donderdag 22 december 2011

Hoeven is kunnen

Zo rond zijn veertigste, hoe kon het anders, was de man het jammer gaan vinden dat hij nooit een muziekinstrument had leren bespelen. Heel jammer, zelfs. Wat had hij niet kunnen bereiken, aan creatieve hoogten, stelde hij zich voor, als hij het met de paplepel had ingegoten gekregen? Maar nee hoor, dat had er niet ingezeten, in het basispakket vroeger thuis. En al even voorspelbaar had hij toen in één moeite door besloten dat gat in zijn opvoeding, nu meteen, voor eens en voor altijd op te vullen. Omdat dit nou ook eens een gat was waarmee dat kon.
Hij had een oude accordeon op de kop getikt en had muziekles genomen, bij een stoere jonge meid van het conservatorium. Een tijdje was dat best heel aardig vooruitgegaan, maar creatieve hoogten bleven al gauw uit en uiteindelijk was er door van alles en nog wat aan dagelijks leven toch de klad in gekomen. En nu stond zijn accordeon alweer zéér geruime tijd in zijn koffer te wachten op betere tijden, die waarschijnlijk wel nooit meer zouden aanbreken. Al vond de man het onverminderd jammer dat hij nooit een muziekinstrument had leren bespelen.
Voor zijn jongens wilde hij dat dus anders en die zaten daarom al een tijdje wél op muziekles. Voor hun algemene ontwikkeling. De oudste op piano, de jongste op drums. Zelfgekozen, allebei. Papa had bij zijn nobel opvoedkundig streven eigenlijk misschien wel eerder twee gitaren in gedachten gehad, of trompetten, want het nam nogal wat plek in, in de bescheiden huiskamer, een piano én een drumstel, maar goed.. een instrument waar ze zélf voor hadden gekozen was natuurlijk een stuk motiverender. Was het idee geweest.
Tja.
Nou..  als dat inderdaad zo was, was de man blij dat hij die gitaren er niet door had gedrukt, want dan had hij het hele plan misschien al weer opgegeven. Het leek er zelfs met de zelfgekozen instrumenten namelijk niet erg op dat zijn jongens al helemaal dóór hadden hóe dankbaar ze hem later, in elk geval zo rond hun veertigste, zouden zijn.  Je hoopte als goedbedoelend ouder natuurlijk toch een beetje dat ze opeens jouw smaak te pakken kregen. Dat je ze misschien af en toe zelfs moest smeken om nú alsjeblieft even níet op die piano, even níet op die drums..
Maar nee.
Vreselijk gemopperd werd er niet, dat moest ook gezegd worden, maar als de man nu aan de jongste vroeg of hij vandaag nog wilde drummen, voor het eten, dan slenterde zijn jongste verveeld naar het planbord, ingevoerd in een vergeefse poging om van het ergste dagelijks gezeur over tafeldekken, afruimen, huiswerk en dus ook muziek oefenen af te zijn, en stelde dan even zakelijk als blijmoedig vast dat hij vandaag niet hoefde te drummen.

dinsdag 20 december 2011

Jan?! Piet?!

Toen de man nog maar een mannetje was, en hij speelde met zijn autootjes, met zijn broers, dan heette hij Jan, of Piet, en dan ging hij op vakantie, met zijn autootje. Heel veel rondjes over de streep in het tapijt. Dat zeiden ze dan ook tegen elkaar, zijn broers en de man.
Piet, ik ga op vakantie.
Okay Jan, ik ga mee.
En dan gingen ze. Broembroem. Onderweg kregen ze dan lekke banden, of motorpech, of ze waren verdwaald.. en dan praatten ze dáárover. En als ze er eenmaal waren, gingen ze na kort overleg weer terug.
Jan en Piet.
Die kwamen er bij zijn jongens niet meer aan te pas, die twee. Ook niet als ze met de autootjes speelden, trouwens. Maar achter het onvermijdelijke scherm hoorde de man nu soms helemáál heel andere gesprekken.
Ben je nou bijna dood?
Gast..! Nét was ik dood, nu niet meer.
Wanneer was je dood dan?
Toen jij me zielig vond.
En dat was dan nog één van de onschuldigste varianten op het thema. En dan hadden ze nog alleen de zogenaamd onschuldige spelletjes in huis, met alleen maar Legomannetjes.
Het was natuurlijk weer ouwemannengezeur, en hij zou zich er wel weer geen zorgen over hoeven maken.. Maar toch..

vrijdag 16 december 2011

Vervolg

Zijn dochter over de vloer. Nou ja, dat was op zich niets bijzonders, hij had zijn dochter wel vaker over de vloer, al werd dat wel iets minder, nu ze met vriend en al wel héél ver weg was gaan wonen. Maar ach.. zo gingen de dingen nou eenmaal. Ze werden groot en volwassen, ze vlogen uit. En hadden wel wat anders te doen dan bij hun vader op bezoek te gaan, nietwaar. Aan de andere kant van het land, ook nog eens. Bovendien had ze haar gratis ov kaart moeten inleveren, nu ze was afgestudeerd, dus dat werd ook meteen wel een beetje begrotelijk, al dat gereis.
Nou ja, zo hoorde het ook, waarschijnlijk. De man was niet het soort vader dat daar over zeurde. Hij kon zelf ook in de trein stappen, dat wist hij heus wel, maar ja.. de andere kant van het land.. dat was wel even wat anders dan even een bakkie halen. En zat ze dáár nou wel op te wachten?
Goed. Maar vandaag had hij dus zijn dochter over de vloer. Met haar vriend. En de man had zich er een tikkeltje zenuwachtig over gemaakt, omdat zijn dochter het bezoek, telefonisch, op een bepáálde toon had aangekondigd. Een moeilijk te omschrijven toon, die er echter weldegelijk was geweest, meende de man te hebben gehoord. Een ondertoon. Een toon met een boodschap. De laatste twee keren dat hij de toon gehoord had, had zij kort daarna bekendgemaakt dat zij een vriend had (1), en dat zij daarmee ging samenwonen (2). En nu had de man zich dus een week lang zenuwachtig lopen maken wat het deze keer zou zijn, dat zij kwam bekendmaken. Hoewel hij eigenlijk wel een donkerbruin vermoeden had, bedacht hij opeens geschrokken. Oh nee!
Zijn vrouw lachte hem daar smakelijk om uit want dát vermoeden was wel érg donkerbruin. Vond zij. Zogenaamd. Want voor de zekerheid maakte ze er in de loop van de week wel héél erg veel grapjes over. En hoezo kwamen de babyfoto's van de jongens eigenlijk opeens weer ter tafel? Ach gut. Wat waren ze lief en wat waren ze klein.
En zo was de man die week dan wat aan het vermoeden gewend geraakt.
Maar nu wás zijn dochter er dus, en nu maakte ze helemaal niks bekend. Deed ze net of er niks aan de hand was. Die was misschien wel van plan het tot ver na het toetje te rekken. Dáár had de man geen geduld meer voor. Hij moest nog begínnen, met koken.
Wie lust er een glaasje port? Zette hij dus slinks zijn geheime wapen in. Ja was nee en nee was ja, zoveel wist hij zeker.
En ja, dat lustte zijn dochter wel. Een lekker glaasje port.
Okay.
Nou..
Was de man toch mooi een weekje vast opa geweest.

woensdag 14 december 2011

Van de domme

Elke dag, nou ja, elke doordeweekse dag, stond de man ’s avonds minstens drie kwartier in de keuken om voor zijn gezin, zijn werkende vrouw en zijn schoolgaande jongens, een gezonde, voedzame en liefst ook lekkere maaltijd te bereiden. Met of zonder vlees en af en toe vis, niet teveel varken en ook liever geen kip. Vers gestoomde groenten, rijst in plaats van pasta, en altijd een handgemaakte salade. Een mandarijntje toe. Zo bewust en verantwoord als maar betaalbaar bleef, met ook voldoende ruimte voor uitzonderingen. Want het moest ook weer niet extremistisch worden natuurlijk.
Maar vanavond had hij nou eens géén zin om te koken. Er was genoeg in huis, daar niet van, alleen de puf was op. Nou kwam dat dus helemaal niet zó vaak voor, en het aardige van het hele geval was altijd dat zijn jongens hem juist een nóg leukere vader vonden als hij aankondigde dat ze vanavond dus pizza aten, dus aten ze vanavond pizza.
Daar stond de man bij de lopende band van de supermarkt, met zijn oudste zoon. Een halfje brood en vier dozen pizza af te rekenen.
Of papa vanavond kookte, vroeg de caissière aan zijn zoon, met een guitige ik-heb-jou-wel-door-blik op zijn vader, de man.
Héél even wilde de man de caissière eens eventjes haarfijn uit de geëmancipeerde doeken doen hoe de geëmancipeerde vork in de geëmancipeerde steel stak, maar hij besloot dat het boter aan de bierkaai zou zijn. Dat hij zich deze keer maar eens zou plooien naar het blijkbaar heersend manbeeld. Dus met zijn ongeëmancipeerdste gezicht vroeg hij de caissière of hij de pizza’s nou ook alweer mét, of zonder folie in de oven moest zetten.

vrijdag 9 december 2011

Bijster

Er was nogal een hoop te doen geweest, de laatste twee weken, over de minister van onderwijs. Die had namelijk gevonden, in de krant nog wel,  dat ouders zich méér met hun kinderen moesten bemoeien. En dan vooral ook met hun schoolwerk. En dat ze dan eventueel maar wat minder moesten werken. Veel mensen waren daar boos over geworden. De man niet. Die had zijn twee jongens, twaalf en dertien, de afgelopen jaren namelijk eigenhandig de tafels van vermenigvuldiging aangeleerd. Na schooltijd. Plus de basisregels spelling der Nederlandse taal. Hij dacht dus dat het met zíjn betrokkenheid bij hun schoolresultaten wel goed zat.

