog mooier cadeau dan het toch al was. Een usb platenspeler! Precies wat hij wilde hebben!
De man was er namelijk zo één die geen afstand kon doen van zijn verzameling elpees, van meer dan twintig jaar geleden. Die stond nog altijd, strak in het gelid, op alfabetische volgorde, ruim twee meter kostbare kastruimte in beslag te nemen. Die koesterde hij, als het laatste stukje jeugd dat hem nog restte.
En af en toe draaide hij er dan weer eens één, of twee - tot net zo groot genoegen van zijn jongens overigens, die het als een even folkloristisch als exotisch, magisch ritueel uit het stenen tijdperk beschouwden, wat het ook was natuurlijk, vanuit hun wiiperspectief – maar héél vaak kwam dat er nou ook weer niet van, want lastig was het óók, al dat stof afvegen en omdraaien, en dat gedoe met die hoezen.
Jammer, vond de man dat. Van de muziek die er op stond. Daar zaten toch wel wat favorieten tussen en die hoorde hij nu dus niet meer, want hij was ook te bekakt om het allemaal op cd bij bolcom in te tikken. Dat was niet echt.
Dus, die usb platenspeler, dat was een gouden vondst. Kon hij zijn hele collectie zelf op de harde schijf zetten. Een soort met terugwerkende kracht sf variant van het aloude hometapen, waar hij zich in reeds genoemde jeugd ook nogal fanatiek aan bezondigd had, en waar hij zo goed als alle cassettebandjes ook nog van bewaarde trouwens. Hij was hoogstwaarschijnlijk de enige mens op aarde met een nog goed functionerende én aangesloten cassetterecorder in huis. Maar goed, dat was misschien een aardig kerstcadeau. Nú zat hij innig tevreden zijn elpeetjes in itunes in te voeren.
Het was lang geleden dat hij de dag na Sinterklaas metéén met zijn nieuwe speelgoed was gaan spelen. Er zat toch nog meer jeugd in de man dan hij zelf gedacht had.