donderdag 29 september 2011

Vrouw en ding

Vóór hem in de rij bij de Hema stond een mevrouw met een strijktafel. Die wilde ze afrekenen. Maar er kwam óók nog het één en ander aan ingewikkeld gedoe bij kijken, met spullen die geruild moesten worden voor iets anders, aparte bonnetjes voor van alles en nog wat en actievoordeel of niet. En dat moest uiteindelijk allemaal nog eens opnieuw uitgelegd en nagerekend worden, om te kijken of alles wel klopte, of gewoon voor de gezelligheid, in elk geval.. voor de man zat er niets anders op dan dat maar rustig en belangstellend af te wachten. Hij had gelukkig geen haast. Net zo min als de mevrouw met de strijktafel. Of de dame van de Hema. Gemoedelijk plussend en minnend gingen de boodschapjes zakje in en zakje uit en er werd genoeglijk met bonnetjes geschoven en gedaan.
Kijkt u wel uit voor dat díng, waarschuwde de dame van de Hema de vrouw met de strijktafel, toen het eindelijk klaar was en de vrouw zou vertrekken, met de strijktafel en bosjes tasjes en zakjes. Aan de strijktafel zat namelijk een lang, dun en spits toelopend stuk plastic dat loodrecht naar voren stak, precies op ooghoogte, zoals de strijktafel nu stond. De dame van de Hema was bang voor ongelukken. De vrouw die de strijktafel dus inmiddels gekocht had, vond nu opeens dat het eigenlijk wel een raar ding was, dat daar zo uitstak. Waar dat voor diende, vroeg zij zichzelf en de dame van de Hema hardop af. Maar gut, die wist dat eigenlijk ook niet.
De man wist het wel. Het was voor het snoer van de strijkbout. Dat kon je door het plastic ding leiden, zodat het bij het strijken niet in de weg zou hangen. Tja, je was huisman of niet natuurlijk. Hij wist alleen niet of hij de dames daar nu wel zo mee lastig durfde vallen. Om te zeggen dat zíj op eigen terrein waren zou niet geëmancipeerd zijn, maar zo zag het er toch wel een beetje uit.  
Ondertussen had de vrouw de plastic spriet van de strijktafel losgewrikt en probeerde die er nu weer op te krijgen. De dame van de Hema had haar collega erbij geroepen, of zíj misschien wist waar dat plastic ding voor diende. Maar ook de derde dame had geen idéé.
Toen hield de man het niet meer. Dat het voor het snoer van de strijkbout was, bracht hij vriendelijk en behulpzaam naar voren. Dat je dat er doorheen kon leiden en dat het dan niet in de weg hing bij het strijken.
Heel even was het stil in de Hema. Nauwelijks waarneembaar verstarden en verstomden de drie dames. Een fractie van een seconde. Toen waren ze het er alweer over eens dat het een raadsel was. Maar dat het er dus wel áf kon, stelde de vrouw nog maar eens vast. Dat ze zoiets nog nooit eerder had gezien, verbaasde de dame van de Hema zich. En haar collega was het hoofdschuddend en met opgetrokken wenkbrauwen met haar eens.. hoewel..  wacht eens even.. bedacht zij zich dan plotseling. Wacht eens even. Het was natuurlijk voor het snoer van de strijkbout! Dat kon je er doorheen leiden, begrepen nu ook de andere twee dames. Dan hing dat niet in de weg bij het strijken.
Zichtbaar tevreden dat zij dit mysterie toch maar weer mooi samen hadden opgelost gingen de dames ieder hun eigen kant op.
En was de man aan de beurt.