woensdag 7 december 2011

Decennium

Tien jaar geleden was het nu, deze week, dat hij zijn eerste stukjes op zijn weblog plaatste. Toen was dat ook nog wel iets min of meer origineels geweest, een weblog, tien jaar geleden. Dat had niet zomaar iedereen. Inmiddels was men eerder verbaasd dat je nou nog stééds van die lange stukken zat te tikken. Er waren immers snellere en hippere alternatieven? Waar in aantallen tekens werd gerekend, in plaats van in woorden. Inmiddels was een weblog hopeloos ouderwets. Misschien zelfs alweer bijna retro.
Maar goed.
Tien jaar dus. En al die tijd was hij er niet mee opgehouden, wat er ook gebeurde. En al was er nogal wat gebeurd ook, dát was in elk geval nooit een reden geweest er dan maar mee te stoppen. Integendeel, misschien, zelfs.
Wel was er de laatste jaren af en toe als vanzelf min of meer de klad in gekomen. Zónder reden. Uit luiigheid en geen zin. En dat gaf dan verder óók weer helemaal niks, want voor wie dééd hij het, eigenlijk? Voor zichzelf toch. Soms was alles gewoon al een keer gezegd en geschreven. Maar dan las hij weer eens een stukje terug, in het verleden, en dan wist hij het weer. Wat hij anders misschien allang weer was vergeten. En dat hij het dáárom opschreef. In een poging het te bewaren, wat allemaal maar voorbijging.
En ging hij dáárom ook met nieuwe moed verder. Maar ook soms wel een beetje omdat hij bij zichzelf dacht: het is nu al bijna tien jaar. Dat leek hem iets bijzonders, zo’n mooi rond getal. Dat moest hij maar zien te halen.
Nou. En nu was het dan zover. Tien jaar. Een decennium. En nu wist hij eigenlijk niet meer wat hij zich daar nou precies bij had voorgesteld. Of wat hij er verder nog over moest zeggen. Dan dat hij dat nu dus gehaald had.

maandag 5 december 2011

iLP

Van zijn jongens en zijn vrouw had de man een usb platenspeler van de Sint gekregen. Zijn jongste zoon had het verzonnen, maar zelfs voor met zijn broer samen was het een té duur cadeau geweest. Vandaar dat het een gezinsprojekt was geworden, en dat maakte het natuurlijk tot een nog mooier cadeau dan het toch al was. Een usb platenspeler! Precies wat hij wilde hebben!
De man was er namelijk zo één die geen afstand kon doen van zijn verzameling elpees, van meer dan twintig jaar geleden. Die stond nog altijd, strak in het gelid, op alfabetische volgorde, ruim twee meter kostbare kastruimte in beslag te nemen. Die koesterde hij, als het laatste stukje jeugd dat hem nog restte.
En af en toe draaide hij er dan weer eens één, of twee - tot net zo groot genoegen van zijn jongens overigens, die het als een even folkloristisch als exotisch, magisch ritueel uit het stenen tijdperk beschouwden, wat het ook was natuurlijk, vanuit hun wiiperspectief – maar héél vaak kwam dat er nou ook weer niet van, want lastig was het óók, al dat stof afvegen en omdraaien, en dat gedoe met die hoezen.
Jammer, vond de man dat. Van de muziek die er op stond. Daar zaten toch wel wat favorieten tussen en die hoorde hij nu dus niet meer, want hij was ook te bekakt om het allemaal op cd bij bolcom in te tikken. Dat was niet echt.
Dus, die usb platenspeler, dat was een gouden vondst. Kon hij zijn hele collectie zelf op de harde schijf zetten. Een soort met terugwerkende kracht sf variant van het aloude hometapen, waar hij zich in reeds genoemde jeugd ook nogal fanatiek aan bezondigd had, en waar hij zo goed als alle cassettebandjes ook nog van bewaarde trouwens. Hij was hoogstwaarschijnlijk de enige mens op aarde met een nog goed functionerende én aangesloten cassetterecorder in huis. Maar goed, dat was misschien een aardig kerstcadeau. Nú zat hij innig tevreden zijn elpeetjes in itunes in te voeren.
Het was lang geleden dat hij de dag na Sinterklaas metéén met zijn nieuwe speelgoed was gaan spelen. Er zat toch nog meer jeugd in de man dan hij zelf gedacht had.

maandag 28 november 2011

ERROR

In een vlaag van daadkrachtigheid had de man vanmiddag besloten meteen even een nieuwe tonercartridge te kopen, voor zijn printer, nu hij toch even het dorp in liep, voor brood en een frisse neus. Al maandenlang gaf zijn printer bij elke afdruk aan dat hij eigenlijk leeg was. Nou printte hij niet zoveel, en tot nog toe had hij het steeds wel gered door de cartridge af en toe eens flink door elkaar te schudden, maar nu werden zijn printjes langzaamaan toch wel zó lichtgrijs en onleesbaar, dat het er maar eens van moest komen.
Goed beslagen, met het typenummer van printer én cartridge op een briefje, kwam hij ten ijs. Dacht hij tenminste. De meneer van de computerwinkel had daar zo zijn eigen ideeën over.
Die cartridge móet u helemaal niet kopen, antwoordde die namelijk tamelijk onwelwillend op de goedgemutst geplaatste bestelling van de man. Want dat is een wáárdeloze printer, die u zich daar aan heeft laten smeren.
Nou was de man eigenlijk wel tevreden met zijn eenvoudige zwartwit printertje en dat wilde hij dan ook zeggen, tegen de meneer van de computerwinkel, maar die dúldde helemaal geen tegenspraak. Daarvoor had de meneer er veel te veel verstand van, en hij zou de man wel eens even iets vertellen over printers. Die tonercartridges waren schreeuwend duur. Voor dat geld kon de man dus beter een nieuwe printer kopen. De meneer keek erbij alsof het hem verder geen klap kon schelen allemaal, en zo klonk hij ook, maar hij had hier toevallig een mooi printertje staan, en kijk.. dat was dus wél een uistekend merk. Was bovendien een inkjetprinter dus dan kon meneer ook foto’s afdrukken, wat met zijn waardeloze laserprinter natuurlijk sowieso al onmogelijk was.
De man bracht nu toch maar voorzichtig naar voren dat hij niet van plan was een nieuwe printer aan te schaffen, en al helemaal geen inkjetprinter, omdat hij eigenlijk alleen maar af en toe een stukje tekst printte, en dat hij zijn foto’s altijd bij de Hema liet afdrukken.
Maar dat mócht hij helemaal niet, van de meneer van de computerwinkel, want dat was van een wáárdeloze kwaliteit allemaal. En ook nog eens schreeuwend duur. Het kon hem allemaal nog steeds geen fluit interesseren natuurlijk, stopte hij zijn handen nog maar eens wat dieper in zijn zakken, en zette hij een nóg meewariger gezicht op, maar kijk.. met één zo’n vulling drukte déze printer dus vierhonderd foto’s af. Dus dan kon meneer zelf wel uitrekenen hoe duur hij uit was bij het Kruidvat, nietwaar.
Het leek de man nutteloos de meneer er op te wijzen dat die inkjetcartridges nou ook niet bepaald gratis werden uitgedeeld, in de computerwinkel, en dat dat piepkleine beetje inkt dat daar dan in zat meestal binnen een week volledig was ingedroogd, met medeneming van de spuitkoppen, en dat ze je in de computerwinkel dan meesmuilend vertelden dat je daar dan dus best nieuwe spuitkopjes in kon laten zetten maar dat het natuurlijk toch een verouderd model was en dat alleen het opsturen al een vermogen kostte en dat je dan dus beter een nieuwe printer kon kopen.
En dat bleek inderdaad ook volkomen nutteloos want de meneer praatte gewoon door, alsof de man er niet eens meer stond, wat jammer genoeg wél het geval was.
Deze printer gebruikte namelijk zúlke hoogwaardige inkt, werkte de meneer nu duidelijk naar een hoogtepunt toe, dat je je foto dus gewóón onder de kraan kon houden, en dat er dan nóg niks gebeurde. En de meneer voegde de daad bij het woord. Hij pakte ergens een grote glimmende foto vandaan en hield die onder de kraan. Met een triomfantelijke blik, ook nog. Dáár had de man niet van terug, zag je hem denken. Met zijn waardeloze laserprinter.
En dat was ook zo natuurlijk. Daar had de meneer de man te grazen. Daar had hij niets tegenin te brengen. Nu zag hij het! Dat was precies waar het fout ging, bij de man, steeds weer. Nu kon hij er niet meer onderuit. En met een fonkelnieuwe inkjetprinter van een geweldig merk, met ook alvast wat extra verpakkingen van de superieure inkt, kwam de man tevreden weer thuis. Als hij straks ál zijn foto’s zelf opnieuw had uitgeprint, zou hij ze eindelijk ook af kunnen wassen. Net als iedereen.

