maandag 28 november 2011

ERROR

In een vlaag van daadkrachtigheid had de man vanmiddag besloten meteen even een nieuwe tonercartridge te kopen, voor zijn printer, nu hij toch even het dorp in liep, voor brood en een frisse neus. Al maandenlang gaf zijn printer bij elke afdruk aan dat hij eigenlijk leeg was. Nou printte hij niet zoveel, en tot nog toe had hij het steeds wel gered door de cartridge af en toe eens flink door elkaar te schudden, maar nu werden zijn printjes langzaamaan toch wel zó lichtgrijs en onleesbaar, dat het er maar eens van moest komen.
Goed beslagen, met het typenummer van printer én cartridge op een briefje, kwam hij ten ijs. Dacht hij tenminste. De meneer van de computerwinkel had daar zo zijn eigen ideeën over.
Die cartridge móet u helemaal niet kopen, antwoordde die namelijk tamelijk onwelwillend op de goedgemutst geplaatste bestelling van de man. Want dat is een wáárdeloze printer, die u zich daar aan heeft laten smeren.
Nou was de man eigenlijk wel tevreden met zijn eenvoudige zwartwit printertje en dat wilde hij dan ook zeggen, tegen de meneer van de computerwinkel, maar die dúldde helemaal geen tegenspraak. Daarvoor had de meneer er veel te veel verstand van, en hij zou de man wel eens even iets vertellen over printers. Die tonercartridges waren schreeuwend duur. Voor dat geld kon de man dus beter een nieuwe printer kopen. De meneer keek erbij alsof het hem verder geen klap kon schelen allemaal, en zo klonk hij ook, maar hij had hier toevallig een mooi printertje staan, en kijk.. dat was dus wél een uistekend merk. Was bovendien een inkjetprinter dus dan kon meneer ook foto’s afdrukken, wat met zijn waardeloze laserprinter natuurlijk sowieso al onmogelijk was.
De man bracht nu toch maar voorzichtig naar voren dat hij niet van plan was een nieuwe printer aan te schaffen, en al helemaal geen inkjetprinter, omdat hij eigenlijk alleen maar af en toe een stukje tekst printte, en dat hij zijn foto’s altijd bij de Hema liet afdrukken.
Maar dat mócht hij helemaal niet, van de meneer van de computerwinkel, want dat was van een wáárdeloze kwaliteit allemaal. En ook nog eens schreeuwend duur. Het kon hem allemaal nog steeds geen fluit interesseren natuurlijk, stopte hij zijn handen nog maar eens wat dieper in zijn zakken, en zette hij een nóg meewariger gezicht op, maar kijk.. met één zo’n vulling drukte déze printer dus vierhonderd foto’s af. Dus dan kon meneer zelf wel uitrekenen hoe duur hij uit was bij het Kruidvat, nietwaar.
Het leek de man nutteloos de meneer er op te wijzen dat die inkjetcartridges nou ook niet bepaald gratis werden uitgedeeld, in de computerwinkel, en dat dat piepkleine beetje inkt dat daar dan in zat meestal binnen een week volledig was ingedroogd, met medeneming van de spuitkoppen, en dat ze je in de computerwinkel dan meesmuilend vertelden dat je daar dan dus best nieuwe spuitkopjes in kon laten zetten maar dat het natuurlijk toch een verouderd model was en dat alleen het opsturen al een vermogen kostte en dat je dan dus beter een nieuwe printer kon kopen.
En dat bleek inderdaad ook volkomen nutteloos want de meneer praatte gewoon door, alsof de man er niet eens meer stond, wat jammer genoeg wél het geval was.
Deze printer gebruikte namelijk zúlke hoogwaardige inkt, werkte de meneer nu duidelijk naar een hoogtepunt toe, dat je je foto dus gewóón onder de kraan kon houden, en dat er dan nóg niks gebeurde. En de meneer voegde de daad bij het woord. Hij pakte ergens een grote glimmende foto vandaan en hield die onder de kraan. Met een triomfantelijke blik, ook nog. Dáár had de man niet van terug, zag je hem denken. Met zijn waardeloze laserprinter.
En dat was ook zo natuurlijk. Daar had de meneer de man te grazen. Daar had hij niets tegenin te brengen. Nu zag hij het! Dat was precies waar het fout ging, bij de man, steeds weer. Nu kon hij er niet meer onderuit. En met een fonkelnieuwe inkjetprinter van een geweldig merk, met ook alvast wat extra verpakkingen van de superieure inkt, kwam de man tevreden weer thuis. Als hij straks ál zijn foto’s zelf opnieuw had uitgeprint, zou hij ze eindelijk ook af kunnen wassen. Net als iedereen.