dinsdag 27 september 2011

Fantoompijn

Gearmd als vanouds en weleer, liepen de man en zijn vrouw door de zwoele nazomeravond, terug naar hun hotel. Ze waren een goedgemikt weekendje weg, met z’n tweetjes, in de grote stad. Nog nagenietend van een zonnige dag en een genoeglijk avondje uit liepen ze daar. Zichzelf genoeg, zogezegd.
Vanuit het donker kwam hen een man tegemoet. Een oudere man was het, een oudere meneer. En hij zat in een elektrisch scootmobiel. Of hij iets mocht vragen, riep hij al van een afstandje, met een slordige, schorre stem, zodat de man en zijn vrouw eigenlijk ook meteen al wel wisten wát hij zou gaan vragen. Maar goed.
Als het maar geen geld is, hadden ze vroeger, toen ze zelf nog in de grote stad woonden, wel eens geantwoord in zo’n geval. Gewoon, om te zien in welke bochten er gewrongen werd om uiteindelijk natuurlijk tóch om geld te vragen.
Maar zo ad rem waren ze vanavond niet. Misschien vanwege de scootmobiel, of de leeftijd van de oudere meneer, of omdat hij er verder eigenlijk niet heel onverzorgd uitzag of zo. Of omdat hij er nogal onvriendelijk bij keek, waar hij misschien verder ook niks aan kon doen.. in elk geval, deze keer antwoordde de man met een voorzichtig beleefd: dat ligt eraan. En dat kon de oudere meneer zich wel voorstellen. Waarna hij hen moeilijk verstaanbaar toebeet dat zijn been was geamputeerd - hij rommelde nog wat aan zijn broekspijp, om zijn verhaal met beelden te ondersteunen waarschijnlijk, maar dat lukte gelukkig niet zo snel - en dat hij nu fantoompijn had. Waar hij medicijnen voor was gaan halen, maar waarvoor hij nu, omdat het immers weekend was, een eigen bijdrage moest betalen. Van minister Flink, grauwde hij er nog een maatschappijkritische noot aan vast ook.
Dat hij dus inderdaad geld wilde, concludeerde de man.
Tja.
Zijn vrouw wilde er niet aan beginnen. Die vond dat de oudere meneer zijn been op vrijdag waarschijnlijk óók al was geamputeerd, dat we een prima zorgstelsel hadden in ons land en dat de meneer er dus makkelijk voor had kunnen zorgen dat hij genoeg pillen in huis had om het weekend door te komen. En de man wist natuurlijk ook wel bijna zeker waar de meneer zijn fantoompijn mee ging bestrijden, maar ach.. het was een mooie avond.. en de meneer zat natuurlijk ook niet voor zijn plezier in een scootmobiel om geld te bedelen. De man wilde nou ook weer niet te ver meegaan in de heersende opvatting dat iedereen volledig verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk. Of ongeluk.
Nee, we geven die meneer gewoon een euro, besliste de man barmhartig, dan is hij misschien toch een beetje geholpen vanavond.
Maar nee, schamperde de meneer verontwaardigd vanuit zijn scootmobiel. Nee, één euro, dáár had hij niet zoveel aan. Daar kon hij helemaal níks mee. Zestien, moest hij er hebben. Zestien euro, had hij nodig.
Nou ja, alle kleine beetjes helpen.. had de man zijn ongewenste euro eigenlijk al in de toch maar wel uitgestoken hand van de meneer gelegd, die er daarna zonder te bedanken vol gas mee vandoor zoefde, de man en zijn vrouw in verwarring achterlatend.
Zijn vrouw probeerde begripvol op haar tong bijtend niet al te erg te doen van dat ze het wel gezegd had. En ondanks alles verbouwereerd stak de man zijn portemonnee weer weg. Hij voelde opeens een stekende fantoompijn opkomen. Hij wist alleen niet precies waar.

donderdag 22 september 2011

Een baantje van niks

Vanaf de dag dat zijn oudste zoon zich had aangekondigd, was de man begonnen met daar stukjes over te schrijven. Over het vaderschap. En over het huismanschap, en alles dat daar dan weer bij kwam kijken. Uiteindelijk ontaardde dat in dit weblog, bijna tien jaar geleden alweer, maar eerst waren dat stukjes die zo af en toe eens verschenen, hier en daar op het web. Huismannenpraatjes, had hij ze genoemd. Columns over het dagelijks leven van een huisvader in een gezin met twee peuters en een deeltijdpuber. Plus nog een carrièrevrouw. En van die huismannenpraatjes had hij nu een boekje gemaakt. Een baantje van niks, heette het. En vandaag hield hij dat hier ten doop. Een beetje trots.