vrijdag 25 november 2011

Anderhalve slinger

Het was nogal logisch natuurlijk, maar naarmate je kinderen opgroeiden, werden ze te gróót voor allerlei dingen. Sint Maarten bijvoorbeeld. Dat vonden zijn jongens, toen ze er na de verhuizing uit de stad voor het eerst op grote schaal kennis mee maakten, nog wel iets lolligs hebben: in het donker de straat op en grote zakken gratis snoep toe. Maar dit jaar werd er dus écht niet meer gekeuveld. Té kinderachtig.
Sinterklaas. Ook zoiets. Sinds hij er officieel niet meer in geloofde, had zijn jongste al eens bekend, vond hij het een stuk minder leuk. Dus intochten, zwaaien en handjes geven, schoenen zetten en liedjes zingen bij de schoorsteen, met het hele gezin, dat was er ook niet meer bij. Geen porum ook, met van die bijnapubers.
Nou vond de man dat eigenlijk allemaal niet zo’n probleem, hoor. Met Sint Maarten hád hij al weinig op. Al die opgefokte kinderen die met afgeraffelde lampionnen en haastig gescandeerde liedjes om snoep kwamen bedelen.. Maar sinds hij gezien had dat de plaatselijke middenstand het feest geannexeerd had, de winkeliersvereniging, met helverlichte ingelaste koopavonden waar de kindertjes winkeldeur in winkeldeur uit tasjes snoep met foldertjes en kortingbonnen werd uitgereikt, had hij het er al helemáál mee gehad. Sinterklaas had hij dan jarenlang nog wel een warm hart toegedragen, maar dat had de laatste tijd toch ook hysterische, en bijna patriottische vormen aangenomen, vond hij. Bovendien had hij onderhand voor zijn leven genoeg surprises gemaakt, met zijn volgende leven erbij, en hij was dus eerder blij dan rouwig dat hij ervan af was, van het gedoe.
Maar goed.
Verjaardagen werden ook anders, trouwens, bedacht hij zich van de week, bij het jaarlijks gezamenlijk kinderfeestje. Werd er in jongere jaren nog van alles en nog wat uit de kast gehaald om iets onvergetelijks te organiseren, waar door alle betrokkenen nog wéken over werd nagepraat, overvolle actiefeestjes met piraten, ridders, zandkastelen en oudhollandsche spelletjes; nu de jongste twaalf en de oudste dertien werd, was het al feest genoeg om ze met een paar vriendjes naar de film te sturen. Met een milkshake in de pauze en taart met cola toe. Het voelde nog wat gemakzuchtig, voor papa en mama, maar hun jongens waren als kinderen zo blij, zogezegd.
Voor de jongste, die deze week écht jarig was, had zijn vrouw op de avond vóór de grote dag ook nog snel even anderhalve slinger en een ballon opgehangen. De man had het in het licht van het voorgaande eigenlijk niet nodig gevonden, maar zijn vrouw dacht dat het anders wel erg kaal was.
De volgende dag was zijn jongste zoon ’s ochtends in alle vroegte, vóór iedereen uit, zijn bed uitgegaan, voor een dringend plasje, en had toen vanuit zijn ooghoek in een flits die ballon al zien hangen. En toen bleek maar weer eens dat sommige dingen toch langzamer veranderen dan je denkt. Want om de verrassing niet voor zichzelf te bederven, had hij rechtsomkeert gemaakt. En besloten het dan nog maar even op te houden tot iedereen wakker was. En hem uit bed kwam zingen.

zondag 20 november 2011

Boodschap

Zijn dochter aan de telefoon. Nou ja, dat was op zich niets bijzonders, hij had zijn dochter wel vaker aan de telefoon. Hij had haar ook wel eens een tijdje niet aan de telefoon trouwens, maar ja.. zo gingen die dingen nou eenmaal. Ze werden groot en volwassen en hadden hun eigen leven. En zo hoorde het ook, verdorie. De man was heus niet het soort vader dat daar over zeurde, mocht iemand dat soms denken. Hij kon zelf ook bellen, dat wist hij maar al te goed, en dat kwam er ook wel eens niet van.
Maar goed.. nu was ze aan de telefoon, dus. Dat ze bedacht had om dit weekend te komen eten. Met haar vriend, want die had ze tegenwoordig, een vriend. Over groot worden gesproken. En je oud voelen..
Enfin.
Nou was het natuurlijk nog steeds niet zo bijzonder dat ze het weekend langs wilde komen. Want dat gebeurde ook best regelmatig. Wat wél bijzonder was, was de toon, die hij ergens onderop in haar stem meende te horen. Een soort van ondertoon, zeg maar. Hij wist het niet precies te benoemen, wie zou dat wel kunnen, bij dochters van vijfentwintig, maar hij hóórde het wel. Tenminste.. dat meende hij toch zeker te weten. En hij was tenslotte haar vader, dus wie zou het beter horen?
Hij herinnerde zich nog de voorlaatste keer dat hij die toon gehoord had, aan de telefoon. Tóen was ze kort daarna langsgekomen om te vertellen dat ze een vriend had. Met bijbehorende brede glimlach en rode konen. En de laatste keer, nog niet eens zo gek lang geleden, was het omdat ze met de vriend ging samenwonen. Nóg verder weg dan ze al woonde.
Zó’n toon, was het dus.
Dus de man vroeg zich, een beetje zenuwachtig, af wat het deze keer nog kon zijn, dat ze hem wilde vertellen.

donderdag 17 november 2011

In de stemming

Speciaal voor de decembermaand, om vast in de stemming te komen, heb ik een nieuw boekje gemaakt. Het is een soort van kerstverhaal, maar dan een beetje anders. Voor groot en niet al te klein.

Het lijkt erop dat het kerstfeest in Ons Dorp dit jaar heel anders zal verlopen dan andere jaren. Omdat de Kerstman besloten heeft het dit keer zélf maar eens te vieren. Thuis, met zijn gezin. Zijn vrouw is trots op hem, maar verder is iedereen erg teleurgesteld: de slager, de postbode en de zingende zusjes. Zelfs de burgemeester. En zo wordt de sfeer er niet beter op, in Ons Dorp. Gelukkig wordt er een oplossing gevonden, anders was het geen kerstverhaal geweest..

Het is te bestellen bij Blurb, voor € 6,95 exclusief de verzendkosten. Als je dat snel doet, kan het nog net mee in de zak van Sinterklaas. Of in de surprise. Is er minder haast bij, dan kan het ook met een mailtje. Met verzendkosten erbij kost het dan € 14,00 Klik hier voor meer informatie.


dinsdag 8 november 2011

Oud nieuws

In de Volkskrant las de man dit weekend een stuk waarin een lans werd gebroken voor zorgende vaders. En dan niet van die luxepapaardjes die één vrijblijvend papadagje per af en toe leuk en opzichtig met de kleine op stap gingen, naar de speeltuin,  als het mooi weer was, van jongens kijk mij eens goed bezig zijn, tussen de leuke moeders, en dan thuis de vieze boel verder de vieze boel lieten.. nee, mannen die dat als een volwaardige taak zagen: kinderen opvoeden tot sociale, evenwichtige en zelfverzekerde volwassenen. 
Dat dat een zware en verantwoordelijke taak was, betoogde het stuk. Zwaarder dan een bedrijf leiden. En dat het dus vreemd was dat daar zo op werd neergekeken. Dat het ergerlijk was dat werkgevers daar zo moeilijk over deden. En dat mannen elkaar daar onderling dan ook nog eens de maat over namen. Dat andere mannen jouw zorgdag namelijk als een vakantiedag beschouwden. Zonder maatschappelijke betekenis. En zonde van je carrière. Terwijl dat dus eigenlijk juist een hoge status zou moeten verdienen.
Nou nou, had de man gedacht, dat mocht ook wel eens gezegd worden. Maar toen las hij de kop boven het stuk nog eens goed. Ambitieloze softie verdient hoge status. Stond daar.
Ambitieloos.
Softie.
Tja.
Dat was dus een gemiste kans, wilde de man hier maar even gezegd hebben. Hoezeer de zorgende vader dan ook een hoge status verdiende, op de Volkskrant hoefde hij wat dat betreft niet te rekenen.

Kijk zelf maar

vrijdag 4 november 2011

..Af!

Een maand of twee, was het nu, dat zijn oudste zoon op de middelbare school zat. Nog maar net dus, eigenlijk. Maar inmiddels deed hij erg zijn best het er uit te laten zien alsof het héél gewoon was, allemaal. Wat hem betreft, wilde hij maar uitstralen, hoefde er níet meer gewend te worden. En zenuwachtig was hij ook niet meer,  als je daar soms naar vroeg.  
Alsof het nooit anders was geweest, pakte hij iedere avond twee keer zijn tas in. Sloeg hij zijn agenda nóg eens open, om te zien wat het huiswerk ook weer was, en spelde hij drie keer per dag zijn hele online cijferlijst, van boven naar beneden en weer terug. En zijn rooster. Of er nog lessen uitvielen, hier of daar, hoera!
En zo achteloos mogelijk iedere dag op een ándere tijd naar school. Liefst wat later dan zijn broer natuurlijk, die dagelijks nog gewoon op het vaste tijdstip naar groep acht vertrok. En dan lag hij daar héérlijk ontspannen op de bank te relaxen, weet je. Te zwelgen in al zijn vrije tijd. Om de zoveel tijd hoorde papa hem hardop genieten. Hoe lang hij nog had, voor hij naar school moest. Nog vijftien minuten. Nog twaalf minuten. Nog tien minuten. Nog vijf minuten. Nog drie minuten..