vrijdag 25 november 2011

Anderhalve slinger

Het was nogal logisch natuurlijk, maar naarmate je kinderen opgroeiden, werden ze te gróót voor allerlei dingen. Sint Maarten bijvoorbeeld. Dat vonden zijn jongens, toen ze er na de verhuizing uit de stad voor het eerst op grote schaal kennis mee maakten, nog wel iets lolligs hebben: in het donker de straat op en grote zakken gratis snoep toe. Maar dit jaar werd er dus écht niet meer gekeuveld. Té kinderachtig.
Sinterklaas. Ook zoiets. Sinds hij er officieel niet meer in geloofde, had zijn jongste al eens bekend, vond hij het een stuk minder leuk. Dus intochten, zwaaien en handjes geven, schoenen zetten en liedjes zingen bij de schoorsteen, met het hele gezin, dat was er ook niet meer bij. Geen porum ook, met van die bijnapubers.
Nou vond de man dat eigenlijk allemaal niet zo’n probleem, hoor. Met Sint Maarten hád hij al weinig op. Al die opgefokte kinderen die met afgeraffelde lampionnen en haastig gescandeerde liedjes om snoep kwamen bedelen.. Maar sinds hij gezien had dat de plaatselijke middenstand het feest geannexeerd had, de winkeliersvereniging, met helverlichte ingelaste koopavonden waar de kindertjes winkeldeur in winkeldeur uit tasjes snoep met foldertjes en kortingbonnen werd uitgereikt, had hij het er al helemáál mee gehad. Sinterklaas had hij dan jarenlang nog wel een warm hart toegedragen, maar dat had de laatste tijd toch ook hysterische, en bijna patriottische vormen aangenomen, vond hij. Bovendien had hij onderhand voor zijn leven genoeg surprises gemaakt, met zijn volgende leven erbij, en hij was dus eerder blij dan rouwig dat hij ervan af was, van het gedoe.
Maar goed.
Verjaardagen werden ook anders, trouwens, bedacht hij zich van de week, bij het jaarlijks gezamenlijk kinderfeestje. Werd er in jongere jaren nog van alles en nog wat uit de kast gehaald om iets onvergetelijks te organiseren, waar door alle betrokkenen nog wéken over werd nagepraat, overvolle actiefeestjes met piraten, ridders, zandkastelen en oudhollandsche spelletjes; nu de jongste twaalf en de oudste dertien werd, was het al feest genoeg om ze met een paar vriendjes naar de film te sturen. Met een milkshake in de pauze en taart met cola toe. Het voelde nog wat gemakzuchtig, voor papa en mama, maar hun jongens waren als kinderen zo blij, zogezegd.
Voor de jongste, die deze week écht jarig was, had zijn vrouw op de avond vóór de grote dag ook nog snel even anderhalve slinger en een ballon opgehangen. De man had het in het licht van het voorgaande eigenlijk niet nodig gevonden, maar zijn vrouw dacht dat het anders wel erg kaal was.
De volgende dag was zijn jongste zoon ’s ochtends in alle vroegte, vóór iedereen uit, zijn bed uitgegaan, voor een dringend plasje, en had toen vanuit zijn ooghoek in een flits die ballon al zien hangen. En toen bleek maar weer eens dat sommige dingen toch langzamer veranderen dan je denkt. Want om de verrassing niet voor zichzelf te bederven, had hij rechtsomkeert gemaakt. En besloten het dan nog maar even op te houden tot iedereen wakker was. En hem uit bed kwam zingen.

zondag 20 november 2011

Boodschap

Zijn dochter aan de telefoon. Nou ja, dat was op zich niets bijzonders, hij had zijn dochter wel vaker aan de telefoon. Hij had haar ook wel eens een tijdje niet aan de telefoon trouwens, maar ja.. zo gingen die dingen nou eenmaal. Ze werden groot en volwassen en hadden hun eigen leven. En zo hoorde het ook, verdorie. De man was heus niet het soort vader dat daar over zeurde, mocht iemand dat soms denken. Hij kon zelf ook bellen, dat wist hij maar al te goed, en dat kwam er ook wel eens niet van.
Maar goed.. nu was ze aan de telefoon, dus. Dat ze bedacht had om dit weekend te komen eten. Met haar vriend, want die had ze tegenwoordig, een vriend. Over groot worden gesproken. En je oud voelen..
Enfin.
Nou was het natuurlijk nog steeds niet zo bijzonder dat ze het weekend langs wilde komen. Want dat gebeurde ook best regelmatig. Wat wél bijzonder was, was de toon, die hij ergens onderop in haar stem meende te horen. Een soort van ondertoon, zeg maar. Hij wist het niet precies te benoemen, wie zou dat wel kunnen, bij dochters van vijfentwintig, maar hij hóórde het wel. Tenminste.. dat meende hij toch zeker te weten. En hij was tenslotte haar vader, dus wie zou het beter horen?
Hij herinnerde zich nog de voorlaatste keer dat hij die toon gehoord had, aan de telefoon. Tóen was ze kort daarna langsgekomen om te vertellen dat ze een vriend had. Met bijbehorende brede glimlach en rode konen. En de laatste keer, nog niet eens zo gek lang geleden, was het omdat ze met de vriend ging samenwonen. Nóg verder weg dan ze al woonde.
Zó’n toon, was het dus.
Dus de man vroeg zich, een beetje zenuwachtig, af wat het deze keer nog kon zijn, dat ze hem wilde vertellen.