Voor wie het leuk vindt: het boekje is te koop op mijn eigen site, of via blurb.com.

woensdag 21 september 2011

Droog

Tjongejongejonge, wat een ongezellig, chagrijnig en dreinerig zeikweer was het weer vandaag. Gedverdemme. Grijs en gestaag droop de regen omlaag vanochtend, terwijl de man zijn jongens naar hun fiets en naar school liep op te jutten, want dat ging dus ook iedere dag weer langzamer leek het wel. Hij was erg blij dat hij zelf niet per se meer mee hoefde te fietsen tegenwoordig. Alleen voor de gezelligheid deed hij dat nog wel eens, zo af en toe, en dan nog alleen met de jongste. Maar vandaag liet hij dus lekker verstek gaan. Niet gezellig genoeg.
Of ze niet beter een regenpak aan konden trekken, bracht de man maar weer eens ritueel naar voren. Zonder énige overtuigingskracht uiteraard want na vijfentwintig jaar vaderschap wist hij wel beter. Véél beter. Hij was er niet helemáál zeker van, maar waarschijnlijk hádden ze niet eens meer een regenpak, zijn jongens. Híj zou tenminste niet weten wáár. Of anders hadden ze er in elk geval alleen nog maar eentje twee maten te klein.
Inderdaad vonden zijn jongens ook vandaag weer eensgezind, en al even ritueel, dat het helemaal niet zo héél hard regende. Dat het eigenlijk al bijna weer droog was. Dat het reuze meeviel, allemaal. En vertrokken ze allebei met opgeheven hoofd, zonder regenpak, om dat de rest van de dag met een kletsnatte broek en soppende schoenen vol te blijven zitten houden. Dat het allemaal reuze meeviel.
De man snapte er helemaal niks van. Nou ja, zelf was hij vroeger ook  pas aan het eind van de lange, koude schooldag net weer een beetje opgedroogd omdat hij zijn regenkeep om de hoek, buiten het zicht van zijn moeder dus weer had úitgetrokken en zich liever door en door nat had laten regenen dan in dat ding gezien te worden.. maar goed.. dat was vroeger.. dat was een regenkeep.. hij snapte het niet.
En vanmiddag ging het weer precies hetzelfde. Het weer was nog altijd even chagrijnig en ongezellig en grijs, maar er moesten wel boodschappen gedaan worden. Nou, vond zijn jongste zoon droog, dan kon papa maar beter zijn regenpak aantrekken, naar de supermarkt.
Maar papa zag dat het eigenlijk helemaal niet zo héél hard regende.

dinsdag 20 september 2011

Tegenvaller

Vanochtend kwam er een mailtje van zijn vrouw binnen. Dat deed ze wel eens vaker, een mailtje naar huis, vanaf haar werk. Met iets liefs of iets leuks of iets aardigs. Gezellig, vond de man dat altijd wel. Net of ze er even was, was dat dan.
Maar nu mailde zijn vrouw dat ze een afspraak had gemaakt bij de tandarts. Voor het hele gezin. Dus ook voor hem. Of hij dat maar in de agenda wilde zetten.
Ja, dat was wel even wat minder.

maandag 19 september 2011

Jonger dan jong

Met een biertje erbij, en een goed bord eten, had de man dit weekend weer eens lekker bijgekletst met een oude vriendin, uit de grote stad nog, de randstad. Zijn oudste vriendin was het eigenlijk, nu hij er bij nadacht. Dat wil zeggen: zó lang kénde de man haar al. Al meer dan vijfentwintig jaar. Kom er nog maar eens om, in deze tijd van virtuele vrienden en ontvrienden. En vandaar dus zijn oudste vriendin. Oud was zijn vriendin namelijk helemaal niet. Ze was zelfs vijf jaar jonger dan de man. Al verzuchtte ze wel, boven één van de biertjes, dat ze zich bij al die verhalen over zijn brugpieperende zoon, met zijn grote rugzak, een beetje oud begon te voelen. Omdat haar eigen kinderen dat allemaal al zo lang en breed achter de rug hadden, als bijna-schoolverlaters alweer.
Tja.. dáár voelde de man zich dan juist weer helemaal jong bij worden.
Dus hij vond het wel goed geregeld zo.