donderdag 3 november 2011

Pet

Eigenlijk had de man altijd wel één of meer projekten lopen, naast zijn drukbezette bestaan als huisman en vader. Toneelspelen, liedjes zingen, versjes schrijven, boekjes maken. Financieel zette dat allemaal geen zoden aan de dijk, niet eens één zoodje eerlijk gezegd,  eerder nog het tegendeel, en een carrière kon je het dus in de verste verte niet noemen, hoe graag hij dat af en toe en misschien nog steeds wel gewild had. Leuk waren zijn projekten altijd wel, en soms zelfs zéééér bescheiden succesvol,  maar het wilde nooit echt helemáál van de grond komen.
Ach ja.
Technisch gesproken was hij hiermee tegenwoordig dus een muts, en hij vroeg zich af of daar ook al een mannelijk woord voor bestond. Waarschijnlijk niet, want als man had je al een feministisch streepje voor als je je een lullig papadagje om je kinderen bekommerde, en was het juist iets gewéldigs als je omwille van de zorg voor het gezin afzag van een carrière. Bovendien waren het natuurlijk vooral die domme vrouwen die elkaar altijd maar zo feekserig en vilein de maat namen, in de krant en op tv. En in hun boze blaadjes en blogjes.
Maar goed.
Nu had hij een tijdje geleden een collega vader en muzikant gevraagd of die misschien mee wilde doen, aan één van zijn projekten. Wie weet, had de man gedacht, twee weten meer dan één.
Maar de collega vader had vriendelijk bedankt. Hij deed alleen mee aan projekten die wél succesvol waren.
De man had er nog een nacht slecht van geslapen ook. Want nu wist hij het mannelijk woord voor muts. Het was loser.

woensdag 2 november 2011

Zó beurt

Omdat er boven dus nogal uitgebreid geklust werd, was er zo het één en ander voor zolang maar eventjes beneden in de huiskamer terechtgekomen. Op tijdelijke tafels, op tijdelijke plekken en in tijdelijke hoeken en dozen en gaten. En was het daar langzamerhand een steeds grotere rommel geworden. Om het zacht uit te drukken, want eerlijk gezegd kon je je kont dus niet meer keren in die dichtgeslibde puinhoop. Je moest verdorie goed uitkijken waar je liep, voor zover je nog kón lopen dan, want voor je het wist struikelde je ergens over, stootte je je ergens aan of trapte je iets kapot. Nee, het was er niet leefbaarder op geworden, met al die overhaaste kunstgrepen en noodoplossingen.
Eigenlijk, dacht de man al een tijdje, was het niet eens echt erg dat al die spullen er tijdelijk bij waren gekomen, maar stond alles nu nét op de verkeerde plaats. Eigenlijk kon de hele boel beter een beetje ingeschikt en verschoven worden, omgedraaid en van plaats verwisseld. De bank hier, de kast daar, de stoel links, de tafel rechts, de computer zus en de televise zo. Dat zou een stuk handiger zijn.
En geloof het of niet, vandáág besloot de man dat het moest gebeuren. Hopla! Hij wist precies hoe dat ging met verbouwingen. Die duurden áltijd langer dan je dacht, maar omdat je dat dus al had ingecalculeerd, kon je er zó nog een paar weken bij optellen en dan zat je er waarschijnlijk nóg een heel stuk naast, en om nou al die tijd in een steeds verder uit de hand lopende tijdelijkheid te bivakkeren..  Bovendien hoefde zijn zoon vanochtend pas het derde uur op school te zijn, dus dan kon die hem móói een handje helpen en was het met een beetje doorschuiven zó gepiept.
Eensgezind en welgemoed togen ze aan het werk. Alles werd van zijn plek gehaald, verschoven en verzet, losgekoppeld en overhoop gehaald. Wat nog niet meeviel natuurlijk want overal stond iets anders in de weg en waar zet je iets eventjes neer als er al tijdelijk iets staat?
En als dan toch alles van zijn plaats kwam, fluisterde zijn moeder hem in het oor, kon er misschien ook beter meteen even een stofzuiger bijkomen. Een nat lapje er overheen.
Tja.
Na een stief kwartiertje schuiven en sjouwen en de schouders eronder meldde zijn zoon zich opgewekt af. Het was érg gezellig geweest, vond hij, maar nu moest hij naar school. En zo bleef de man achter in precies de onoverzichtelijke ravage die hij als ervaren huisman natuurlijk al van verre had moeten zien aankomen en waarvan hij alleen maar kon hópen dat hij dat met de rest van de dag weer een beetje toonbaar zou krijgen.
En verdomd, hij keek er nog een beetje beteuterd bij ook.

zondag 30 oktober 2011

In de duisternis

Omdat de man zich de laatste tijd dan toch maar weer plichtsgetrouw in zijn eeuwigdurende verbouwing had ingegraven, was zijn gezin er een dagje zonder hem op uitgetrokken. Naar de stad. Om te winkelen. Zijn gezin vond dat eerlijk gezegd nooit een probleem. Zo konden ze tenminste zonder gezanik en gezeur zo véél winkels in en uit als ze maar wilden en er nét zo lang tussen de schappen en de rekken blijven rondhangen als hun hebberige hartjes begeerden.
Ondertussen hield de man thuis zijn hart vast. Want hij wíst wel in welke winkels ze bij voorkeur terechtkwamen: de winkels waarover hij het hardst zanikte en zeurde uiteraard. De winkels waar ze vaak ook maar nauwelijks schappen en rekken hadden, trouwens. Waar de goedkope zooi zó uit de slordige stapel kapotte kartonnen dozen verpatst werd.
Steevast kwam zijn gezin na zo’n dagje uit opgetogen thuis met prullen en bullen waarvan de man het héél erg moeilijk vond zijn onenthousiasme erover voor de gezelligheid zolang even onder stoelen of banken te steken. Omdat hij namelijk zó al kon zien dat je dat dus nóóit van zijn levensdagen in elkaar zou krijgen, dat het van pure ellende waarschijnlijk vandaag nog uit elkaar zou vallen, en in géén geval zou doen wat de gescheurde verpakking in slecht gespeld nederlands beloofde. Maar zijn gezin vond dan eensgezind dat hij niet zo moest zeiken omdat het gewoon hartstikke leuk was en het heel goedkoop was geweest. Waarop de man dan meestal zijn tong maar afbeet omdat hij zelf eigenlijk ook geen zin had in het schuimbekkend verhaal dat hij dáárover af zou kunnen steken.
Vandaag was het een groene, plastic lamp met een hengsel. Met natuurlijk een handvol batterijen erin. Handig, vond zijn vrouw, voor als de jongens het groenafval  ’s avonds naar buiten moesten brengen, nu het weer vroeger donker werd. Vooral omdat de buitenlamp in de tuin kapot was, een koopje uit een vorige ronde die hij trouwens helemaal nóóit had zien branden. Uiteraard gaf de handige groene plastic lamp met hengsel óók geen licht. Ook niet toen de man het losgerammelde fietslampje weer in de te ruime, kartonnen fitting had teruggedaan. Ook niet toen hij het buitengewoon lullige en nu al metaalmoede schakelaartje een beetje had verbogen en ook niet toen er een nieuwe handvol batterijen in was gedaan. Zijn vrouw begreep er niks van, want in de winkel deed hij het juist zo goed. Dat had ze nog zó geprobeerd.
De man hield als gewoonlijk wijselijk zijn mond. Hij zei niks. En hij had níet de indruk dat er ook maar íemand was die hem hoorde brommen

zaterdag 29 oktober 2011

Op de cent

Briesend van verontwaardiging kwam zijn oudste zoon thuis uit school. De Aldi, was zijn boos besluit, was géén leuke winkel. Nou was de man die mening al járen toegedaan, of nog wel langer zelfs, brak hem de bek niet open, maar tot nog toe had hij in de veronderstelling geleefd dat hij, in elk geval in eigen kring maar misschien wel op de hele wereld, de enige was die de zaken zag zoals ze waren: de Aldi was géén leuke winkel. Dat was trouwens nóg zachtjes uitgedrukt. De Aldi! Man! Jaaa, daar kon je hem ’s nachts voor wakker maken hoor, om dáár over te mopperen. Maar goed, nu was hij natuurlijk benieuwd waarom zijn zoon zo opeens van gedachten was veranderd.
De Aldi, bracht zijn jongen voor de zekerheid eerst nog maar even in herinnering, was toch de énige winkel die nog muntjes van één cent accepteerde? Beweerde de Aldi altijd? Nou, mooi niet dus! Was hij daar namelijk speciaal direct uit school even langsgegaan, om een chocoladeletter van zestig cent te kopen, en die wilde hij dus betalen met de zestig losse centen uit zijn spaarpot. Was hij daar ook meteen vanaf want wat moest hij daar verder mee, als toch niemand ze nog wilde hebben? Het bleef wel geld tenslotte en dit had hem wel een mooie oplossing geleken. Maar de Aldi wilde ze dus ook niet hebben. Maximaal vijf per keer, was de regel. Had de mevrouw van de kassa gezegd. En regels waren weer eens regels natuurlijk. En in tijden als deze konden er natuurlijk ook geen uitzonderingen worden gemaakt. Oók niet voor jongetjes van dertien die met zestig losse centen uit hun spaarpot een chocoladeletter wilden kopen. Nee, kom zeg! Straks wilde íedereen ál zijn boodschappen alléén nog maar met losse centen betalen. Als we dááraan gingen beginnen. Stel je toch eens voor!
Zijn zoon vond het eigenlijk het ergste dat hij die chocoladeletter nu dus met een briefje van vijf had moeten betalen. Dat was, zo mopperde hij nog even door, dus wéér een briefje van vijf naar de maan. Nóóit, nóóit, nóóit ging hij nog naar de Aldi, was zijn boze slotakkoord. En de man gaf hem geen ongelijk. Zijn zestig centen raakte hij nooit meer kwijt, maar een principe mocht wat kosten.