donderdag 17 november 2011

In de stemming

Speciaal voor de decembermaand, om vast in de stemming te komen, heb ik een nieuw boekje gemaakt. Het is een soort van kerstverhaal, maar dan een beetje anders. Voor groot en niet al te klein.

Het lijkt erop dat het kerstfeest in Ons Dorp dit jaar heel anders zal verlopen dan andere jaren. Omdat de Kerstman besloten heeft het dit keer zélf maar eens te vieren. Thuis, met zijn gezin. Zijn vrouw is trots op hem, maar verder is iedereen erg teleurgesteld: de slager, de postbode en de zingende zusjes. Zelfs de burgemeester. En zo wordt de sfeer er niet beter op, in Ons Dorp. Gelukkig wordt er een oplossing gevonden, anders was het geen kerstverhaal geweest..

Het is te bestellen bij Blurb, voor € 6,95 exclusief de verzendkosten. Als je dat snel doet, kan het nog net mee in de zak van Sinterklaas. Of in de surprise. Is er minder haast bij, dan kan het ook met een mailtje. Met verzendkosten erbij kost het dan € 14,00 Klik hier voor meer informatie.


dinsdag 8 november 2011

Oud nieuws

In de Volkskrant las de man dit weekend een stuk waarin een lans werd gebroken voor zorgende vaders. En dan niet van die luxepapaardjes die één vrijblijvend papadagje per af en toe leuk en opzichtig met de kleine op stap gingen, naar de speeltuin,  als het mooi weer was, van jongens kijk mij eens goed bezig zijn, tussen de leuke moeders, en dan thuis de vieze boel verder de vieze boel lieten.. nee, mannen die dat als een volwaardige taak zagen: kinderen opvoeden tot sociale, evenwichtige en zelfverzekerde volwassenen. 
Dat dat een zware en verantwoordelijke taak was, betoogde het stuk. Zwaarder dan een bedrijf leiden. En dat het dus vreemd was dat daar zo op werd neergekeken. Dat het ergerlijk was dat werkgevers daar zo moeilijk over deden. En dat mannen elkaar daar onderling dan ook nog eens de maat over namen. Dat andere mannen jouw zorgdag namelijk als een vakantiedag beschouwden. Zonder maatschappelijke betekenis. En zonde van je carrière. Terwijl dat dus eigenlijk juist een hoge status zou moeten verdienen.
Nou nou, had de man gedacht, dat mocht ook wel eens gezegd worden. Maar toen las hij de kop boven het stuk nog eens goed. Ambitieloze softie verdient hoge status. Stond daar.
Ambitieloos.
Softie.
Tja.
Dat was dus een gemiste kans, wilde de man hier maar even gezegd hebben. Hoezeer de zorgende vader dan ook een hoge status verdiende, op de Volkskrant hoefde hij wat dat betreft niet te rekenen.

Kijk zelf maar

vrijdag 4 november 2011

..Af!

Een maand of twee, was het nu, dat zijn oudste zoon op de middelbare school zat. Nog maar net dus, eigenlijk. Maar inmiddels deed hij erg zijn best het er uit te laten zien alsof het héél gewoon was, allemaal. Wat hem betreft, wilde hij maar uitstralen, hoefde er níet meer gewend te worden. En zenuwachtig was hij ook niet meer,  als je daar soms naar vroeg.  
Alsof het nooit anders was geweest, pakte hij iedere avond twee keer zijn tas in. Sloeg hij zijn agenda nóg eens open, om te zien wat het huiswerk ook weer was, en spelde hij drie keer per dag zijn hele online cijferlijst, van boven naar beneden en weer terug. En zijn rooster. Of er nog lessen uitvielen, hier of daar, hoera!
En zo achteloos mogelijk iedere dag op een ándere tijd naar school. Liefst wat later dan zijn broer natuurlijk, die dagelijks nog gewoon op het vaste tijdstip naar groep acht vertrok. En dan lag hij daar héérlijk ontspannen op de bank te relaxen, weet je. Te zwelgen in al zijn vrije tijd. Om de zoveel tijd hoorde papa hem hardop genieten. Hoe lang hij nog had, voor hij naar school moest. Nog vijftien minuten. Nog twaalf minuten. Nog tien minuten. Nog vijf minuten. Nog drie minuten..