vrijdag 16 september 2011

En wee

Zijn oudste zoon had een nogal sterk ontwikkeld gevoel voor drama. Van wie hij het had, de man wist het niet, maar hij hád het, dat stond vast. Het kwam maar zelden voor dat hij zich een béétje pijn deed, als hij zich weer eens ergens aan stootte. Als hij weer eens ergens over struikelde of achter bleef haken, weer eens ergens vanaf viel. Als er weer eens iets tegen hem aanviel.  Dat het dan wel meeviel.  Nee, het was meestal ook meteen maar hemeltergend en ondraaglijk leed, dat hem werd aangedaan. Van áltijd en nóóit en alles of niks.
Nu ook weer.
Terwijl hij de tuin inloopt, het afstapje af, het wasrek langs en tussen het tuinmeubilair door, met een bord vol boterhammen en een beker karnemelk in zijn ene hand en een stapel stripboeken in zijn andere, waarin hij hardnekkig dóór blijft lezen terwijl hij onderweg ook nog de kat probeert te aaien. En zijn voet stoot. Of zijn knie, terwijl hij struikelt, of iets anders. Precíes zijn zere enkel natuurlijk weer! Bijvoorbeeld. Luid jammerend klapt hij dubbel en beklaagt zijn wreed en bitter lot. Waarom altijd ik? Waarom ik altijd?
Maar ja.
De man was wel wat gewend ondertussen. Die stond heus niet meteen klaar met jodium en verbandgaas. Pleisters, spalkhout en een snoepje op de zere plek. Die ergerde zich eerlijk gezegd eerder aan dat eeuwig gejeremieer. Kijk dan ook uit wat je doet, mopperde hij. Kijk dan ook uit waar je loopt. En stel je niet zo aan.
Zelf vond de man dat ook niet zo zorgzaam, eigenlijk.
Maar het was wel meteen afgelopen.

woensdag 14 september 2011

Stolz

De man had zijn laptop meegenomen op vakantie. Niet stiekem, maar omdat dat handig was. Er  zou internet zijn in de blokhut, bijvoorbeeld, dus waarom niet? En je kon er eventueel een muziekje op draaien. Of een dvd-tje. Een spelletje. Bovendien wilde hij wat vrije uurtjes besteden aan een boekje, dat hij aan het maken was.
Maar het slimste plan van allemaal vond de man toch wel zijn idee om gaandeweg de vakantie alvast de digitale vakantiefoto’s in het digitale vakantiealbum te plakken. Je was een modern mens of niet tenslotte. Dat ging hem straks thuis enorm veel tijd schelen. Tijd die hij hier en nu dus in overvloed had. En thuis niet. Eenmaal weer thuis kwam het er trouwens hoogstwaarschijnlijk niet eens meer van, net als de jaren ervoor, en nu kon de hele zooi direct bij thuiskomst linea recta naar de Hema, en was er van deze vakantie nou eindelijk eens een vakantiealbum.
En zo kwam het dus wel eens voor dat de man op het balkon van de blokhut tevreden met een kopje koffie achter zijn laptop zat, terwijl zijn vrouw en kinderen eropuit trokken naar een plaatselijke rommelmarkt, een folkloristische uitdragerij of een ander toeristisch winkeltje vol snuisterijen en prullaria.
Dat was ook bij hun gastvrouw in den vreemde niet onopgemerkt gebleven. Ob der Mann heute wieder arbeiten mu
β
te? Had zij zijn vrouw op zo’n ochtend gevraagd. Met misschien wel zo’n internationale ‘wij vrouwen begrijpen elkaar’ blik erbij. En eigenlijk, toen zijn vrouw hem dit vertelde, had de man verwacht dat zij met opgeheven hoofd en in haar beste duits zou hebben uitgelegd hoe geëmancipeerd die Fork bei uns in die Stehle zat. Dat der Mann ja Hausmann war. En helemaal kein Arbeit had. Dat hij thuis de Abwasche deed, en de Wasche. En de Botschaften. En de Mahlzeit bereite. Terwijl zíj juist später en nog immer telefonierend zu Hause kwam, van die Arbeit. En dat hij nu zijn vrije tijd zat op te offeren om het gezellig familiealbum met de plaatjes in elkaar te knutselen, de goedzak. Für später.
Maar nee.
Met al net zo’n universele ‘wat hebben wij vrouwen het toch moeilijk dat we met mannen moeten leven maar wij lijden in stilte’ blik had zijn vrouw beaamd dat der Mann heute inderdaad wieder moest arbeiten. Immer arbeiten.
Gewetenloos had zij hem afgeschilderd als de eerste de beste carrièregeile, werkverslaafde laptopridder. Blijkbaar voorzag dit manbeeld toch in een diepgevoelde vrouwelijke behoefte.
Dus de man begreep weer eens niets van de vrouw.