dinsdag 11 oktober 2011

Het nut van nat

Het was nogal waaiierig weer dus al zag de lucht er grijzig en dreigend uit, de man had zijn was buiten hangen. Wat stond dat toch lekker landelijk, die wapperende en bollende doeken en broeken en hemden in de wind. Aan het eind van de dag zou het hele zaakje mooi droog zijn en kon hij het meteen opruimen. En om goed van de gelegenheid gebruik te maken, had hij ook gelijk maar lekker veel gewassen.
Uiteraard hield hij de toestand buiten wel de hele dag nauwlettend in de gaten, bij de eerste de beste druppel zou hij de hele zooi binnen de kortste keren binnen hebben. Maar vooralsnog leek het mee te vallen met de voorspelde regen. Volgens buienradar, hét hulpmiddel voor de moderne huisman, kon hij zelfs wel veilig even snel een paar boodschapjes doen. Monter sprong hij op de fiets, met zijn boodschappentas vol statiegeldglas en zijn boodschappenlijstje. Wat was hij toch goed en doortastend bezig, vond hij zelf dan maar, bij gebrek aan andere bewonderaars.
Uiteraard was het na de eerste winkel toch al voorzichtig begonnen met regenen en had hij zich hijgend en puffend en mopperend op buienradar naar huis gehaast om te redden wat er te redden viel en net zo uiteraard was het zodra hij de boel binnen had staan meteen weer gestopt ook. Maar gelukkig had het op de terugweg van de rest van de boodschappen zó ongenadig geplensd dat hij zeiknat thuis kwam. Was het toch niet voor niets geweest allemaal.

maandag 10 oktober 2011

Ongeremd

Háaáaí, riepen de meisjes elkaar verrukt, extatisch wuivend toe, door de vroege maar al donkere avond. Háaáaí! Zoals alleen meisjes dat konden. Op het hysterische af, vond de man eerlijk gezegd, maar goed, ze waren blij elkaar te zien, wilden ze elkaar en de wereld maar even laten weten.
Het ene meisje liep over de stoep met een enorme schoudertas te zeulen, het andere meisje, met al net zo’n enorme tas aan haar schouder, fietste onverlicht en telefonerend de andere kant op, en omdat de straat een beetje schuin afliep had ze een aardig vaartje ook. Even stoppen, om haar zo te horen toch superhartsvriendin-voor-altijd wat uitgebreider te begroeten en wat langer te spreken, deed ze niet.
We bellen, joelde ze nog wel achterom.  Ik kan nu niet stoppen, want ik heb geen rem op mijn fiets.
Waarna ze zich nog altijd half omgedraaid alweer doortelefonerend zonder aarzelen de eerstvolgende kruising op stortte.
Meisje toch, meisje toch, dacht de man. Want ja.. wat kon hij anders denken.

vrijdag 7 oktober 2011

Last

In de trein had de man eigenlijk altijd wel iets om zich aan te ergeren. Dat zat bij de prijs inbegrepen, als het ware.  Dat begon soms al bij het inchecken, waarvan hij zich dan bijvoorbeeld al meteen weer afvroeg waarom dat in het engels moest. Wat er dan mis was met het nederlandse woord ‘aanmelden’. En waarom hij, als abonnementhouder, met negen euro op zijn kaart tóch geen ritje van twee euro veertig mocht maken, van de ns. Waarom de helft van de trein vaak de hele weg leeg moest blijven, op een handjevol onderuitgezakte conducteurs na, terwijl de andere helft zó vol hing met doorgesnoven en volgezopen uitgaansjongeren dat er niet eens meer een conducteur dóór kon, al zou die dat durven.
Verder zat er natuurlijk altijd wel iemand met zijn schoenen op de stoel, was er altijd wel iemand die de laatste drie plaatsen nodig had voor zijn tas en zijn jas en zijn das, en liet iedereen ook altijd wel overal zijn voddige gratis krantjes slingeren, en halfleeg gedronken blikjes en flesjes staan.
Om over de ongewenste intimiteit  van al die opdringerig luidruchtige telefoongesprekken maar niet eens te beginnen.
Hoewel.. nu zat er vlak naast hem, aan de overkant van het gangpad, dus ook weer een meisje te bellen. Diep in elkaar gedoken schermde ze haar telefoontje af met haar haar en haar hand, en voerde ze héél zachtjes een gesprek. Héél zachtjes. Zó zachtjes dat je het eigenlijk niet hoorde. Geruisloos als een ademtocht fluisterde ze haar onhoorbare woorden.
De man verstond er helemaal níks van. Hij kon zelfs niet eens uitmaken of het lieve woordjes waren, die ze lispelde, of dat er iemand de huid vol werd gefluisterd. En eerlijk gezegd vond hij dat dus ook behoorlijk ergerlijk.

woensdag 5 oktober 2011

Lesuitval (We hebben -)

Nu zijn jongens almaar groter en zelfstandiger werden, wilde de man wel eens wat sentimenteel, melancholiek haast, terugblikken op de goeie ouwe tijd. De gouden jaren dat ze allebei nog klein en lekker thuis waren de hele dag, de hele week, de hele maand. Het hele jaar. En zíjn leven vrij overzichtelijk bestond uit bekertjes melk, schone luiers en voorleesboekjes. Wandelingetjes door het park en de boodschappen.
Waar was die tijd eigenlijk gebleven, vroeg hij zich dan af. Toen hij er nog middenin zat, leken de dagen soms wel niet óm te komen, en nu opeens was het alweer bijna vroeger. Toen ze nog klein waren. En verlangde hij er dus nog wel eens uitgebreid naar terug.
Tja.
Vanochtend kwam zijn oudste zoon, zeker niet voor de eerste keer in zijn nieuwe leven als middelbare scholier, na een half uurtje heen en weer fietsen alweer onverrichterzake terug op het nest, wegens lesuitval. Om voor de komende tweeëneenhalf uur op de bank neer te zijgen en zich minzaam kopjes thee, glaasjes limonade en biskwietjes aan te laten reiken. En al liggend het programma en het ritme van zijn vader in de war te schoppen.
Je zou verwachten dat de man dat dan dus reuze gezellig zou vinden, zijn jongen in elk geval de halve dag weer lekker thuis.
En dat vond hij ook hoor. Zeker.
Maar het was toch anders.

dinsdag 4 oktober 2011

Prullaria

Niet alleen de man, zéker ook zijn vrouw, maar voorál zijn jongens hadden de dus blijkbaar erfelijke neiging om álles maar dan ook álles achter hun kont te laten slingeren. Of zolang even ergens neer te leggen, aan te hangen of op te zetten, en stráks wel op te ruimen maar niet heus. Er was in het hele huis geen horizontaal oppervlak te vinden dat niet van voor tot achter lag volgestouwd met .. ja.. met wát eigenlijk? Met dingetjes en dangetjes. Prullen en spullen en andere zooi die weliswaar niet weggegooid mocht of kon worden, maar waar ook niet meer naar werd omgekeken. Ook omdat het al gauw weer uit beeld verdween natuurlijk, achter en onder en tussen een nieuwe lichting vondsten en schatten. Opgeraapt van straat, gevonden in het bos, gekregen van een vriendje, meegenomen van een dagje uit of een weekendje weg, zelfgemaakt op school of bij papa in het schuurtje. Steentjes, stokjes, schelpen, muntjes, postzegels, propjes, doosjes, potjes zand. Bloemetjes, blaadjes, eierschalen. Veren, honingraat, wespennest. Balletjes, palletjes, schroefjes en touwtjes. Plastic driddeltjes, wrangertjes en korken. Zelfgeknipte en geplakte en getekende kunst, getimmerd, geknutseld, geknoopt en gesoldeerd.
Enfin, het is duidelijk. Je kon het zo gek niet verzinnen of het stond of het lag of het slingerde ergens in huis. Het liefst in wankele stapels. Of het hing of het leunde daar weer tegenaan. Voor zolang. En meestal in tweevoud of meer. En de enige die zich er af en toe aan stoorde, was de man. Logisch, die sleet zijn dagen in die chaos. Die liep er de godganse dag over te struikelen. Die moest er steeds omheen en tussendoor met de stofzuiger. En die wilde er dan ook nog wel eens stiekem de bezem doorhalen, zo heel af en toe maar hoor.
De mooiste kostbaarheden schikte hij dan opzichtig opnieuw in gezellige uitstallinkjes hier en daar, in een poging de aandacht af te leiden van het feit dat de grootste rotzooi in de vuilniszak was verdwenen. Maar daar kwam hij eigenlijk nooit mee weg. Want telkens bleek dat wat op het eerste, tweede én derde gezicht een onoverzichtelijke puinbak leek, dus eigenlijk een uiterst zorgvuldig bijgehouden archief was.
Ook nu weer. Zijn oudste zoon was nog niet thuis of hij bespeurde al onraad. Met argusogen wees hij op een lege plek in huis. Dat hij dáár zijn katapult had neergelegd, die hij zelfgemaakt had, wist papa nog wel? Van een verkommerd elastiek en een kromme tentharing. En verdomd als het niet waar was, die had daar inderdaad gelegen. Zeker een maand of drie. Onder een stapel andere troep. Of papa soms wist waar die was.
En ja, dat wist papa dus wel, inderdaad. En hij had er ook meteen al weer spijt van, dat dan weer wel, maar hij zei het maar liever niet. Dat leek hem niet verstandig.

