dinsdag 4 oktober 2011

Prullaria

Niet alleen de man, zéker ook zijn vrouw, maar voorál zijn jongens hadden de dus blijkbaar erfelijke neiging om álles maar dan ook álles achter hun kont te laten slingeren. Of zolang even ergens neer te leggen, aan te hangen of op te zetten, en stráks wel op te ruimen maar niet heus. Er was in het hele huis geen horizontaal oppervlak te vinden dat niet van voor tot achter lag volgestouwd met .. ja.. met wát eigenlijk? Met dingetjes en dangetjes. Prullen en spullen en andere zooi die weliswaar niet weggegooid mocht of kon worden, maar waar ook niet meer naar werd omgekeken. Ook omdat het al gauw weer uit beeld verdween natuurlijk, achter en onder en tussen een nieuwe lichting vondsten en schatten. Opgeraapt van straat, gevonden in het bos, gekregen van een vriendje, meegenomen van een dagje uit of een weekendje weg, zelfgemaakt op school of bij papa in het schuurtje. Steentjes, stokjes, schelpen, muntjes, postzegels, propjes, doosjes, potjes zand. Bloemetjes, blaadjes, eierschalen. Veren, honingraat, wespennest. Balletjes, palletjes, schroefjes en touwtjes. Plastic driddeltjes, wrangertjes en korken. Zelfgeknipte en geplakte en getekende kunst, getimmerd, geknutseld, geknoopt en gesoldeerd.
Enfin, het is duidelijk. Je kon het zo gek niet verzinnen of het stond of het lag of het slingerde ergens in huis. Het liefst in wankele stapels. Of het hing of het leunde daar weer tegenaan. Voor zolang. En meestal in tweevoud of meer. En de enige die zich er af en toe aan stoorde, was de man. Logisch, die sleet zijn dagen in die chaos. Die liep er de godganse dag over te struikelen. Die moest er steeds omheen en tussendoor met de stofzuiger. En die wilde er dan ook nog wel eens stiekem de bezem doorhalen, zo heel af en toe maar hoor.
De mooiste kostbaarheden schikte hij dan opzichtig opnieuw in gezellige uitstallinkjes hier en daar, in een poging de aandacht af te leiden van het feit dat de grootste rotzooi in de vuilniszak was verdwenen. Maar daar kwam hij eigenlijk nooit mee weg. Want telkens bleek dat wat op het eerste, tweede én derde gezicht een onoverzichtelijke puinbak leek, dus eigenlijk een uiterst zorgvuldig bijgehouden archief was.
Ook nu weer. Zijn oudste zoon was nog niet thuis of hij bespeurde al onraad. Met argusogen wees hij op een lege plek in huis. Dat hij dáár zijn katapult had neergelegd, die hij zelfgemaakt had, wist papa nog wel? Van een verkommerd elastiek en een kromme tentharing. En verdomd als het niet waar was, die had daar inderdaad gelegen. Zeker een maand of drie. Onder een stapel andere troep. Of papa soms wist waar die was.
En ja, dat wist papa dus wel, inderdaad. En hij had er ook meteen al weer spijt van, dat dan weer wel, maar hij zei het maar liever niet. Dat leek hem niet verstandig.

8 opmerkingen:

  1. Haha, ik ben ook altijd stiekum aan het puinruimen als ze allemaal weg zijn. Heerlijk! En soms krijg ik inderdaad ruzie met dochter met haar olifantengeheugen of met mezelf als ik per ongeluk iets heb weggegooid wat toch nuttiger bleek dan ingeschat (onmisbare maar onooglijke onbegrijpelijke piefjes, palletjes, verlengstukjes...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hé, je hebt precies ons huis beschreven!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Grappig dat die piefjes en palletjes altijd pas onmisbaar zijn als je ze nét hebt weggegooid,
    trouwens.
    Ik ben blij dat we niet de enige zijn, Veerle

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik maak me zorgen over de term "dingetjes en dangetjes"lijkt bijzonder veel op de uitdrukking hierelepierelepor.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Mmm, ik vind mijne leuker.. En.. ken uw klassieken, de juiste uitdrukking luidt: vullekebullekehierelebierelebor.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Haha. Wat leuk dat bij jullie de vrouw ook meedoet met zooi maken. Of ontstaat dat natuurlijkerwijs als de man huisman wordt? Hier zijn het vooral de mannelijke gezinsleden en die onder de 4. En moeder de vrouw maar opruimen.... Ik en mijn vriendinnen geven graag onze schoonmoeders de schuld, zij, die onze mannen leerden dat een vrouw het wel allemaal even achter je kont opruimt. Ik roep 'mooi niet' ... en doe het toch.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Mijn vrouw is het levende bewijs van het oud-feministies gezegde: alles wat een man kan, kan een vrouw ook, maar dan beter.

    BeantwoordenVerwijderen