dinsdag 13 september 2011

5 + 1

Naast dit weblog schrijf ik ook graag andere dingen. Kinderversjes bijvoorbeeld. En nu kwam kortgeleden dit boek uit, ter ere van de kinderboekenweek alvast, en daarin staat dan ook één van mijn versjes. Over een meisje met lange haren. En dat leek me een goede reden om er wat reclame voor te maken. Want dat gebeurt niet alle dagen. Mij niet in elk geval.
Dus: haastjerepje naar de dichtstbijzijnde boekwinkel en op zoek naar Vijf draken verslagen, samengesteld door Ted van Lieshout. Met honderzesenveertig gedichten en vijfenveertig tekeningen, plus nog artikelen en interviews.
Met op pagina veertig dan dus dat versje van mij.


maandag 12 september 2011

&Zn

Ja, je moest het hem allemaal zelf laten doen natuurlijk, dat wist de man ook wel. Hij was groot, hij ging naar de middelbare school. Groot genoeg dus, om het allemaal zelf te doen. Bovendien, hun straat was een nogal druk befietste route naar school en ook nu reden er weer hele colonnes langs van hoogstwaarschijnlijk dus schoolgenoten. Met net zulke grote en onhandige tassen en rugzakken achterop als waar zijn zoon nu zo vreselijk klunzig mee stond te klooien. Papa’s  handen jeukten, maar nee, hij deed het niet. Dát kon natuurlijk niet. Stel je voor, straks werd dat gezien, door zo’n langsfietsend bijdehandje, en voor je het wist kreeg je zoon het op school wekenlang voor zijn kiezen.
Maar ja.
Als die veel te zware rugzak dan halverwege het tweeëneenhalve meter tellende tuinpad al onder dat ene lullige snelbindertje uitvalt - waarvan de man dus op zijn tong bijtend ook níet gezegd had dat dat natuurlijk niet genoeg was - dan houd je het niet meer, als vader. En daar schoot hij zijn zoon al te hulp. Sjorde met enig educatief bedoeld misbaar de veel te zware rugzak met alledrie de snelbinders kruiselings over elkaar stormvast op de bagagedrager. Langsfietsende schoolgenoten of niet.
En heel even zag de man zichzelf daarbij zoals hij zijn eigen vader ooit zag. Hoe zijn zoon hem nu dus nog niet zag.
Maar dat zou misschien ook al niet eens zo vreselijk lang meer duren.