zondag 2 oktober 2011

Bakkie troost

Met al dat terrassenweer de laatste tijd, waren zijn vrouw en de man dus ook zomaar op een terrasje op het plein terechtgekomen. Om eerst maar eens even een bakkie te doen. Kijk, daar zaten ze, in het ochtendzonnetje. Heerlijk.
Eén cappuccino en een koffie verkeerd, noteerde het meisje op haar computertje, lusteloos en wel. Maar goed, het was nog vroeg op de dag en het was vast geen pretje om dan al te moeten werken, en saaie bestellingen op te moeten nemen van oude mensen die allemaal maar vrij waren het hele weekend.
Of ze dat meteen even kon afrekenen, stelde het meisje in één moeite door op geroutineerde toon eigenlijk geen vraag.
Verbaasd keken zijn vrouw en de man eerst elkaar en daarna het meisje aan. Afrekenen?? Er víel toch nog helemaal niets af te rekenen? Ze záten er net. Of waren ze soms per ongeluk in de omgekeerde wereld terechtgekomen? En moesten ze straks pas, als ze hun koffie op hadden, hun bestelling plaatsen? En dan nu inderdaad als eerste betalen. Voor iets dat in het verleden nog moest komen. Of zoiets.
Maar het meisje vond het duidelijk de normaalste zaak van de gewone wereld. Ze verblikte noch verbloosde, en wachtte stuurs maar geduldig op haar nog niet verdiende geld.
Of dat gebruikelijk was, maakten zijn vrouw en de man de vraag dan maar iets concreter, om te betalen vóórdat je je bestelling had gekregen? Vertrouwde het meisje hen soms niet? Was ze bang dat ze er zonder betalen plotseling vandoor zouden gaan? In een dolle bui?
Dat het op álle terrassen zo ging, kon het het meisje allemaal maar weinig schelen. Dat was efficiënter. Dan hoefde zij als het druk was niet steeds opnieuw naar binnen om bonnetjes te halen voor klanten die wilden afrekenen en hoefden de klanten die wilden afrekenen ook niet zo lang te wachten op hun bonnetje, als het druk was, lepelde ze verveeld de vreemde redenering op. Zijn vrouw en de man keken zo veelbetekenend mogelijk het niet eens voor de helft gevulde terras rond, maar regels waren nou eenmaal regels.
Dat het wél een beetje klant-onvriendelijk was, brachten ze tenslotte dan nog maar naar voren.
En ja, dat móchten ze vinden, van het meisje. Dus dat was mooi. Dat kwam goed uit. Want dat vónden ze namelijk ook.

donderdag 29 september 2011

Vrouw en ding

Vóór hem in de rij bij de Hema stond een mevrouw met een strijktafel. Die wilde ze afrekenen. Maar er kwam óók nog het één en ander aan ingewikkeld gedoe bij kijken, met spullen die geruild moesten worden voor iets anders, aparte bonnetjes voor van alles en nog wat en actievoordeel of niet. En dat moest uiteindelijk allemaal nog eens opnieuw uitgelegd en nagerekend worden, om te kijken of alles wel klopte, of gewoon voor de gezelligheid, in elk geval.. voor de man zat er niets anders op dan dat maar rustig en belangstellend af te wachten. Hij had gelukkig geen haast. Net zo min als de mevrouw met de strijktafel. Of de dame van de Hema. Gemoedelijk plussend en minnend gingen de boodschapjes zakje in en zakje uit en er werd genoeglijk met bonnetjes geschoven en gedaan.
Kijkt u wel uit voor dat díng, waarschuwde de dame van de Hema de vrouw met de strijktafel, toen het eindelijk klaar was en de vrouw zou vertrekken, met de strijktafel en bosjes tasjes en zakjes. Aan de strijktafel zat namelijk een lang, dun en spits toelopend stuk plastic dat loodrecht naar voren stak, precies op ooghoogte, zoals de strijktafel nu stond. De dame van de Hema was bang voor ongelukken. De vrouw die de strijktafel dus inmiddels gekocht had, vond nu opeens dat het eigenlijk wel een raar ding was, dat daar zo uitstak. Waar dat voor diende, vroeg zij zichzelf en de dame van de Hema hardop af. Maar gut, die wist dat eigenlijk ook niet.
De man wist het wel. Het was voor het snoer van de strijkbout. Dat kon je door het plastic ding leiden, zodat het bij het strijken niet in de weg zou hangen. Tja, je was huisman of niet natuurlijk. Hij wist alleen niet of hij de dames daar nu wel zo mee lastig durfde vallen. Om te zeggen dat zíj op eigen terrein waren zou niet geëmancipeerd zijn, maar zo zag het er toch wel een beetje uit.  
Ondertussen had de vrouw de plastic spriet van de strijktafel losgewrikt en probeerde die er nu weer op te krijgen. De dame van de Hema had haar collega erbij geroepen, of zíj misschien wist waar dat plastic ding voor diende. Maar ook de derde dame had geen idéé.
Toen hield de man het niet meer. Dat het voor het snoer van de strijkbout was, bracht hij vriendelijk en behulpzaam naar voren. Dat je dat er doorheen kon leiden en dat het dan niet in de weg hing bij het strijken.
Heel even was het stil in de Hema. Nauwelijks waarneembaar verstarden en verstomden de drie dames. Een fractie van een seconde. Toen waren ze het er alweer over eens dat het een raadsel was. Maar dat het er dus wel áf kon, stelde de vrouw nog maar eens vast. Dat ze zoiets nog nooit eerder had gezien, verbaasde de dame van de Hema zich. En haar collega was het hoofdschuddend en met opgetrokken wenkbrauwen met haar eens.. hoewel..  wacht eens even.. bedacht zij zich dan plotseling. Wacht eens even. Het was natuurlijk voor het snoer van de strijkbout! Dat kon je er doorheen leiden, begrepen nu ook de andere twee dames. Dan hing dat niet in de weg bij het strijken.
Zichtbaar tevreden dat zij dit mysterie toch maar weer mooi samen hadden opgelost gingen de dames ieder hun eigen kant op.
En was de man aan de beurt.

dinsdag 27 september 2011

Fantoompijn

Gearmd als vanouds en weleer, liepen de man en zijn vrouw door de zwoele nazomeravond, terug naar hun hotel. Ze waren een goedgemikt weekendje weg, met z’n tweetjes, in de grote stad. Nog nagenietend van een zonnige dag en een genoeglijk avondje uit liepen ze daar. Zichzelf genoeg, zogezegd.
Vanuit het donker kwam hen een man tegemoet. Een oudere man was het, een oudere meneer. En hij zat in een elektrisch scootmobiel. Of hij iets mocht vragen, riep hij al van een afstandje, met een slordige, schorre stem, zodat de man en zijn vrouw eigenlijk ook meteen al wel wisten wát hij zou gaan vragen. Maar goed.
Als het maar geen geld is, hadden ze vroeger, toen ze zelf nog in de grote stad woonden, wel eens geantwoord in zo’n geval. Gewoon, om te zien in welke bochten er gewrongen werd om uiteindelijk natuurlijk tóch om geld te vragen.
Maar zo ad rem waren ze vanavond niet. Misschien vanwege de scootmobiel, of de leeftijd van de oudere meneer, of omdat hij er verder eigenlijk niet heel onverzorgd uitzag of zo. Of omdat hij er nogal onvriendelijk bij keek, waar hij misschien verder ook niks aan kon doen.. in elk geval, deze keer antwoordde de man met een voorzichtig beleefd: dat ligt eraan. En dat kon de oudere meneer zich wel voorstellen. Waarna hij hen moeilijk verstaanbaar toebeet dat zijn been was geamputeerd - hij rommelde nog wat aan zijn broekspijp, om zijn verhaal met beelden te ondersteunen waarschijnlijk, maar dat lukte gelukkig niet zo snel - en dat hij nu fantoompijn had. Waar hij medicijnen voor was gaan halen, maar waarvoor hij nu, omdat het immers weekend was, een eigen bijdrage moest betalen. Van minister Flink, grauwde hij er nog een maatschappijkritische noot aan vast ook.
Dat hij dus inderdaad geld wilde, concludeerde de man.
Tja.
Zijn vrouw wilde er niet aan beginnen. Die vond dat de oudere meneer zijn been op vrijdag waarschijnlijk óók al was geamputeerd, dat we een prima zorgstelsel hadden in ons land en dat de meneer er dus makkelijk voor had kunnen zorgen dat hij genoeg pillen in huis had om het weekend door te komen. En de man wist natuurlijk ook wel bijna zeker waar de meneer zijn fantoompijn mee ging bestrijden, maar ach.. het was een mooie avond.. en de meneer zat natuurlijk ook niet voor zijn plezier in een scootmobiel om geld te bedelen. De man wilde nou ook weer niet te ver meegaan in de heersende opvatting dat iedereen volledig verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk. Of ongeluk.
Nee, we geven die meneer gewoon een euro, besliste de man barmhartig, dan is hij misschien toch een beetje geholpen vanavond.
Maar nee, schamperde de meneer verontwaardigd vanuit zijn scootmobiel. Nee, één euro, dáár had hij niet zoveel aan. Daar kon hij helemaal níks mee. Zestien, moest hij er hebben. Zestien euro, had hij nodig.
Nou ja, alle kleine beetjes helpen.. had de man zijn ongewenste euro eigenlijk al in de toch maar wel uitgestoken hand van de meneer gelegd, die er daarna zonder te bedanken vol gas mee vandoor zoefde, de man en zijn vrouw in verwarring achterlatend.
Zijn vrouw probeerde begripvol op haar tong bijtend niet al te erg te doen van dat ze het wel gezegd had. En ondanks alles verbouwereerd stak de man zijn portemonnee weer weg. Hij voelde opeens een stekende fantoompijn opkomen. Hij wist alleen niet precies waar.

donderdag 22 september 2011

Een baantje van niks

Vanaf de dag dat zijn oudste zoon zich had aangekondigd, was de man begonnen met daar stukjes over te schrijven. Over het vaderschap. En over het huismanschap, en alles dat daar dan weer bij kwam kijken. Uiteindelijk ontaardde dat in dit weblog, bijna tien jaar geleden alweer, maar eerst waren dat stukjes die zo af en toe eens verschenen, hier en daar op het web. Huismannenpraatjes, had hij ze genoemd. Columns over het dagelijks leven van een huisvader in een gezin met twee peuters en een deeltijdpuber. Plus nog een carrièrevrouw. En van die huismannenpraatjes had hij nu een boekje gemaakt. Een baantje van niks, heette het. En vandaag hield hij dat hier ten doop. Een beetje trots.