donderdag 3 november 2011

Pet

Eigenlijk had de man altijd wel één of meer projekten lopen, naast zijn drukbezette bestaan als huisman en vader. Toneelspelen, liedjes zingen, versjes schrijven, boekjes maken. Financieel zette dat allemaal geen zoden aan de dijk, niet eens één zoodje eerlijk gezegd,  eerder nog het tegendeel, en een carrière kon je het dus in de verste verte niet noemen, hoe graag hij dat af en toe en misschien nog steeds wel gewild had. Leuk waren zijn projekten altijd wel, en soms zelfs zéééér bescheiden succesvol,  maar het wilde nooit echt helemáál van de grond komen.
Ach ja.
Technisch gesproken was hij hiermee tegenwoordig dus een muts, en hij vroeg zich af of daar ook al een mannelijk woord voor bestond. Waarschijnlijk niet, want als man had je al een feministisch streepje voor als je je een lullig papadagje om je kinderen bekommerde, en was het juist iets gewéldigs als je omwille van de zorg voor het gezin afzag van een carrière. Bovendien waren het natuurlijk vooral die domme vrouwen die elkaar altijd maar zo feekserig en vilein de maat namen, in de krant en op tv. En in hun boze blaadjes en blogjes.
Maar goed.
Nu had hij een tijdje geleden een collega vader en muzikant gevraagd of die misschien mee wilde doen, aan één van zijn projekten. Wie weet, had de man gedacht, twee weten meer dan één.
Maar de collega vader had vriendelijk bedankt. Hij deed alleen mee aan projekten die wél succesvol waren.
De man had er nog een nacht slecht van geslapen ook. Want nu wist hij het mannelijk woord voor muts. Het was loser.

woensdag 2 november 2011

Zó beurt

Omdat er boven dus nogal uitgebreid geklust werd, was er zo het één en ander voor zolang maar eventjes beneden in de huiskamer terechtgekomen. Op tijdelijke tafels, op tijdelijke plekken en in tijdelijke hoeken en dozen en gaten. En was het daar langzamerhand een steeds grotere rommel geworden. Om het zacht uit te drukken, want eerlijk gezegd kon je je kont dus niet meer keren in die dichtgeslibde puinhoop. Je moest verdorie goed uitkijken waar je liep, voor zover je nog kón lopen dan, want voor je het wist struikelde je ergens over, stootte je je ergens aan of trapte je iets kapot. Nee, het was er niet leefbaarder op geworden, met al die overhaaste kunstgrepen en noodoplossingen.
Eigenlijk, dacht de man al een tijdje, was het niet eens echt erg dat al die spullen er tijdelijk bij waren gekomen, maar stond alles nu nét op de verkeerde plaats. Eigenlijk kon de hele boel beter een beetje ingeschikt en verschoven worden, omgedraaid en van plaats verwisseld. De bank hier, de kast daar, de stoel links, de tafel rechts, de computer zus en de televise zo. Dat zou een stuk handiger zijn.
En geloof het of niet, vandáág besloot de man dat het moest gebeuren. Hopla! Hij wist precies hoe dat ging met verbouwingen. Die duurden áltijd langer dan je dacht, maar omdat je dat dus al had ingecalculeerd, kon je er zó nog een paar weken bij optellen en dan zat je er waarschijnlijk nóg een heel stuk naast, en om nou al die tijd in een steeds verder uit de hand lopende tijdelijkheid te bivakkeren..  Bovendien hoefde zijn zoon vanochtend pas het derde uur op school te zijn, dus dan kon die hem móói een handje helpen en was het met een beetje doorschuiven zó gepiept.
Eensgezind en welgemoed togen ze aan het werk. Alles werd van zijn plek gehaald, verschoven en verzet, losgekoppeld en overhoop gehaald. Wat nog niet meeviel natuurlijk want overal stond iets anders in de weg en waar zet je iets eventjes neer als er al tijdelijk iets staat?
En als dan toch alles van zijn plaats kwam, fluisterde zijn moeder hem in het oor, kon er misschien ook beter meteen even een stofzuiger bijkomen. Een nat lapje er overheen.
Tja.
Na een stief kwartiertje schuiven en sjouwen en de schouders eronder meldde zijn zoon zich opgewekt af. Het was érg gezellig geweest, vond hij, maar nu moest hij naar school. En zo bleef de man achter in precies de onoverzichtelijke ravage die hij als ervaren huisman natuurlijk al van verre had moeten zien aankomen en waarvan hij alleen maar kon hópen dat hij dat met de rest van de dag weer een beetje toonbaar zou krijgen.
En verdomd, hij keek er nog een beetje beteuterd bij ook.