zondag 11 september 2011

Schattigheid alom

Dat gaf een hoop nieuwigheid in huis, deze week, zo met hun oudste zoon voor het eerst op de middelbare school. Opeens moest er op roosters gekeken worden, er moesten tassen ingepakt, met alle goede boeken en schriften, gymspullen en multomappen en andere attributen. Als dat er ook allemaal inpaste tenminste.
Moest er huiswerk gemaakt.
En op de raarste tijden naar school. Op de raarste tijden pas weer thuis. Met zéér uitgebreide en luid galmende verhalen. Die ’s avonds aan tafel allemaal nog eens breeduit werden herhaald, voor mama, die ze nog niet gehoord had natuurlijk.
Ja, hun jongen vond het duidelijk reuze spannend allemaal, nam het nieuwe leven bijzonder serieus. En zo zaten papa en mama elkaar de afgelopen week dan ook regelmatig met warme vertederde blikken over tafel aan te kijken. Wat ís het toch een schatje.
Dat was hun jongste zoon kennelijk ook opgevallen want die mengde zich vanochtend dan ook maar eens in het gewoel. Toen zijn grote broer een schoolvriend aan de telefoon had, met een vraag over het huiswerk, wendde híj zich, dertien maanden jonger en met verdomd als het niet waar is nog een bijpassende vochtige blik óók, tot de man en zijn vrouw: Aaah, ze hebben het over hun huiswerk, schattig hè?

donderdag 8 september 2011

Zwitserse kaas

Had hij dat nou goed gezien? Nee toch, hoopte hij. Het zou toch niet? De man liep in de supermarkt, met zijn karretje, boodschappen te doen. En héél even meende hij daar zakken stróóigoed te zien liggen, in de schappen.
Maar dat zou hij wel verkeerd gezien hebben, dacht hij. Hij was net terug van vakantie tenslotte. Zijn jongens waren nog maar nauwelijks aan hun eerste dagen op school begonnen. Zijn vrouw had haar hielen nog niet gelicht. Iedereen had de zomer nog in het hoofd, weer of geen weer.  Het was begin september.
Het was begin september verdorie!
Maar nee. Of ja. Hij had het goed gezien. Grote zakken strooigoed. In honderdvoud werd hij brutaal aangegrijnsd door Sinterklaas. Met zijn knecht. Zijn negerslaaf. En opeens had de man het helemaal gehad met de goedheiligman. Als het zo moest, deed hij niet meer mee. Er waren grenzen per slot van rekening. Een flinke aframmeling met de roe en dan zo snel mogelijk in de zak terug naar Spanje! En dan rustig afwachten tot er gezongen wordt. Vieze ouwe man!

woensdag 7 september 2011

De tijden

Zijn jongste zoon vertrok nu dus voor het eerst, voor een heel jaar, in zijn eentje naar school. Zónder zijn grote broer. En zonder ook maar één keer om te kijken trouwens. Een vaag en achteloos wuifgebaar ja, ergens halverwege de straat, dat kon er nog net vanaf. Voor zijn vader. Die hem toch maar tot hij de hoek om was na stond te kijken.
En zijn oudste zoon dan voor het eerst naar de middelbare school. Die deed je natuurlijk al helemaal geen plezier meer met uitzwaaien. Laat staan met wegbrengen. Dat snapte papa ook wel. Dat wist papa allang. Van zijn eigen jonge jaren nog. En van zijn dochter.
Dus.. Er was wel het één en ander veranderd, dacht hij zo bij zichzelf. Ja, niet opeens van de ene op de andere dag natuurlijk, geleidelijk aan, dat wel.. maar toch. Op dit soort momenten was het maar al te verleidelijk om sentimenteel te worden, en terug te denken aan vroeger, gisteren, toen ze nog klein waren. Dus dat deed de man dan ook, hij was sowieso nogal sentimenteel aangelegd, hij had maar weinig nodig.
Hij zag zichzelf nog zitten, in de kring van groep één. Op een piepklein stoeltje, ochtendenlang, naast zijn oudste zoon. Zijn oudste zoon die het liefst maar weer naar huis wilde, en daar voor altijd blijven. Veilig bij papa op het nest. Wat niet kon natuurlijk. De man wist nog precies hoe dat voelde.
Tja.
Die tijd kwam nooit meer terug.
Maar nu het dan zover was, en zijn zoon toch echt wel op weg moest naar zijn eerste lessen, viel alle coole koelbloedigheid waar de man zich de afgelopen week nog zo over verbaasd had, als bij toverslag van hem af. Snikkend kwamen alle zenuwen er in dikke tranen uit, en was papa’s grote jongen opeens weer net zo klein als toen. Zodat de man zijn zoon uiteindelijk tóch maar een geruststellend eindje op weg fietste. En hij de rest van de dag onrustig op de klok en uit het raam bleef kijken en er niets fatsoenlijks uit zijn handen kwam. Want sommige dingen veranderen nooit.