Voor wie het leuk vindt: het boekje is te koop op mijn eigen site, of via blurb.com.

woensdag 21 september 2011

Droog

Tjongejongejonge, wat een ongezellig, chagrijnig en dreinerig zeikweer was het weer vandaag. Gedverdemme. Grijs en gestaag droop de regen omlaag vanochtend, terwijl de man zijn jongens naar hun fiets en naar school liep op te jutten, want dat ging dus ook iedere dag weer langzamer leek het wel. Hij was erg blij dat hij zelf niet per se meer mee hoefde te fietsen tegenwoordig. Alleen voor de gezelligheid deed hij dat nog wel eens, zo af en toe, en dan nog alleen met de jongste. Maar vandaag liet hij dus lekker verstek gaan. Niet gezellig genoeg.
Of ze niet beter een regenpak aan konden trekken, bracht de man maar weer eens ritueel naar voren. Zonder énige overtuigingskracht uiteraard want na vijfentwintig jaar vaderschap wist hij wel beter. Véél beter. Hij was er niet helemáál zeker van, maar waarschijnlijk hádden ze niet eens meer een regenpak, zijn jongens. Híj zou tenminste niet weten wáár. Of anders hadden ze er in elk geval alleen nog maar eentje twee maten te klein.
Inderdaad vonden zijn jongens ook vandaag weer eensgezind, en al even ritueel, dat het helemaal niet zo héél hard regende. Dat het eigenlijk al bijna weer droog was. Dat het reuze meeviel, allemaal. En vertrokken ze allebei met opgeheven hoofd, zonder regenpak, om dat de rest van de dag met een kletsnatte broek en soppende schoenen vol te blijven zitten houden. Dat het allemaal reuze meeviel.
De man snapte er helemaal niks van. Nou ja, zelf was hij vroeger ook  pas aan het eind van de lange, koude schooldag net weer een beetje opgedroogd omdat hij zijn regenkeep om de hoek, buiten het zicht van zijn moeder dus weer had úitgetrokken en zich liever door en door nat had laten regenen dan in dat ding gezien te worden.. maar goed.. dat was vroeger.. dat was een regenkeep.. hij snapte het niet.
En vanmiddag ging het weer precies hetzelfde. Het weer was nog altijd even chagrijnig en ongezellig en grijs, maar er moesten wel boodschappen gedaan worden. Nou, vond zijn jongste zoon droog, dan kon papa maar beter zijn regenpak aantrekken, naar de supermarkt.
Maar papa zag dat het eigenlijk helemaal niet zo héél hard regende.

dinsdag 20 september 2011

Tegenvaller

Vanochtend kwam er een mailtje van zijn vrouw binnen. Dat deed ze wel eens vaker, een mailtje naar huis, vanaf haar werk. Met iets liefs of iets leuks of iets aardigs. Gezellig, vond de man dat altijd wel. Net of ze er even was, was dat dan.
Maar nu mailde zijn vrouw dat ze een afspraak had gemaakt bij de tandarts. Voor het hele gezin. Dus ook voor hem. Of hij dat maar in de agenda wilde zetten.
Ja, dat was wel even wat minder.

maandag 19 september 2011

Jonger dan jong

Met een biertje erbij, en een goed bord eten, had de man dit weekend weer eens lekker bijgekletst met een oude vriendin, uit de grote stad nog, de randstad. Zijn oudste vriendin was het eigenlijk, nu hij er bij nadacht. Dat wil zeggen: zó lang kénde de man haar al. Al meer dan vijfentwintig jaar. Kom er nog maar eens om, in deze tijd van virtuele vrienden en ontvrienden. En vandaar dus zijn oudste vriendin. Oud was zijn vriendin namelijk helemaal niet. Ze was zelfs vijf jaar jonger dan de man. Al verzuchtte ze wel, boven één van de biertjes, dat ze zich bij al die verhalen over zijn brugpieperende zoon, met zijn grote rugzak, een beetje oud begon te voelen. Omdat haar eigen kinderen dat allemaal al zo lang en breed achter de rug hadden, als bijna-schoolverlaters alweer.
Tja.. dáár voelde de man zich dan juist weer helemaal jong bij worden.
Dus hij vond het wel goed geregeld zo.

vrijdag 16 september 2011

En wee

Zijn oudste zoon had een nogal sterk ontwikkeld gevoel voor drama. Van wie hij het had, de man wist het niet, maar hij hád het, dat stond vast. Het kwam maar zelden voor dat hij zich een béétje pijn deed, als hij zich weer eens ergens aan stootte. Als hij weer eens ergens over struikelde of achter bleef haken, weer eens ergens vanaf viel. Als er weer eens iets tegen hem aanviel.  Dat het dan wel meeviel.  Nee, het was meestal ook meteen maar hemeltergend en ondraaglijk leed, dat hem werd aangedaan. Van áltijd en nóóit en alles of niks.
Nu ook weer.
Terwijl hij de tuin inloopt, het afstapje af, het wasrek langs en tussen het tuinmeubilair door, met een bord vol boterhammen en een beker karnemelk in zijn ene hand en een stapel stripboeken in zijn andere, waarin hij hardnekkig dóór blijft lezen terwijl hij onderweg ook nog de kat probeert te aaien. En zijn voet stoot. Of zijn knie, terwijl hij struikelt, of iets anders. Precíes zijn zere enkel natuurlijk weer! Bijvoorbeeld. Luid jammerend klapt hij dubbel en beklaagt zijn wreed en bitter lot. Waarom altijd ik? Waarom ik altijd?
Maar ja.
De man was wel wat gewend ondertussen. Die stond heus niet meteen klaar met jodium en verbandgaas. Pleisters, spalkhout en een snoepje op de zere plek. Die ergerde zich eerlijk gezegd eerder aan dat eeuwig gejeremieer. Kijk dan ook uit wat je doet, mopperde hij. Kijk dan ook uit waar je loopt. En stel je niet zo aan.
Zelf vond de man dat ook niet zo zorgzaam, eigenlijk.
Maar het was wel meteen afgelopen.

woensdag 14 september 2011

Stolz

De man had zijn laptop meegenomen op vakantie. Niet stiekem, maar omdat dat handig was. Er  zou internet zijn in de blokhut, bijvoorbeeld, dus waarom niet? En je kon er eventueel een muziekje op draaien. Of een dvd-tje. Een spelletje. Bovendien wilde hij wat vrije uurtjes besteden aan een boekje, dat hij aan het maken was.
Maar het slimste plan van allemaal vond de man toch wel zijn idee om gaandeweg de vakantie alvast de digitale vakantiefoto’s in het digitale vakantiealbum te plakken. Je was een modern mens of niet tenslotte. Dat ging hem straks thuis enorm veel tijd schelen. Tijd die hij hier en nu dus in overvloed had. En thuis niet. Eenmaal weer thuis kwam het er trouwens hoogstwaarschijnlijk niet eens meer van, net als de jaren ervoor, en nu kon de hele zooi direct bij thuiskomst linea recta naar de Hema, en was er van deze vakantie nou eindelijk eens een vakantiealbum.
En zo kwam het dus wel eens voor dat de man op het balkon van de blokhut tevreden met een kopje koffie achter zijn laptop zat, terwijl zijn vrouw en kinderen eropuit trokken naar een plaatselijke rommelmarkt, een folkloristische uitdragerij of een ander toeristisch winkeltje vol snuisterijen en prullaria.
Dat was ook bij hun gastvrouw in den vreemde niet onopgemerkt gebleven. Ob der Mann heute wieder arbeiten mu
β
te? Had zij zijn vrouw op zo’n ochtend gevraagd. Met misschien wel zo’n internationale ‘wij vrouwen begrijpen elkaar’ blik erbij. En eigenlijk, toen zijn vrouw hem dit vertelde, had de man verwacht dat zij met opgeheven hoofd en in haar beste duits zou hebben uitgelegd hoe geëmancipeerd die Fork bei uns in die Stehle zat. Dat der Mann ja Hausmann war. En helemaal kein Arbeit had. Dat hij thuis de Abwasche deed, en de Wasche. En de Botschaften. En de Mahlzeit bereite. Terwijl zíj juist später en nog immer telefonierend zu Hause kwam, van die Arbeit. En dat hij nu zijn vrije tijd zat op te offeren om het gezellig familiealbum met de plaatjes in elkaar te knutselen, de goedzak. Für später.
Maar nee.
Met al net zo’n universele ‘wat hebben wij vrouwen het toch moeilijk dat we met mannen moeten leven maar wij lijden in stilte’ blik had zijn vrouw beaamd dat der Mann heute inderdaad wieder moest arbeiten. Immer arbeiten.
Gewetenloos had zij hem afgeschilderd als de eerste de beste carrièregeile, werkverslaafde laptopridder. Blijkbaar voorzag dit manbeeld toch in een diepgevoelde vrouwelijke behoefte.
Dus de man begreep weer eens niets van de vrouw.

dinsdag 13 september 2011

5 + 1

Naast dit weblog schrijf ik ook graag andere dingen. Kinderversjes bijvoorbeeld. En nu kwam kortgeleden dit boek uit, ter ere van de kinderboekenweek alvast, en daarin staat dan ook één van mijn versjes. Over een meisje met lange haren. En dat leek me een goede reden om er wat reclame voor te maken. Want dat gebeurt niet alle dagen. Mij niet in elk geval.
Dus: haastjerepje naar de dichtstbijzijnde boekwinkel en op zoek naar Vijf draken verslagen, samengesteld door Ted van Lieshout. Met honderzesenveertig gedichten en vijfenveertig tekeningen, plus nog artikelen en interviews.
Met op pagina veertig dan dus dat versje van mij.