dinsdag 6 september 2011

Drempel

Twaalf was hij, zijn oudste zoon. Twaalf maar bijna dertien, en op de terugweg van zijn eerste dag op de middelbare school. Alleen om zijn boeken op te halen weliswaar, en zijn rooster, maar toch.. daar stond hij: op de drempel van een heel nieuw tijdperk. Grote veranderingen, hingen er opeens in de lucht.
Hoewel er voorlopig ook nog wel het één en ander hetzelfde bleef, want toen het op veilige afstand van de nieuwe school uiteindelijk toch niet echt lukte, met die doos vol boeken achterop zijn jongensfiets, had hij dus maar even zijn vader gebeld. Met zijn nieuwe mobieltje. Waarmee hij onder het wachten op die ouwe voor zijn eigen gezelligheid ook een lekker muziekje in het rond liet schetteren. Wat hem naar eigen zeggen een vuile blik van een voorbijganger had opgeleverd. Die had blijkbaar gedacht, nog altijd volgens eigen zeggen, dat hij al een puber wás.
Stel je voor, wierp hij, niet zonder genoegen, toch vast een spannende blik in de toekomst.
Om verdere misverstanden te voorkomen, had hij daarna iedereen die langsliep dus maar vriendelijk gedag gezegd. Want een puber, dat was hij nog niet. En papa dacht ook dat het nog wel even zou duren. Al bleef hij op alles voorbereid natuurlijk.

Maandag maandag

Van andere thuisblijfouders hoorde of las je wel eens dat ze zo blij waren wanneer de zomervakantie weer voorbij was. En iedereen weer naar school en werk, de hele dag. In plaats van op je lip en in je kielzog. Om van je vaarwater nog maar te zwijgen. Dat het normale ritme zijn intrede weer deed, in de dagen en de week. Rust en regelmaat. Zijn gangetje.
De man had dat niet zo. Nee. Echt érg vond hij het nou ook weer niet natuurlijk, zes weken is best lang, maar hij had zich er toch niet heel speciaal op verheugd. Nee, dat niet.
Gelukkig maar.  
Anders was het misschien wel een beetje een teleurstelling geweest dat zijn oudste zoon pas om half één op school hoefde te zijn, net als zijn vriendje, dat dan maar de hele ochtend bij hem over de vloer op de loop der dingen kwam liggen wachten, met de lego. Dat zijn jongste zoon om elf uur een afspraak bij de tandarts had. En zijn vrouw zich de eerste de beste dag ziek meldde, en een dagje thuis in bed bleef.
Maar hij was niet teleurgesteld, de man. Welnee. Hij wist allang dat het normale ritme nooit weg was geweest.

zondag 4 september 2011

Gedoe met een streepje

Nu staat er al wekenlang een bericht op mijn weblog, mijn web-log bedoel ik, dat het snel weer online is. En in principe ben ik een geduldig mens. Begrijp ik ook best dat dat een hoop werk is, al dat digitale verhuizen, ik moet er zelf niet aan denken zelfs. Maar ja.. het was dan ook niet mijn idee. Dat streepje zat mij wel ruig. En het gaat nu toch een beetje lang duren. Een beetje uitzichtloos, wordt het. Dus ik zat te denken dat ik dan misschien toch zelf maar moest verhuizen.
Gedver, wat een gedoe.