maandag 12 september 2011

&Zn

Ja, je moest het hem allemaal zelf laten doen natuurlijk, dat wist de man ook wel. Hij was groot, hij ging naar de middelbare school. Groot genoeg dus, om het allemaal zelf te doen. Bovendien, hun straat was een nogal druk befietste route naar school en ook nu reden er weer hele colonnes langs van hoogstwaarschijnlijk dus schoolgenoten. Met net zulke grote en onhandige tassen en rugzakken achterop als waar zijn zoon nu zo vreselijk klunzig mee stond te klooien. Papa’s  handen jeukten, maar nee, hij deed het niet. Dát kon natuurlijk niet. Stel je voor, straks werd dat gezien, door zo’n langsfietsend bijdehandje, en voor je het wist kreeg je zoon het op school wekenlang voor zijn kiezen.
Maar ja.
Als die veel te zware rugzak dan halverwege het tweeëneenhalve meter tellende tuinpad al onder dat ene lullige snelbindertje uitvalt - waarvan de man dus op zijn tong bijtend ook níet gezegd had dat dat natuurlijk niet genoeg was - dan houd je het niet meer, als vader. En daar schoot hij zijn zoon al te hulp. Sjorde met enig educatief bedoeld misbaar de veel te zware rugzak met alledrie de snelbinders kruiselings over elkaar stormvast op de bagagedrager. Langsfietsende schoolgenoten of niet.
En heel even zag de man zichzelf daarbij zoals hij zijn eigen vader ooit zag. Hoe zijn zoon hem nu dus nog niet zag.
Maar dat zou misschien ook al niet eens zo vreselijk lang meer duren.

zondag 11 september 2011

Schattigheid alom

Dat gaf een hoop nieuwigheid in huis, deze week, zo met hun oudste zoon voor het eerst op de middelbare school. Opeens moest er op roosters gekeken worden, er moesten tassen ingepakt, met alle goede boeken en schriften, gymspullen en multomappen en andere attributen. Als dat er ook allemaal inpaste tenminste.
Moest er huiswerk gemaakt.
En op de raarste tijden naar school. Op de raarste tijden pas weer thuis. Met zéér uitgebreide en luid galmende verhalen. Die ’s avonds aan tafel allemaal nog eens breeduit werden herhaald, voor mama, die ze nog niet gehoord had natuurlijk.
Ja, hun jongen vond het duidelijk reuze spannend allemaal, nam het nieuwe leven bijzonder serieus. En zo zaten papa en mama elkaar de afgelopen week dan ook regelmatig met warme vertederde blikken over tafel aan te kijken. Wat ís het toch een schatje.
Dat was hun jongste zoon kennelijk ook opgevallen want die mengde zich vanochtend dan ook maar eens in het gewoel. Toen zijn grote broer een schoolvriend aan de telefoon had, met een vraag over het huiswerk, wendde híj zich, dertien maanden jonger en met verdomd als het niet waar is nog een bijpassende vochtige blik óók, tot de man en zijn vrouw: Aaah, ze hebben het over hun huiswerk, schattig hè?

donderdag 8 september 2011

Zwitserse kaas

Had hij dat nou goed gezien? Nee toch, hoopte hij. Het zou toch niet? De man liep in de supermarkt, met zijn karretje, boodschappen te doen. En héél even meende hij daar zakken stróóigoed te zien liggen, in de schappen.
Maar dat zou hij wel verkeerd gezien hebben, dacht hij. Hij was net terug van vakantie tenslotte. Zijn jongens waren nog maar nauwelijks aan hun eerste dagen op school begonnen. Zijn vrouw had haar hielen nog niet gelicht. Iedereen had de zomer nog in het hoofd, weer of geen weer.  Het was begin september.
Het was begin september verdorie!
Maar nee. Of ja. Hij had het goed gezien. Grote zakken strooigoed. In honderdvoud werd hij brutaal aangegrijnsd door Sinterklaas. Met zijn knecht. Zijn negerslaaf. En opeens had de man het helemaal gehad met de goedheiligman. Als het zo moest, deed hij niet meer mee. Er waren grenzen per slot van rekening. Een flinke aframmeling met de roe en dan zo snel mogelijk in de zak terug naar Spanje! En dan rustig afwachten tot er gezongen wordt. Vieze ouwe man!

woensdag 7 september 2011

De tijden

Zijn jongste zoon vertrok nu dus voor het eerst, voor een heel jaar, in zijn eentje naar school. Zónder zijn grote broer. En zonder ook maar één keer om te kijken trouwens. Een vaag en achteloos wuifgebaar ja, ergens halverwege de straat, dat kon er nog net vanaf. Voor zijn vader. Die hem toch maar tot hij de hoek om was na stond te kijken.
En zijn oudste zoon dan voor het eerst naar de middelbare school. Die deed je natuurlijk al helemaal geen plezier meer met uitzwaaien. Laat staan met wegbrengen. Dat snapte papa ook wel. Dat wist papa allang. Van zijn eigen jonge jaren nog. En van zijn dochter.
Dus.. Er was wel het één en ander veranderd, dacht hij zo bij zichzelf. Ja, niet opeens van de ene op de andere dag natuurlijk, geleidelijk aan, dat wel.. maar toch. Op dit soort momenten was het maar al te verleidelijk om sentimenteel te worden, en terug te denken aan vroeger, gisteren, toen ze nog klein waren. Dus dat deed de man dan ook, hij was sowieso nogal sentimenteel aangelegd, hij had maar weinig nodig.
Hij zag zichzelf nog zitten, in de kring van groep één. Op een piepklein stoeltje, ochtendenlang, naast zijn oudste zoon. Zijn oudste zoon die het liefst maar weer naar huis wilde, en daar voor altijd blijven. Veilig bij papa op het nest. Wat niet kon natuurlijk. De man wist nog precies hoe dat voelde.
Tja.
Die tijd kwam nooit meer terug.
Maar nu het dan zover was, en zijn zoon toch echt wel op weg moest naar zijn eerste lessen, viel alle coole koelbloedigheid waar de man zich de afgelopen week nog zo over verbaasd had, als bij toverslag van hem af. Snikkend kwamen alle zenuwen er in dikke tranen uit, en was papa’s grote jongen opeens weer net zo klein als toen. Zodat de man zijn zoon uiteindelijk tóch maar een geruststellend eindje op weg fietste. En hij de rest van de dag onrustig op de klok en uit het raam bleef kijken en er niets fatsoenlijks uit zijn handen kwam. Want sommige dingen veranderen nooit.

dinsdag 6 september 2011

Drempel

Twaalf was hij, zijn oudste zoon. Twaalf maar bijna dertien, en op de terugweg van zijn eerste dag op de middelbare school. Alleen om zijn boeken op te halen weliswaar, en zijn rooster, maar toch.. daar stond hij: op de drempel van een heel nieuw tijdperk. Grote veranderingen, hingen er opeens in de lucht.
Hoewel er voorlopig ook nog wel het één en ander hetzelfde bleef, want toen het op veilige afstand van de nieuwe school uiteindelijk toch niet echt lukte, met die doos vol boeken achterop zijn jongensfiets, had hij dus maar even zijn vader gebeld. Met zijn nieuwe mobieltje. Waarmee hij onder het wachten op die ouwe voor zijn eigen gezelligheid ook een lekker muziekje in het rond liet schetteren. Wat hem naar eigen zeggen een vuile blik van een voorbijganger had opgeleverd. Die had blijkbaar gedacht, nog altijd volgens eigen zeggen, dat hij al een puber wás.
Stel je voor, wierp hij, niet zonder genoegen, toch vast een spannende blik in de toekomst.
Om verdere misverstanden te voorkomen, had hij daarna iedereen die langsliep dus maar vriendelijk gedag gezegd. Want een puber, dat was hij nog niet. En papa dacht ook dat het nog wel even zou duren. Al bleef hij op alles voorbereid natuurlijk.

Maandag maandag

Van andere thuisblijfouders hoorde of las je wel eens dat ze zo blij waren wanneer de zomervakantie weer voorbij was. En iedereen weer naar school en werk, de hele dag. In plaats van op je lip en in je kielzog. Om van je vaarwater nog maar te zwijgen. Dat het normale ritme zijn intrede weer deed, in de dagen en de week. Rust en regelmaat. Zijn gangetje.
De man had dat niet zo. Nee. Echt érg vond hij het nou ook weer niet natuurlijk, zes weken is best lang, maar hij had zich er toch niet heel speciaal op verheugd. Nee, dat niet.
Gelukkig maar.  
Anders was het misschien wel een beetje een teleurstelling geweest dat zijn oudste zoon pas om half één op school hoefde te zijn, net als zijn vriendje, dat dan maar de hele ochtend bij hem over de vloer op de loop der dingen kwam liggen wachten, met de lego. Dat zijn jongste zoon om elf uur een afspraak bij de tandarts had. En zijn vrouw zich de eerste de beste dag ziek meldde, en een dagje thuis in bed bleef.
Maar hij was niet teleurgesteld, de man. Welnee. Hij wist allang dat het normale ritme nooit weg was geweest.

zondag 4 september 2011

Gedoe met een streepje

Nu staat er al wekenlang een bericht op mijn weblog, mijn web-log bedoel ik, dat het snel weer online is. En in principe ben ik een geduldig mens. Begrijp ik ook best dat dat een hoop werk is, al dat digitale verhuizen, ik moet er zelf niet aan denken zelfs. Maar ja.. het was dan ook niet mijn idee. Dat streepje zat mij wel ruig. En het gaat nu toch een beetje lang duren. Een beetje uitzichtloos, wordt het. Dus ik zat te denken dat ik dan misschien toch zelf maar moest verhuizen.
Gedver, wat een gedoe.